maandag 30 juni 2008

Dag nul

Sterft, gij oude vormen en gedachten!
Slaafgeboornen, ontwaakt, ontwaakt!

Volgens mij is er de afgelopen dertig jaar geen foto van mij gemaakt zonder sigaret. Want zie je, ik rook nogal. Iemand heeft daar zelfs eens een best wel ontroerend gedicht over gemaakt – dat vond ik een hele eer en toch ben ik het kwijtgeraakt.

Sommige mensen hebben het maar gemakkelijk. Neem mijn vader. Veertig jaar lang genoeglijk pijpjes gerookt. Van de ene op de andere dag gestopt: na een herseninfarct helemaal vergeten dat hij de dag tevoren nog rookte of wat een pijp was en jammer genoeg ook waar mes-en-vork en het alfabet voor dienden en nog zo wat van die praktische dingen.

Nu wacht ik al zeker tien jaar op de doorbraak van een veelbelovende verslavingstherapie uit Israël. Je wordt drie weken in coma gehouden, waarna je als een nieuw en sterk verbeterd type mens wakker wordt. Geen centje pijn – wéér zo’n belofte uit die hoek die nooit uitkomen zal.

Het is dag nul van mijn mini-Genesis en de Schepper heeft het knap benauwd, nu het aftellen is begonnen.

Dag nul laat er dan ook geen gras over groeien en strooit kwistig met ongunstige voortekenen. Zo was ik vannacht op de roltrap die gaat van het busstation naar het treinstation. Het was druk en warm en ik werd opgehouden. De laatste trein kon elk moment vertrekken. Ik begon om me heen te slaan en zag een nette vrouw met een geruit koffertje achterover vallen. Ze sleurde alles en iedereen mee. Het geraas van die bussen, dat was oorverdovend. En. Het. Raakte. Me. Allemaal. Niet.

maandag 23 juni 2008

Suppletie

In de verte zie je een werkboot die blubber verzamelt- en onder hoge druk in een roestig maar nog solide ogend buizenwerk perst. Suppletie. Het zal dáár wel een rotlawaai zijn, maar hier aan wal geeft het juist een geruststellend, bijna liefelijk geluid. Zachtschurend schieten tonnen zand langs je heen, naar een bestemming buiten je blikveld.
Zo nu en dan wordt de monotonie onderbroken. Al van verre hoor je dat er iets komt. Iets dat holderdebolder meegevoerd wordt met de stroom. Een steen, denk je. Of een groot, ongelukkig schaaldier. Of die mobiele telefoon of die sleutelbos. Je bent hier al zoveel verloren. Je tante Leun, bijvoorbeeld, die iets verderop is uitgestrooid. Niet ondenkbaar dat ze nu wordt opgepompt, zo meteen langs komt suizen en strand wordt. En weer wegspoelt. En weer strand wordt. En zo verder.

donderdag 19 juni 2008

Moeilijk haar

"Reken maar nergens op. Meisjes met moeilijk haar komen altijd te laat."

maandag 16 juni 2008

Wolkbreuk

Het was een bui zoals in Taxidriver: duister, dreigend, luidruchtig. Maar dan in Geldermalsen. Roestige treinstellen en twee aan elkaar vastgeklonken fietsen. Het had allemaal geen kwaad in de zin en liet zich dan ook niet wegspoelen.

vrijdag 13 juni 2008

Niets is wat het lijkt

Een man – die een gangster speelt – geeft een vrouw – die een kerstboom doet – een drankje - dat een tropisch eiland verbeeldt. De man grijnst, de vrouw kirt, het drankje licht op in het donker.

Blindganger

Dat je dat dinges daar ziet en tot drie telt en doet wat moet en dat je tegen beter weten in (positie, positie!) toch blijft kijken en een zwak-gele potloodstreep getrokken ziet worden (het is niet meer in jouw handen) en dat die streep dan eindigt in een punt en dat het dinges dan natuurlijk weg is en dat je het wel zou weten als je drie wensen mocht doen en dat dan ineens de zon opkomt en er alvast één is vervuld.

woensdag 11 juni 2008

Bouwdoos voor luilakken

Fundamenten gelegd
Werkprocessen uitgetekend
Sleutelposities ingevuld
Lastige discussie - maar constructief
Onzekerheden opgeruimd
Afgebakend en dus helder
Met de ogen van de klant
Langs nieuwe lijnen
Samen aan de slag
Klaar.

maandag 9 juni 2008

Na het feest

Vrede. Zonneschijn. Maagzuur.

donderdag 5 juni 2008

Vluchtelingen

het was zo’n dag als deze, maar dan lang geleden,
dat iets voorbij die ouwe troep van bloed en tranen
en onverzekerbare schades,
dus precies aan de rand van die onmetelijke vlakte
van gewoonte en verveling,
net toen het doorschemerde
dat dit het misschien wel zijn moest,
een vervelende God
- die evenwicht eist en middelmaat en suffe rituelen –
zich eens lelijk vergiste door ons te laten ontsnappen.

vluchtelingen in de liefde.
tot vandaag. en verder. en verder. altijd verder.

woensdag 4 juni 2008

Hoe dat gaan kan

Nu was ik werkelijk razend op die vent. Meters over mijn toch ruim getrokken grenzen gegaan. En dat heb ik hem laten weten ook. Dacht ik. Belt ie op. Luchtig, vrolijk zelfs, zich van geen kwaad bewust, eigenlijk. En of ik z’n koelkast nog hebben wil. Met vrieskastje en zgan – want hij is netjes op z’n spullen - en voor niks. Tja, dat lijkt me wel wat, zo’n koelkast.

maandag 2 juni 2008

Nagekomen bericht: Hole in the ground




Er kwam nog een vage herinnering op, die in werkelijkheid zo bleek te gaan:

THE HOLE IN THE GROUND
by Bernard Cribbins

There I was, a-digging this hole
A hole in the ground, so big and sort of round it was
There was I, digging it deep
It was flat at at the bottom and the sides were steep
When along, comes this bloke in a bowler which he lifted and scratched his head

Well we looked down the hole, poor demented soul and he said

Do you mind if I make a suggestion?

Don't dig there, dig it elsewhere
You're digging it round and it ought to be square
The shape of it's wrong, it's much much too long
And you can't put a hole where a hole don't belong

I ask, what a liberty eh
Nearly bashed him right in the bowler

Well there was I, stood in me hole
Shovelling earth for all I was worth
There was him, standing up there
So grand and official with his nose in the air
So I gave him a look sort of sideways and I leaned on my shovel and sighed

Well I lit me a fag and having took a drag I replied

I just couldn't bear, to dig it elsewhere
I'm digging it round 'cos I don't want it square
And if you disagree it don't bother me
That's the place where the hole's gonna be

Well there we were, discussing this hole
A hole in the ground so big and sort of round
Well it's not there now, the ground's all flat
And beneath it is the bloke in the bowler hat.

And that's that!

Non sequitur

Op een comfortabele afstand kijk ik naar een man die een gat graaft. Hij heeft het tempo er goed in en al na korte tijd zie ik eigenlijk alleen z’n nek en schouders nog en –met een ijzeren ritme – steeds een flits van de schep en zijn armen. Dan stopt het scheppen en de man kijkt over de rand van z’n kuil om zich heen. Hij ziet me, hij wenkt en ik loop naar hem toe. Ik kijk naar de man en het gat. Het gat is diep en vrij smal. Hij is wat dikkig en hij zweet behoorlijk. Z’n bijna kale kruin is precies ter hoogte van m’n voeten. Hij vraagt:
- "Wil je me even helpen om er uit te komen?"
Ik zoek een stukje grond waar ik voldoende houvast meen te hebben om hem omhoog te hijsen en ondertussen denk ik: ik zou het gat gemakkelijk kunnen dichtgooien. Met jou erin. Je zou eerst verbaasd zijn, dan misschien willen schreeuwen, maar het zand zou je stem al gauw verstikken. En weg. Gaat er dan iemand naar je op zoek? En zal iemand je hier ooit vinden?
De man kijkt me nu aan met ogen die tot spleetjes zijn samengeknepen (er zit zand in z’n wimpers) en zegt met zachte stem:
- "Non sequitur."
- "Hé, wat?"
- "Non sequitur, dat volgt er niet uit."
Zie je, ik spreek geen Latijn, overdag.