maandag 15 maart 2010

Beul

De vader van Jaap, die fietste steeds van Beverwijk naar Utrecht op twee beugelflessen Grolsch. Die had ie in een geruite fietstas die met geplastificeerde haakjes aan z’n bagagedrager was bevestigd. Hij begon en eindigde de zoektocht naar z’n zoon altijd bij mij. Dat hij bij mij begon kwam omdat hij wist waar ik woonde, en dat was al heel wat in die dagen. Dat hij bij mij eindigde was omdat hij van mij z’n twee lege beugelflessen mocht inruilen voor twee volle voor de terugweg. Die fietstochten. Het was altijd vergeefse moeite. “Als je ’n ‘m ziet, zeg maar dat ik langs geweest ben.” Pas als z’n vader zeker weten weg was, kwam Jaap van m'n zolder. De vader van Jaap: dat was een beul van een kerel. Tenminste, volgens Jaap.

Geen opmerkingen: