dinsdag 23 maart 2010

Brief aan mijn toekomstige uitgever

Geachte heer,

Om eens met de deur in huis te vallen: vriendelijk verzoek ik u zo spoedig mogelijk mijn boek uit te geven. U begrijpt: u hoeft niet in te zitten over de inhoud. Daar wordt hard aan gewerkt, op alle vrije uren die ik in de avond heb. Het hoeft ook geen heel dik boek te zijn, een boek is goed genoeg en ook een kleurenplaat voorop is geen vereiste. Wel zou het prettig zijn als het een harde kaft heeft en dat het niet met een nietje in elkaar gezet wordt. Zelf denk ik aan een oplage van 50 stuks. U loopt geen enkel risico, en u hoeft ook geen reclamekosten te budgetteren of een receptie te organiseren vanwege de presentatie, want ik koop ze allemaal. En ik gun u gewoon uw marge, dat daar geen misverstand over is.

Hoewel ik begrijp dat u in de week vast een stapel van dit soort brieven krijgt, hoop ik toch dat u dit schrijven met enige prioriteit gaat behandelen. Het zit namelijk zo. Mijn zuster gaat spelen in een film. Jawel! Een heuse speelfilm, die zo tegen de kerst in de bioscopen gaat draaien. Helemaal van Parijs zijn ze gekomen om mijn zuster eens aan te zien en ze zeiden zoiets van “jaja, dat moet kunnen, zij moet het dan maar zijn, hé?”, maar dan in ’t Frans, want – zoals gezegd - ze kwamen helemaal van Parijs.

Nu kan het mij op zichzelf niet zoveel schelen, dat mijn zuster in een film gaat spelen. Sterker nog: ik gun het haar wel, al blijf ik me afvragen hoe ze zich met haar steenkolenfrans door die lange dialogen gaat slaan, die ze momenteel uit haar hoofd probeert te leren. Het zal de tekst niet zijn die de hoofdrol speelt, denk ik dan maar. Afijn, u zou mijn zuster moeten kennen, dan begreep u het wel.

Waar het mij om gaat, is dat ik natuurlijk nooit meer met goed fatsoen een eerste boek kan laten verschijnen als mijn zuster al afgebeeld is geweest op een poster bij de Odeon of de Luxor, in de armen van de één-of-andere geschminkte adonis. Stelt u zich eens voor: de mensen zijn op een zondagmiddag naar de stad gereisd om mijn zuster in die film van die Fransman te zien. Ze zullen zeggen dat ze van het verhaal weinig begrepen, maar dat het al met al toch een klein mirakel is dat iemand uit onze contreien er in spelen mocht.

En dan kom ik met m’n eerste boek. Dat is dan toch gelijk het boek van ‘de broer van..’, hé? Ik kan het smalende commentaar nu al horen, zo van ‘ochgodochgod, meneer kan het niet zetten dat z’n zuster eens in de belangstelling staat’. En in de persbesprekingen zal het niet anders zijn, denk ik. Het zal toch lijken alsof dat eerste boek er gekomen is vanwege haar, alsof ik profiteren wil van haar naam en faam.

Hoe anders zou het zijn, als straks m’n eerste boek bij nader inzien het tweede blijkt te zijn! Dat zoiets gezegd kan worden als: ‘de fijnproevers hadden de in beperkte oplage verschenen eersteling van deze auteur reeds op de boekenplank kunnen hebben.’ Mocht de zaak zich zo ontwikkelen, dan gun ik u niet alleen de eer de ontdekker te zijn van een literair fenomeen, maar zeker ook een interessant aandeel in de revenuen van de heruitgave van het boek dat ik u nu vraag te drukken.

Uiteraard wil ik u de tijd geven dit aanbod zorgvuldig in overweging te nemen. Echter, de tijd vliegt, de eerste opnamen voor mijn zuster zijn al gepland voor de tweede helft van mei en voor we het weten staat de kerst voor de deur. Daarom hoor ik graag op zo kort mogelijke termijn van u wanneer we eens kunnen afspreken om de details door te nemen.

Hartelijke groeten,

5 opmerkingen:

Schrift zei

TOP! TOP! TOP! TOP!
Niks meer aan doen! Heel indentificatificerend ook, voor mij((-:

(bah, jij kan het echt, schrijven)
))-:

De Huisvrouw zei

Harde kaft, by all means, want als mijn vrienden uw boek eerst kopen -zachtekaftgewijs- en ik leen het, ik moet investeren in een nieuwe kopie omdat ik toch altijd kreuk.

Niet dat ik het er niet voor zou overhebben natuurlijk. Zelfs al zeurt u over uw zuster.

tante annie zei

ik ben wat laat, maar misschien kan uw uitgever uw zuster ergens opsluiten. tot dat boek klaar is.

EFCE zei

Och, tante toch! Er is wel een zuster - maar die doet iets weinig fotogenieks bij de Gemeentewerken. In deze maak ik dan maar eens gebruik van uw eigen onnavolgbare disclaimer: "Ge gelooft wat ge wilt, maar als ik u was zou ik het niet doen."

tante annie zei

ik had nochtans zo graag gewild dat uitgevers af en toe iemand opsluiten.