dinsdag 29 april 2008
Identiteit (2)
Dat uitzichtloos denkcomplex - met hoofdrollen voor spoorloze genieën en mythische wezen en onbegrepen boeken en verkeerd geplaatste opmerkingen - is nu eens teruggebracht tot een simpele vraag: zal ik nog een biertje nemen, of niet?
maandag 28 april 2008
Noorderstrand
De vriendelijke reus op het Noorderstrand ritst z’n wetsuit dicht en knijpt één oog toe. Om de richting te bepalen of om de wind, de stroming of de golfslag de maat te nemen of omdat het nou eenmaal zo hoort – dat weet je maar nooit. Dan neemt hij z’n aanloop, heel lang en verrassend snel. Zand spat op van onder z’n voeten, dan schelpen, dan modder, dan water. Z’n board glijdt over een spiegelglad uitlopende golf. Met ’n elegant sprongetje landt hij er juist goed op. De branding doorsneden. Voorbij de paalhoofden. Langs de vaargeul van de Westerschelde. Een stipje nog maar. Weg. Dag reus. Tot ziens.
donderdag 24 april 2008
Hare Rama, Hare Krishna
Vals sentiment ligt altijd op de loer. Neem deze doortrapte dubbele hinderlaag: van rechts doemt plots een stokoude Roemeense accordeonspeler op die Una Paloma Blanca doet. Niets bijzonders, kun je verwachten voor de poort van Hoog Catharijne. Maar bij mijn iets te routineus uitgevoerde uitwijkende manoeuvre, loop ik recht in de armen van twee Hare Krishna’s. De toch nog wel kille wind tilt hun sarongs op, waardoor ik vol zicht heb op 4 dunne, blauwgeaderde, spierwitte beentjes, steunend op tot de draad versleten schoentjes. Door hevig aan gebakken spek en bier te denken, blijf ik de ontroering nét de baas.
woensdag 23 april 2008
Grenspaal
We dwalen af. Naar een grenspaal op de hei. Daar zitten een paar gaten in. Van kogels uit een Engels gevechtsvliegtuig, zegt mijn moeder. (Die beschikt over een gevoel voor dramatiek waar je U tegen zegt, want hoe zou ze dat kunnen weten, bedenk ik me nu.) Op deze mooie voorjaarsdag steek ik mijn vinger in één van die gaten en krijg ‘m niet meer los. Hevig ruk- en trekwerk volgt en er komt spuug en zelfs oorsmeer aan te pas. Of ik huil, dat weet ik eigenlijk niet meer. Op zeker moment zitten we gewoon weer op de fiets naar huis, ik met een zakdoek om mijn vinger geknoopt, en we zingen een liedje.
dinsdag 22 april 2008
Knikje
Bij de mores van het krachthonk in de sportschool hoort het knikje. Zo begroet je elkaar. Je doet een knikje. Niet zo’n laf straatknikje van vage herkenning. Nee, een ánder knikje. Je glimlacht er vaagjes bij en de ogen staan op verstandhouding en op begrip en respect voor het beulswerk dat de ander verricht of verrichten gaat. Zo gezegd klinkt het nogal moeilijk. Maar iedereen kan het, zover ik weet, dus erg ingewikkeld kan het niet zijn. Het knikje overstijgt elk cultuurverschil en elke taalbarrière. Nederlanders, Armeniërs, Irakezen, Iraniërs, Turken, Chinezen, Arubanen. Ze doen het knikje. En vrouwen – niet de fitness-vrouwen, maar de krachthonkvrouwen. Er is daar vaak een vrouw, graatmager en met een brilletje, die – dat zou je niet zeggen - zo sterk is dat ze push-ups kan doen totdat ze er verveeld van is en er dan maar mee stopt. Daar vloeit geen druppel zweet bij. Een meesterlijk knikje, ook.
Scheidslijn
Het zonlicht maakt een haarscherpe scheidslijn op straat. Daar probeer ik zo precies- en zo lang mogelijk overheen te lopen. Dat ergert sommige mensen die nu voor mij moeten uitwijken. Maar het lijkt me belangrijk, want morgen kan het alweer anders zijn. Zo zou ik zomaar weer een volwassene kunnen zijn.
maandag 21 april 2008
Over kipkap
Ik werd gewezen op een storende fout in de logica in het stukje Meesterwerk op Marktplaats. Kijk, dat zijn lezers waar je nog eens wat aan hebt!
Deze lezer vroeg ook naar de betekenis van kipkap. Zult, wilde ik meteen terugschrijven. Zult van net over de grens. Maar de twijfel sloeg toe en je gaat niet voor dezelfde persoon vanwege het hetzelfde stukje twee keer voor schut staan.
Dus ik zocht en vond daarbij dit verhaal. Te mooi om te proberen het zelf dunnetjes over te doen.
http://anolaerts.blog.com/1671135/
Nieuwe berichten van Tante Annie lees je op:
http://www.anolaerts.be/
Nu stop ik voorlopig met doorlinken en zal ik het zelf weer eens proberen.
Deze lezer vroeg ook naar de betekenis van kipkap. Zult, wilde ik meteen terugschrijven. Zult van net over de grens. Maar de twijfel sloeg toe en je gaat niet voor dezelfde persoon vanwege het hetzelfde stukje twee keer voor schut staan.
Dus ik zocht en vond daarbij dit verhaal. Te mooi om te proberen het zelf dunnetjes over te doen.
http://anolaerts.blog.com/1671135/
Nieuwe berichten van Tante Annie lees je op:
http://www.anolaerts.be/
Nu stop ik voorlopig met doorlinken en zal ik het zelf weer eens proberen.
Hak- en breekwerk
Kijk, dit zou ik nou wel willen kunnen. Maar ik kan het niet. En bovendien: er is toch al iemand die het wel kan? Ik geniet. Virtuoos hak- en breekwerk.
http://komrij.blogspot.com/2008/04/amsterdam-wereldboekenstad.html
http://komrij.blogspot.com/2008/04/amsterdam-wereldboekenstad.html
Smaak van armoede
Voor slechts 0,99 cent kun je met EuroFluor je tanden poetsen en gelijktijdig genieten van de smaak van armoede.
vrijdag 18 april 2008
Meesterwerk op Marktplaats
Via een omweg kwam ik uit op Boontjes. Ze zijn – dacht ik – een jaar of tien geleden opnieuw gebundeld en uitgegeven in een paar delen en die heb ik toen gekocht. En die Boontjes, dus, die zijn nu weg. Of beter: weg waren ze waarschijnlijk allang, maar nu kan ik ze niet meer vinden.
L.P. Boon - over wie wel gezegd werd dat hij een Nobelprijs verdiende - hoopte op een lang leven voor zijn Boontjes, lees je dan nu: "Iets dat ze na mijn dood zouden bundelen tot een monsterboek in tien delen en dat de bijbel van deze tijd ging zijn. Als daarna nog een boek van een andere verschijnen mocht, zou elkeen minachtend de schouders ophalen en zeggen: och kom, het staat reeds in het Meesterwerk in Kipkap.''
In de winkel zijn ze niet meer te koop, herdruk wordt niet verwacht, kon de winkeljuf op haar beeldscherm zien. "Misschien op Marktplaats?", suggereerde ze.
L.P. Boon - over wie wel gezegd werd dat hij een Nobelprijs verdiende - hoopte op een lang leven voor zijn Boontjes, lees je dan nu: "Iets dat ze na mijn dood zouden bundelen tot een monsterboek in tien delen en dat de bijbel van deze tijd ging zijn. Als daarna nog een boek van een andere verschijnen mocht, zou elkeen minachtend de schouders ophalen en zeggen: och kom, het staat reeds in het Meesterwerk in Kipkap.''
In de winkel zijn ze niet meer te koop, herdruk wordt niet verwacht, kon de winkeljuf op haar beeldscherm zien. "Misschien op Marktplaats?", suggereerde ze.
donderdag 17 april 2008
Best triest
Een man die over de Oudegracht fietst met een jong meisje achterop en die daarbij het thema fluit van Turks Fruit. Op koopavond.
woensdag 16 april 2008
Hogere krijgskunde
"It is claimed that Ho Chi Minh trained as a pastry chef under the legendary French master, Escoffier, at the Carlton Hotel in the Haymarket, Westminster."
dinsdag 15 april 2008
"Murder and Mayhem"
Kort geleden liep ik nog eens langs - voorheen – café De Postduif, met mijn moeder. Ze wees naar een huis, er zowat naast, en vertelde.
Daar woonden een vrouw en een man die wij van vroeger wel kenden – ruwweg zo oud als ik, misschien iets ouder - met hun zoon. De vrouw is drie jaar geleden dood neergevallen in de wc van De Gouden Leeuw, waar een feestavond gaande was. De man en de zoon – een puber toen – bleven dus achter. En vorig jaar heeft de zoon, geholpen door twee vrienden, de vader met een hamer doodgeslagen. Ze werden gezien, sloegen op de vlucht en zijn ik-weet-niet-waar gepakt. Het bleek allemaal te gaan om geld en een reis die daarvan gemaakt zou worden naar Thailand of Mexico ofzo.
Heel even zag ik mezelf terugkeren. Als een soort Truman Capote, met een notitieboekje en een scherpe pen op zoek naar een harde en toch romantische soort waarheid. Het idee verdampte meteen. "Bergeijk had no shortage of murder and mayhem." Het is misschien wel waar, maar het klinkt gewoon niet.
Daar woonden een vrouw en een man die wij van vroeger wel kenden – ruwweg zo oud als ik, misschien iets ouder - met hun zoon. De vrouw is drie jaar geleden dood neergevallen in de wc van De Gouden Leeuw, waar een feestavond gaande was. De man en de zoon – een puber toen – bleven dus achter. En vorig jaar heeft de zoon, geholpen door twee vrienden, de vader met een hamer doodgeslagen. Ze werden gezien, sloegen op de vlucht en zijn ik-weet-niet-waar gepakt. Het bleek allemaal te gaan om geld en een reis die daarvan gemaakt zou worden naar Thailand of Mexico ofzo.
Heel even zag ik mezelf terugkeren. Als een soort Truman Capote, met een notitieboekje en een scherpe pen op zoek naar een harde en toch romantische soort waarheid. Het idee verdampte meteen. "Bergeijk had no shortage of murder and mayhem." Het is misschien wel waar, maar het klinkt gewoon niet.
Groenlingen

Café De Postduif zoals het toen was. Geen mooi café. Maar eens in de maand - en in het seizoen elke week - op zaterdag was er vogeltjesmarkt. Mijn vader verkocht daar zijn overtallige jonge kanaries en ik mocht mee. En dan - aan het eind van het jonge-kanarie-seizoen - zochten we als beloning voor onszelf een koppeltje groenlingen uit. Daar moest je meen ik wel zes koppeltjes goeie kanaries voor geven.
Big
Bij het kienen in café De Postduif kon je in het voorjaar soms ook een big winnen. Altijd met een klein gebrek: één oogje, drie pootjes of gewoon een beetje kreupel, maar verder niks mis mee. Daar werd dus niet over gezanikt. Ook al niet omdat de opbrengst voor de harmonie, de accordeonvereniging of de visclub was en de prijzen belangeloos ter beschikking werden gesteld. Zo’n big was een leuke prijs voor jong en oud, dat vond iedereen. Je kon er als kind een hele zomer mee spelen en met goed voeren had je dan in november een serieus varken te slachten. Daar kwam je de winter weer mee door.
maandag 14 april 2008
Stilstaand water
"In wezen heb ik maar één praktische les van m’n vader meegekregen: ‘zwem nooit in stilstaand water’."
Double pay
Als ik mijn ogen open doe, sta ik op een ladder in de bloedhete schacht. Met een breed schildersmes schraap ik lange banen bontgekleurde vaseline van de wanden van metaal. Vaseline houdt het gif vast dat afgezogen wordt van de lakstraten in de fabriek. Na een week of 6 is het vet verzadigd, er zijn 6 lakstraten en op zaterdag komen wij. We schrapen de vervuilde vetlaag weg en smeren er een nieuwe op. Het is warm en heel erg vies. Maar het is double pay en je krijgt een liter melk en de ploegbaas let er op dat je die opdrinkt. Op hele hete dagen is er ook nog lekkere zoute bouillon.
’s Morgens om ½ 7 haalt de ploegbaas ons op, vlak bij het nachtbrakerscafé waar we zowat allemaal aangeworven zijn. Zijn bus heeft een dubbele cabine. Wie papieren heeft en een T-formulier durft in te vullen mag daar zitten. De anderen – meestal een stuk of twee, vaak Kongolees of Nigeriaans - vouwen zich op in de laadruimte.
Eenmaal door de poort is de fabriek van ons. Het kan daar zo mooi stil zijn. Je hoort ons geschraap en als dat stopt het gasbrandertje van de ploegbaas, waarmee hij de stalen vaten met vers vet langzaam verwarmt. En je eigen adem, natuurlijk, die het rubberen klepje van je adembescherming opent en sluit. Flip-flop, flip-flop, flip-flop…
Het is kleine pauze. Ik eet een boterham en drink m’n melk. Er wordt wat gepraat, zoals gewoonlijk zonder veel animo. Dit is voor iedereen een bijbaantje en iedereen is moe, zo aan het eind van de week. Ik ken de meeste niet eens bij naam. Behalve de ploegbaas – die met dit baantje z’n crossmotor en drankrekening bekostigt - blijft niemand langer dan een maand of wat. Zo hebben we vandaag een nieuwe contractjongen en een nieuwe Afrikaan. Die zit tegen een rij blauwe plastik vaten waarin we straks de drek scheppen. Hij is de enige die niet iets van een overall of werkpak draagt en gympen in plaats van werkschoenen. Hij praat helemaal niet, ook niet met de andere twee die in de laadruimte zijn binnengesmokkeld. De ploegbaas staat op, teken dat we weer aan het werk gaan. Hij pakt nog even het pak melk van de nieuwe Afrikaan op. "Goed", zegt ie. "Goed melk gedronken." De Afrikaan lacht even: "No problem, no problem. Drink milk, double pay."
We proberen alle zes tegelijk door het luik van het afvoerkanaal te kijken. Daar ligt ie, tegen de bodem gesmakt, min of meer dubbelgevouwen, maar verkeerd om. Vegen en spatters blubber in een mengsel van kleuren overal op z’n witte t-shirt en zwarte gezicht. Z’n ogen wijd open, bewegingsloos en nergens op gericht. De ploegbaas en ik proberen ‘m te pakken maar hij is slap en zwaar en helemaal vettig. Onze handen glibberen van de zijne. Het is zo stil, zo stil. We horen z’n adembescherming. Onregelmatig. Flip…flop…..flip….. En dan niets meer. "God…god…godverdomme", vloekt de ploegbaas. Als op commando zetten we allemaal tegelijk een paar stappen terug.
Er wordt geen woord gezegd, volgens mij. Iedereen zoekt oogcontact met iedereen. Dat lijkt zo minuten te duren. En je ziet de schrik langzaam veranderen in rekenwerk – we staan er slecht voor en we kunnen geen kant op. Dan pakt de ploegbaas aan. Hij keert zich naar de twee Nigerianen die we al een week of 4, 5 meenemen, gaat vlak voor de grootste staan en kijkt hem strak aan.
- "Kennen jullie hem?"
- "What?"
- "Ik zeg: kennen jullie hem!"
- "Ahh, no, no, never seen him before."
De ploegbaas draait zich naar mij en draagt me op het nog eens te vragen, in het Engels. Dat doe ik. Ze kennen hem echt niet, zeggen ze, en ik geef het door. "OK", zegt de ploegbaas nu, "jullie aan het werk. Ik regel het wel." Het duurt een paar seconden, maar dan sloft de eerste weg. En dan de volgende. En ik wil ook gaan. Maar hij pakt me bij m’n arm en sist: "Hier blijven jij. Helpen."
De anderen zijn uit ‘t zicht. Ze smeren nu de afvoerkanalen in met verse vaseline. "We moeten snel zijn", zegt de ploegbaas. "Nu gaat het nog makkelijk, zo meteen niet meer." De dode is slap en warm en glijdt vrij soepel door de opening van het vat. We vullen het verder af met smurrie. Ik draai er de deksel op en de ploegbaas plakt een oranje label met een afbeelding in zwart van ontbladerde struiken en zo. En nog een sticker, wit met grote rode letters: "Vat niet geschikt voor hergebruik/Do not re-use vessel. Dan vullen we de andere vaten met het vervuilde vet. Uiteindelijk hebben we er 4 nodig, die we op een pallet sjorren. Ik trek er een bandje omheen. Klaar voor transport.
Tijd om op te ruimen. Er wordt nog wat geveegd en ieder levert z’n gereedschap in. We staan wat bij elkaar, stil en draaiend op onze voeten. Dan stapt de grote Nigeriaan op de ploegbaas af.
- "Are we in trouble?"
- "Denk ’t niet."
De mannen zonder papieren worden betaald uit een smoezelige envelop en we gaan. Ik loop achteraan, kijk nog een keer om en zie daar iets wat niet hoort. Hollend ga ik terug. Het pak melk van de Afrikaan, meer dan half vol. Ik gooi het in de vuilnisbak en sluit weer aan. Als we al in de bus zitten roept de ploegbaas me eruit. Hij steekt vlug een rolletje bankbiljetten in m’n borstzak: "Goed gedaan".
Wat ik er nu nog van weet is dat een week of wat later het werk aan een ander is gegund en dat wij mochten kiezen: blijven of gaan. En dat toen iedereen ging. Behalve de ploegbaas, vanwege z’n crossmotor en z’n drankrekening. En verder denk ik er niet veel meer aan. Alleen zo nu en dan, als ik mijn ogen open doe…
’s Morgens om ½ 7 haalt de ploegbaas ons op, vlak bij het nachtbrakerscafé waar we zowat allemaal aangeworven zijn. Zijn bus heeft een dubbele cabine. Wie papieren heeft en een T-formulier durft in te vullen mag daar zitten. De anderen – meestal een stuk of twee, vaak Kongolees of Nigeriaans - vouwen zich op in de laadruimte.
Eenmaal door de poort is de fabriek van ons. Het kan daar zo mooi stil zijn. Je hoort ons geschraap en als dat stopt het gasbrandertje van de ploegbaas, waarmee hij de stalen vaten met vers vet langzaam verwarmt. En je eigen adem, natuurlijk, die het rubberen klepje van je adembescherming opent en sluit. Flip-flop, flip-flop, flip-flop…
Het is kleine pauze. Ik eet een boterham en drink m’n melk. Er wordt wat gepraat, zoals gewoonlijk zonder veel animo. Dit is voor iedereen een bijbaantje en iedereen is moe, zo aan het eind van de week. Ik ken de meeste niet eens bij naam. Behalve de ploegbaas – die met dit baantje z’n crossmotor en drankrekening bekostigt - blijft niemand langer dan een maand of wat. Zo hebben we vandaag een nieuwe contractjongen en een nieuwe Afrikaan. Die zit tegen een rij blauwe plastik vaten waarin we straks de drek scheppen. Hij is de enige die niet iets van een overall of werkpak draagt en gympen in plaats van werkschoenen. Hij praat helemaal niet, ook niet met de andere twee die in de laadruimte zijn binnengesmokkeld. De ploegbaas staat op, teken dat we weer aan het werk gaan. Hij pakt nog even het pak melk van de nieuwe Afrikaan op. "Goed", zegt ie. "Goed melk gedronken." De Afrikaan lacht even: "No problem, no problem. Drink milk, double pay."
We proberen alle zes tegelijk door het luik van het afvoerkanaal te kijken. Daar ligt ie, tegen de bodem gesmakt, min of meer dubbelgevouwen, maar verkeerd om. Vegen en spatters blubber in een mengsel van kleuren overal op z’n witte t-shirt en zwarte gezicht. Z’n ogen wijd open, bewegingsloos en nergens op gericht. De ploegbaas en ik proberen ‘m te pakken maar hij is slap en zwaar en helemaal vettig. Onze handen glibberen van de zijne. Het is zo stil, zo stil. We horen z’n adembescherming. Onregelmatig. Flip…flop…..flip….. En dan niets meer. "God…god…godverdomme", vloekt de ploegbaas. Als op commando zetten we allemaal tegelijk een paar stappen terug.
Er wordt geen woord gezegd, volgens mij. Iedereen zoekt oogcontact met iedereen. Dat lijkt zo minuten te duren. En je ziet de schrik langzaam veranderen in rekenwerk – we staan er slecht voor en we kunnen geen kant op. Dan pakt de ploegbaas aan. Hij keert zich naar de twee Nigerianen die we al een week of 4, 5 meenemen, gaat vlak voor de grootste staan en kijkt hem strak aan.
- "Kennen jullie hem?"
- "What?"
- "Ik zeg: kennen jullie hem!"
- "Ahh, no, no, never seen him before."
De ploegbaas draait zich naar mij en draagt me op het nog eens te vragen, in het Engels. Dat doe ik. Ze kennen hem echt niet, zeggen ze, en ik geef het door. "OK", zegt de ploegbaas nu, "jullie aan het werk. Ik regel het wel." Het duurt een paar seconden, maar dan sloft de eerste weg. En dan de volgende. En ik wil ook gaan. Maar hij pakt me bij m’n arm en sist: "Hier blijven jij. Helpen."
De anderen zijn uit ‘t zicht. Ze smeren nu de afvoerkanalen in met verse vaseline. "We moeten snel zijn", zegt de ploegbaas. "Nu gaat het nog makkelijk, zo meteen niet meer." De dode is slap en warm en glijdt vrij soepel door de opening van het vat. We vullen het verder af met smurrie. Ik draai er de deksel op en de ploegbaas plakt een oranje label met een afbeelding in zwart van ontbladerde struiken en zo. En nog een sticker, wit met grote rode letters: "Vat niet geschikt voor hergebruik/Do not re-use vessel. Dan vullen we de andere vaten met het vervuilde vet. Uiteindelijk hebben we er 4 nodig, die we op een pallet sjorren. Ik trek er een bandje omheen. Klaar voor transport.
Tijd om op te ruimen. Er wordt nog wat geveegd en ieder levert z’n gereedschap in. We staan wat bij elkaar, stil en draaiend op onze voeten. Dan stapt de grote Nigeriaan op de ploegbaas af.
- "Are we in trouble?"
- "Denk ’t niet."
De mannen zonder papieren worden betaald uit een smoezelige envelop en we gaan. Ik loop achteraan, kijk nog een keer om en zie daar iets wat niet hoort. Hollend ga ik terug. Het pak melk van de Afrikaan, meer dan half vol. Ik gooi het in de vuilnisbak en sluit weer aan. Als we al in de bus zitten roept de ploegbaas me eruit. Hij steekt vlug een rolletje bankbiljetten in m’n borstzak: "Goed gedaan".
Wat ik er nu nog van weet is dat een week of wat later het werk aan een ander is gegund en dat wij mochten kiezen: blijven of gaan. En dat toen iedereen ging. Behalve de ploegbaas, vanwege z’n crossmotor en z’n drankrekening. En verder denk ik er niet veel meer aan. Alleen zo nu en dan, als ik mijn ogen open doe…
maandag 7 april 2008
Blonde Virginia
Smaak van keelpijn
Geur van kolenstook
Verkwikkend in de morgen
Verstikkend in de nacht
Blonde Virginia
Valse maagd
Kan ik van je scheiden?
Geur van kolenstook
Verkwikkend in de morgen
Verstikkend in de nacht
Blonde Virginia
Valse maagd
Kan ik van je scheiden?
zaterdag 5 april 2008
Internet
"Jij houdt toch zo van internet?", zegt de boer. Ik probeer me daar iets bij voor te stellen. Vruchteloos. Daarom zeg ik maar van ja. Hij wijst naar de nok van het dak. Daar is een soort uitgerekte Deventer koek van plastik gemonteerd op een stokje. "Internet", zegt ie. En ik denk nu dat het waar is.
donderdag 3 april 2008
Briljant
Goed. Je kijkt. En je kijkt nog eens. Hoe is ‘t mogelijk! Alles op z’n plaats. Zo is het en niet anders. Je mag jezelf best feliciteren hoor: briljant gedacht. En niet te bescheiden, hé? Meteen wereldkundig maken. De mensheid heeft er gewoon recht op.
Even later. De twijfel sluipt op kousenvoetjes naderbij. Voor een briljante gedachte is het wel erg voor-de-hand-liggend... Dat niemand daar eerder… Toch eens even zoeken… Tsjee. Drie jaar geleden in de krant… en in de jaren ’70…en…hé, dat boek kwam uit in het jaar dat ik werd geboren…
Wel, tja, nou ja, te laat. En je zou denken: die heeft z’n lesje wel geleerd na de her-uitvinding van - onder veel meer - het principe van de transistor en een handige contraptie van ijzerdraad om blaadjes papier bij elkaar te houden.
Even later. De twijfel sluipt op kousenvoetjes naderbij. Voor een briljante gedachte is het wel erg voor-de-hand-liggend... Dat niemand daar eerder… Toch eens even zoeken… Tsjee. Drie jaar geleden in de krant… en in de jaren ’70…en…hé, dat boek kwam uit in het jaar dat ik werd geboren…
Wel, tja, nou ja, te laat. En je zou denken: die heeft z’n lesje wel geleerd na de her-uitvinding van - onder veel meer - het principe van de transistor en een handige contraptie van ijzerdraad om blaadjes papier bij elkaar te houden.
woensdag 2 april 2008
Blikschade
Opgedregd meisje
Bloeddoordrenkt laken op de A27
Neergeschoten Mocro op de Vleutenseweg
Lichtspoormunitie
Hoe ze langs me heen keek toen het er echt toe deed
Harde klappen met de lange lat
Pa’s laatste uur op aarde
Alle sekstoeristen in Thailand
En – laatst nog - de toegeknepen oogjes van Rita Verdonk
Bloeddoordrenkt laken op de A27
Neergeschoten Mocro op de Vleutenseweg
Lichtspoormunitie
Hoe ze langs me heen keek toen het er echt toe deed
Harde klappen met de lange lat
Pa’s laatste uur op aarde
Alle sekstoeristen in Thailand
En – laatst nog - de toegeknepen oogjes van Rita Verdonk
maandag 31 maart 2008
Nooit meer doen
- "Niet aan likken, hoor!"
- "Hmm, wat?"
- "Ik zeg: niet aan likken."
- "Dus ik speel met m’n aansteker en jij zegt: niet aan likken."
- "Precies. Komt uit je broek en nu heb ik gelezen hoe ontzettend onhygiënisch dat is. Sleutelbossen ook, trouwens. En creditcards."
- "Maar…dat soort dingen steek je toch niet in je mond?"
- "Nééh, nu niet meer, lijkt me."
- "Hmm, wat?"
- "Ik zeg: niet aan likken."
- "Dus ik speel met m’n aansteker en jij zegt: niet aan likken."
- "Precies. Komt uit je broek en nu heb ik gelezen hoe ontzettend onhygiënisch dat is. Sleutelbossen ook, trouwens. En creditcards."
- "Maar…dat soort dingen steek je toch niet in je mond?"
- "Nééh, nu niet meer, lijkt me."
zondag 30 maart 2008
zaterdag 29 maart 2008
donderdag 27 maart 2008
Minimaal, of: hoe ik genezen raakte van één internetverslaving
Als ik inlog, dan bén ik het ook: Vertigo, inwoner van het villaparkje onder de sociale netwerken. Het wordt bevolkt door een mengsel van fabulanten en leugenaars, seksverslaafden, kunstenaars, dichterlijke alleenstaande moedertjes, smekende aandachttrekkers en weet ik wat. Vertigo is daar in z’n eigen balans. Hij kent z’n klassiekers - en als hij ze niet kent, omzeilt hij de klippen handig. Meestal met woorden, in uiterste nood door uit te loggen en later een technische storing te faken.
Soms ook ben ik Minimaal, een wat dommige jongen, die altijd door zijn moeder Sifra in bescherming genomen wordt, als hij hier of daar in de problemen komt. Sifra wordt beurtelings gespeeld door mijzelf en door Ban. Dat levert nooit problemen op, want wij begrijpen haar volkomen. Ban zelf wordt overigens overtuigend vertolkt door Stempotlood en SlimSlakje.
Als je het kunt, ben je daar wie of wat je maar zijn wilt. En dat werkt verslavend. Veel vaste klanten en geregelde voorbijgangers die je kent aan hun avatar en hun veel- of nietszeggende plaatjes en eerlijke, gevatte of onbegrijpelijke antwoorden op stomme standaardvragen. Ze houden me wakker, te vaak en tot veel te laat in de nacht.
Vanavond wordt het anders. Het gonst al een tijd in het villaparkje, want we gaan elkaar zien. Er is een groot feest in 020 en wij weten hoe we elkaar zullen herkennen. De laatste berichten worden uitgewisseld.
- "Je bent er, hé?"
- "Zeker weten, zin in. Tot zo"
Eigenlijk heb ik het herkenningsteken niet nodig om SlimSlakje te ontdekken in de drukte. Net als in haar avatar speelt onnatuurlijk veel haar de hoofdrol. Ze begroet me hartelijk, maar duidelijk is ook dat ze moe is, uitgeput meer. We grinniken allereerst wat om de laatste ontwikkelingen in het leven van Sifra. Ze houdt er op bewonderenswaardige wijze enkele minuten de moed in. Zeker als je bedenkt dat ze een bloedneus heeft die niet te stelpen lijkt. Nu is haar zakdoek verzadigd en het bloed begint door haar vingers te sijpelen. Vrouwen van die leeftijd hebben soms nog een echte zakdoek. Ze excuseert: "Sorry, kutcoke. Ik kom later nog wel effe terug. Maar je moet zeker even bij Stempotlood langs gaan. Da’s die man daar bij de bar met dat leren colbert."
Stempotlood zegt dat ie het leuk vindt dé Vertigo eens in het echt te ontmoeten, maar ik tref hem niet in de allerbeste stemming. We drinken bier – hij giet er steeds achteloos een Jonge in – en hij klaagt. Over dat ie altijd waanzinnig koude voeten heeft en dat zoiets behoorlijk ongeriefelijk is, maar dat de beste artsen er naar gekeken hebben en dat er niets - maar dan ook niets - aan te doen is en dat hij er dus maar mee te leven heeft, leuk of niet - en leuk is het niet. Die artsen, gaat hij verder, hebben hem dat allemaal zwart-op-wit gegeven voor de keurende instanties - overigens tot de dag van vandaag zonder het beoogde resultaat - waardoor hij zich wel afvraagt waarom ie ooit al die premies heeft betaald.
Een lange, lodderige kerel slaat ons op de schouders. "Eeehj, Stempotloodjeee", haalt hij uit. Ik word voorgesteld door Stempotlood en hij stelt zichzelf voor: Chaingang, vaste gast in het villaparkje. Iets met piercings en nieuwe media, herinner ik me, of was het film? We hebben wel eens wat grappen uitgewisseld. Best scherp was ie toen.
- " Eeehj, Vertigo, the musicman, wij hadden het er net over dat volgens ons de meeste kerels minstens één keer in de maand naar de hoeren gaan. En jij dan?"
- "Ik? Ik niet. Moet er niet aan denken."
- "Ook niet als je…"
- "Nee, sorry, nooit."
- "Ik vind je eigenlijk nou al ’n lul."
Een mooi moment om eens op te staan en naar de wc te gaan, lijkt me.
Een man met een vuile grijns blokkeert de doorgang met z’n rolstoel. Op z’n wagen prijkt zowaar een sticker van het villaparkje, dus ik zeg even wie ik ben. Hij geeft z’n alias niet prijs, maar vertelt wel dat ie zojuist expres over de bril gescheten heeft en dat ie dat altijd doet in openbare gelegenheden waar ze geen volledig geoutilleerd invalidentoilet hebben. Daar heeft ie ook nog een liedje over gemaakt, zegt ie. Dat wil ie tegen betaling van een tientje – want hij is eigenlijk door z’n geld heen voor de rest van de maand - best voor me zingen.
Ik besluit het over een andere boeg te gooien: méér drank én mijn andere nick: Minimaal. Het vlot nu allemaal een stuk beter. ~Diva~ is gecharmeerd van de snotneus in mij en doet me haar hele carrière uit de doeken: "Daar zat ik dan! Gast in mijn eigen programma en met de mond vol tanden." Valesca, in real life helemaal Minimaal’s tiep, vertelt over haar moeilijke tijd - "het heeft zeven jaar geduurd voordat ik m’n eerste droge scheet liet"- als tropenarts.
Maar dan heeft Vega* me plots in de tang, als we het hebben over mijn Minimaal-antwoord op ‘favoriete maaltijd’: witte boterham met paardenrookvlees. Ik zit zodanig in m’n rol dat ik bevestig er daar dagelijks tenminste drie van te nuttigen. "Dus…" stamelt ze, "dus…als ik dat even snel uitreken, dan heb jij in je leven al ruim anderhalf paard opgegeten!"
Dat sommetje valt eigenlijk bij niemand in goede aarde. Waar is moeder Sifra als je d’r nodig hebt? Stempotlood ligt slapjes met z’n hoofd op de bar. SlimSlakje waarschijnlijk met een watje in d’r neus in bed. Het is genoeg geweest. Ervandoor.
Huisspin kijkt me vanonder het dekbed strak en dwingend aan: "Alsof jij nooit iemand bedonderd hebt." Ik probeer me in dat argument in te leven, maar ben al te zeer afgeleid door een opkomende zeurende hoofdpijn. En net voor ik in slaap val, denk ik bij mezelf: misschien moest ik maar eens gaan bloggen.
Soms ook ben ik Minimaal, een wat dommige jongen, die altijd door zijn moeder Sifra in bescherming genomen wordt, als hij hier of daar in de problemen komt. Sifra wordt beurtelings gespeeld door mijzelf en door Ban. Dat levert nooit problemen op, want wij begrijpen haar volkomen. Ban zelf wordt overigens overtuigend vertolkt door Stempotlood en SlimSlakje.
Als je het kunt, ben je daar wie of wat je maar zijn wilt. En dat werkt verslavend. Veel vaste klanten en geregelde voorbijgangers die je kent aan hun avatar en hun veel- of nietszeggende plaatjes en eerlijke, gevatte of onbegrijpelijke antwoorden op stomme standaardvragen. Ze houden me wakker, te vaak en tot veel te laat in de nacht.
Vanavond wordt het anders. Het gonst al een tijd in het villaparkje, want we gaan elkaar zien. Er is een groot feest in 020 en wij weten hoe we elkaar zullen herkennen. De laatste berichten worden uitgewisseld.
- "Je bent er, hé?"
- "Zeker weten, zin in. Tot zo"
Eigenlijk heb ik het herkenningsteken niet nodig om SlimSlakje te ontdekken in de drukte. Net als in haar avatar speelt onnatuurlijk veel haar de hoofdrol. Ze begroet me hartelijk, maar duidelijk is ook dat ze moe is, uitgeput meer. We grinniken allereerst wat om de laatste ontwikkelingen in het leven van Sifra. Ze houdt er op bewonderenswaardige wijze enkele minuten de moed in. Zeker als je bedenkt dat ze een bloedneus heeft die niet te stelpen lijkt. Nu is haar zakdoek verzadigd en het bloed begint door haar vingers te sijpelen. Vrouwen van die leeftijd hebben soms nog een echte zakdoek. Ze excuseert: "Sorry, kutcoke. Ik kom later nog wel effe terug. Maar je moet zeker even bij Stempotlood langs gaan. Da’s die man daar bij de bar met dat leren colbert."
Stempotlood zegt dat ie het leuk vindt dé Vertigo eens in het echt te ontmoeten, maar ik tref hem niet in de allerbeste stemming. We drinken bier – hij giet er steeds achteloos een Jonge in – en hij klaagt. Over dat ie altijd waanzinnig koude voeten heeft en dat zoiets behoorlijk ongeriefelijk is, maar dat de beste artsen er naar gekeken hebben en dat er niets - maar dan ook niets - aan te doen is en dat hij er dus maar mee te leven heeft, leuk of niet - en leuk is het niet. Die artsen, gaat hij verder, hebben hem dat allemaal zwart-op-wit gegeven voor de keurende instanties - overigens tot de dag van vandaag zonder het beoogde resultaat - waardoor hij zich wel afvraagt waarom ie ooit al die premies heeft betaald.
Een lange, lodderige kerel slaat ons op de schouders. "Eeehj, Stempotloodjeee", haalt hij uit. Ik word voorgesteld door Stempotlood en hij stelt zichzelf voor: Chaingang, vaste gast in het villaparkje. Iets met piercings en nieuwe media, herinner ik me, of was het film? We hebben wel eens wat grappen uitgewisseld. Best scherp was ie toen.
- " Eeehj, Vertigo, the musicman, wij hadden het er net over dat volgens ons de meeste kerels minstens één keer in de maand naar de hoeren gaan. En jij dan?"
- "Ik? Ik niet. Moet er niet aan denken."
- "Ook niet als je…"
- "Nee, sorry, nooit."
- "Ik vind je eigenlijk nou al ’n lul."
Een mooi moment om eens op te staan en naar de wc te gaan, lijkt me.
Een man met een vuile grijns blokkeert de doorgang met z’n rolstoel. Op z’n wagen prijkt zowaar een sticker van het villaparkje, dus ik zeg even wie ik ben. Hij geeft z’n alias niet prijs, maar vertelt wel dat ie zojuist expres over de bril gescheten heeft en dat ie dat altijd doet in openbare gelegenheden waar ze geen volledig geoutilleerd invalidentoilet hebben. Daar heeft ie ook nog een liedje over gemaakt, zegt ie. Dat wil ie tegen betaling van een tientje – want hij is eigenlijk door z’n geld heen voor de rest van de maand - best voor me zingen.
Ik besluit het over een andere boeg te gooien: méér drank én mijn andere nick: Minimaal. Het vlot nu allemaal een stuk beter. ~Diva~ is gecharmeerd van de snotneus in mij en doet me haar hele carrière uit de doeken: "Daar zat ik dan! Gast in mijn eigen programma en met de mond vol tanden." Valesca, in real life helemaal Minimaal’s tiep, vertelt over haar moeilijke tijd - "het heeft zeven jaar geduurd voordat ik m’n eerste droge scheet liet"- als tropenarts.
Maar dan heeft Vega* me plots in de tang, als we het hebben over mijn Minimaal-antwoord op ‘favoriete maaltijd’: witte boterham met paardenrookvlees. Ik zit zodanig in m’n rol dat ik bevestig er daar dagelijks tenminste drie van te nuttigen. "Dus…" stamelt ze, "dus…als ik dat even snel uitreken, dan heb jij in je leven al ruim anderhalf paard opgegeten!"
Dat sommetje valt eigenlijk bij niemand in goede aarde. Waar is moeder Sifra als je d’r nodig hebt? Stempotlood ligt slapjes met z’n hoofd op de bar. SlimSlakje waarschijnlijk met een watje in d’r neus in bed. Het is genoeg geweest. Ervandoor.
Huisspin kijkt me vanonder het dekbed strak en dwingend aan: "Alsof jij nooit iemand bedonderd hebt." Ik probeer me in dat argument in te leven, maar ben al te zeer afgeleid door een opkomende zeurende hoofdpijn. En net voor ik in slaap val, denk ik bij mezelf: misschien moest ik maar eens gaan bloggen.
woensdag 26 maart 2008
Mini-molotov
Zo was ik vroeger kind aan huis bij de man die de witte strepen op de weg heeft uitgevonden. Klinkt als een flauwe grap, toch is het waar – en de uitvinding was zelfs tweeledig: hij ontwikkelde een reflecterende verf én bedacht een systeem – nog steeds Europese standaard - om de strepen zo te plaatsen dat ze je als het ware over de weg geleiden. Jammer genoeg geen familie. De enige uitvinding waarvan wel gezegd wordt dat er bloedverwanten van mij bij betrokken waren, is de mini-molotov: je laat een scheet in een bierflesje en houdt er een aansteker bij. Altijd lachen, bij ons.
dinsdag 25 maart 2008
Genesis
"Eens zal het worden zoals voorzien", verbeeldt ‘Kunstzaal Dirkje Kuik – genaamd De Hooiwagen’ in chocoladeletter-letters. Maar niet zonder slag of stoot, weten we nu.
zaterdag 22 maart 2008
Geen prijsdier
Heb twee zilverglimmende trofeeën. Gekregen van iemand die ze als speelgoed weggeeft omdat er geen plaats meer is in z’n prijzenkast.
vrijdag 21 maart 2008
Omwille van de geloofwaardigheid...
...zal ik niet proberen uit te leggen waarom- en hoe sommige mensen have en goed verdedigen met mes en vork.
donderdag 20 maart 2008
Verkleuterd
Ze legt de krant neer.
- "Heb je nog iets leuks te vertellen?"
Dus ik vertel iets leuks, met hoofd- en bijrollen voor diverse bekenden en met een door mij gemaakte opmerking die de zaak uiteindelijk een onverwachte wending geeft. Ze moet er wel om grinniken.
Dan vertrekt haar gezicht.
- "Maar dat kan helemaal niet waar zijn, dat heb je gewoon verzonnen!"
Dat is ook zo. Ze pakt de krant weer op.
- "Tss, kleuter."
- "Heb je nog iets leuks te vertellen?"
Dus ik vertel iets leuks, met hoofd- en bijrollen voor diverse bekenden en met een door mij gemaakte opmerking die de zaak uiteindelijk een onverwachte wending geeft. Ze moet er wel om grinniken.
Dan vertrekt haar gezicht.
- "Maar dat kan helemaal niet waar zijn, dat heb je gewoon verzonnen!"
Dat is ook zo. Ze pakt de krant weer op.
- "Tss, kleuter."
dinsdag 18 maart 2008
Struikgewas revisited
De Jonge Onderzoeker in mij werd gisteravond laat wakker. Prangende vraag: hoe komt het nou dat die bergen struiksnippers zo heftig liggen te dampen? In de ijskoude nacht legde ik mijn handen op het in schots-en-scheve dobbelstenen gekraakte hout. Het voelde lauw-warm aan. Onverwacht. Ik schrok er eigenlijk een beetje van en maakte me uit de voeten. De schrik maakte al gauw plaats voor ontevredenheid. Want waar komt die warmte dan vandaan?
De wetenschap; een veel te ruim bemeten spiegelpaleis voor 1 Jonge Onderzoeker in de nacht.
De wetenschap; een veel te ruim bemeten spiegelpaleis voor 1 Jonge Onderzoeker in de nacht.
maandag 17 maart 2008
zondag 16 maart 2008
Struikgewas van repliek gediend
Het struikgewas dat Niemandsland overwoekerde is van-de-week door de hakselaar gegaan. De hopen snippers leveren nu vinnig commentaar door héél opzichtig de laatste adem uit te dampen. Precies op de plek waar ik ooit uit beleefdheid een groen uitgeslagen gehaktbal heb opgegeten. Want Niemandsland was natuurlijk ooit Iemandsland. Er was een standbeeld en er waren flats voor morsige mensen en er was géén struikgewas. Het is maar dat je het weet.
zaterdag 15 maart 2008
Anticyclisch consumeren
Het geld is op en dat is heerlijk, vanwege de gekozen overlevingsstrategie. Want wij hebben in Winkelcentrum Overvecht natuurlijk allang gezien dat een armoedige levensstijl gemakkelijk leidt tot een grauwe gelaatsuitdrukking en het verlies van elk decorum. Waardoor het aantrekken van vers kapitaal feitelijk onmogelijk wordt en de spiraal naar beneden onomkeerbaar. Dus lenen wij geld en kopen méér lamsvlees en trappistenbier en wijn en toveren daarmee ons feestelijkste gezicht tevoorschijn. Op het absolute dieptepunt weten wij ons zo allang weer in de lift.
Kijk- en Luistergeld
Ja, ik zie het zelf ook, het is waar. Ik heb mijn tv-toestel ingepakt met aluminiumfolie. En daar heb ik geen enkele verklaring voor. Mijn betalingsbewijs wordt door de ambtenaar van dienst met een onnavolgbare, gemompelde toelichting afgestempeld: ‘ONGELDIG’.
donderdag 13 maart 2008
De heren Luchtkasteel
Na 5 bier, 4 wijn, 3 armagnac, 2 koffie voor de restauratie en nog 1 bier tegen de dorst weten de heren Luchtkasteel het zeker: dit kán niet mis gaan.
dinsdag 11 maart 2008
Opportunist
- "Hé? Kom hier, kom kijken!"
Ik kom, kijk en lees. Er staat iets van: ‘knap werk’ en ‘daverend debuut’ en ‘geweldige prestatie’ en ‘een mooie toekomst’ enzo.
- "Nee, nee, dat plaatje, kijk eens naar dat plaatje! Zie je dat nou niet? Dat is Dinges!"
Ja, ik zie het, en het staat er trouwens ook gewoon: ‘Dinges’ – met daaronder 4 sterren uit een maximum van 5.
- "Tsjee, Dinges. Die vonden wij toch behoorlijk saai…"
Ik herinner me direct een hete zondagmiddag in een stad, ver weg, waar we van haar een universiteitsbibliotheek ver buiten het centrum moesten bekijken – die natuurlijk gesloten was, waarna we dan maar naar een theehuisje moesten – waar geen bier was en niet gerookt mocht worden en waar het personeel geen loon kreeg, maar leefde van fooien en restjes, wat zij een volkomen rechtvaardige zaak vond en een voorbeeld dat navolging verdiende.
Dus ik beaam: we vonden haar saai. En bazig. En ze had verder ook niet echt een fraai karakter.
- "Toch knap, vind je niet?"
Zeker, geen ontkennen aan.
- "Misschien bel ik ‘r binnenkort wel eens. Ik heb d’r telefoonnummer nog ergens."
Ik kom, kijk en lees. Er staat iets van: ‘knap werk’ en ‘daverend debuut’ en ‘geweldige prestatie’ en ‘een mooie toekomst’ enzo.
- "Nee, nee, dat plaatje, kijk eens naar dat plaatje! Zie je dat nou niet? Dat is Dinges!"
Ja, ik zie het, en het staat er trouwens ook gewoon: ‘Dinges’ – met daaronder 4 sterren uit een maximum van 5.
- "Tsjee, Dinges. Die vonden wij toch behoorlijk saai…"
Ik herinner me direct een hete zondagmiddag in een stad, ver weg, waar we van haar een universiteitsbibliotheek ver buiten het centrum moesten bekijken – die natuurlijk gesloten was, waarna we dan maar naar een theehuisje moesten – waar geen bier was en niet gerookt mocht worden en waar het personeel geen loon kreeg, maar leefde van fooien en restjes, wat zij een volkomen rechtvaardige zaak vond en een voorbeeld dat navolging verdiende.
Dus ik beaam: we vonden haar saai. En bazig. En ze had verder ook niet echt een fraai karakter.
- "Toch knap, vind je niet?"
Zeker, geen ontkennen aan.
- "Misschien bel ik ‘r binnenkort wel eens. Ik heb d’r telefoonnummer nog ergens."
maandag 10 maart 2008
Gesublimeerde razernij
"Het is nooit persoonlijk",
bezwoer het mes het vlees.
Al was dat misschien goed bedoeld,
het bleek toch een schrale troost.
bezwoer het mes het vlees.
Al was dat misschien goed bedoeld,
het bleek toch een schrale troost.
zondag 9 maart 2008
Onvergefelijk
"Weet je, dat je naast je schoenen loopt, dat kan ik begrijpen, maar dat je er nu ook nog in piest is gewoon onvergefelijk."
Van die ribbeltjes
Ik heb eens mogen voelen aan iemands hersens. Dat ging zo: "Voel maar", zei die, en ik deed het, omdat ik het gewoon niet geloofde. Ik aaide hem over zijn hoofd en voelde door zijn haar en huid de warme, weke massa en van die ribbeltjes - koelribben? - die je ook wel ziet op plaatjes. Het deed totaal geen pijn, volgens hem, en hij lachte erbij, dus dat zal wel waar geweest zijn.
donderdag 6 maart 2008
Blauwe hond
"Weet je, in feite is het bijna altijd diepstil en dat was toen ook, we lagen dus in een droge sloot te wachten op ik-weet-niet-wat en dat duurde denk ik zeker al twee uur, dat weet ik nog, omdat het zo’n beetje donker begon te worden, totdat ik ineens onrustig werd omdat ik een hond zag die over het veld liep en die hond was helderblauw - alsof ie een blauwe jas aan had, dacht ik nog bij mezelf - en hij kwam als een speer op ons afgerend – we schrokken ons allemaal te pletter - totdat ie vlakbij was, hij kwam in de schaduw en ineens was ie gewoon zwart. Hij liep ons zo voorbij; ik denk niet eens dat ie ons gezien heeft."
woensdag 5 maart 2008
Een toekomst voor een stuk
"De steden zijn koud, en de mensen die erin wonen lijden terecht kou. Waarom bouwen ze ook zulke steden?"
Misschien is het over 30 jaar wel zo, dat het dan 25 jaar geleden is dat de brand hier is uitgewoed. Dat we dan al weer nieuwe steden op de as hebben gebouwd. En dat het al bijna lijkt alsof er weinig veranderd is, als de bomen nu maar wat groter waren. En dat jij daar leeft. En dat anderen daar leven. Dat je een kleine dief geweest kunt zijn of corrupt of erger - maar waren we dat niet allemaal – want het was hij of ik - en dat soort toestanden. Bloed aan de ziel hebben en toch een wandeling maken in het park, de wekker zetten of boodschappen doen.
Dan zal iemand misschien overwegen ‘Het vuil, de stad en de dood’ eens op te gaan voeren, omdat het zo treffend aan de tijdgeest lijkt te raken, dat het bijna grappig wordt.
Misschien is het over 30 jaar wel zo, dat het dan 25 jaar geleden is dat de brand hier is uitgewoed. Dat we dan al weer nieuwe steden op de as hebben gebouwd. En dat het al bijna lijkt alsof er weinig veranderd is, als de bomen nu maar wat groter waren. En dat jij daar leeft. En dat anderen daar leven. Dat je een kleine dief geweest kunt zijn of corrupt of erger - maar waren we dat niet allemaal – want het was hij of ik - en dat soort toestanden. Bloed aan de ziel hebben en toch een wandeling maken in het park, de wekker zetten of boodschappen doen.
Dan zal iemand misschien overwegen ‘Het vuil, de stad en de dood’ eens op te gaan voeren, omdat het zo treffend aan de tijdgeest lijkt te raken, dat het bijna grappig wordt.
Daar niet meer
Ik loop de ETOS in en kruis het pad van een man die er net uitloopt, zichtbaar met een stevige doos condooms onder de arm geklemd. Bij de kassa zijn twee dames.
- "Zo’n type! Je kunt je toch niet voorstellen dat die wel eens seks krijgt?"
- "Pff, die gebruikt ze om met zichzelf te spelen, kan niet anders."
Ze liggen blauw. Eéntje hervat zich en keert zich naar mij:
- "Waar kan ik u mee helpen?"
- "Ehh, doet u mij maar een doosje paracetamol."
Ik heb eigenlijk nooit hoofdpijn.
- "Zo’n type! Je kunt je toch niet voorstellen dat die wel eens seks krijgt?"
- "Pff, die gebruikt ze om met zichzelf te spelen, kan niet anders."
Ze liggen blauw. Eéntje hervat zich en keert zich naar mij:
- "Waar kan ik u mee helpen?"
- "Ehh, doet u mij maar een doosje paracetamol."
Ik heb eigenlijk nooit hoofdpijn.
maandag 3 maart 2008
Jeff Healey
Dat Jeff Healey overlijdt, ongeveer terwijl ik een soort gedicht over muziek maak, moet natuurlijk geheel aan het toeval toegeschreven worden. Wonderlijk is het wel.
As The World Burns
Briljante nieuwe formule voor het 8 uur journaal, met hoofdrollen voor Katja Schuurman (presentatie) en Georgina Verbaan (duiding). Wij hopen voor de toekomst op medewerking van Geert Wilders, die elke dag het weer uitscheldt voor alles wat lelijk is.
zondag 2 maart 2008
Koortsdag (2)
Het is koortsdag.
Koortsdag is het om de paar maanden.
Dat is goed.
Want nog niet zo lang geleden was het om de paar weken koortsdag. De cellen van mijn liefje maken van koolhydraten suiker én een beetje gif. Net genoeg om de kleine hersenen klein te houden.
Dat is fout.
Het maakt de patiënt vrolijk van nature en wat minder goed ter been.
Daar kun je mee leven.
En kwetsbaar voor infecties.
Daar ga je aan dood.
Of, zoals de ter zake kundige medicus het uitdrukt: "Daar hebben we géén goede ervaringen mee." Eén op vier onderstreept die conclusie voor het tiende levensjaar.
Nog zes jaar, vier weken en 2 dagen te gaan.
Het is de avond van koortsdag.
De thermometer staat op 39.4.
Slaap lekker liefje, slaap lekker.
Koortsdag is het om de paar maanden.
Dat is goed.
Want nog niet zo lang geleden was het om de paar weken koortsdag. De cellen van mijn liefje maken van koolhydraten suiker én een beetje gif. Net genoeg om de kleine hersenen klein te houden.
Dat is fout.
Het maakt de patiënt vrolijk van nature en wat minder goed ter been.
Daar kun je mee leven.
En kwetsbaar voor infecties.
Daar ga je aan dood.
Of, zoals de ter zake kundige medicus het uitdrukt: "Daar hebben we géén goede ervaringen mee." Eén op vier onderstreept die conclusie voor het tiende levensjaar.
Nog zes jaar, vier weken en 2 dagen te gaan.
Het is de avond van koortsdag.
De thermometer staat op 39.4.
Slaap lekker liefje, slaap lekker.
Een soort gedicht over muziek
Zonder angst
Zo om de paar weken maakt ze haar eigen graf schoon. Ze wiedt het onkruid en tuttert wat rond de steen, waarop ruimte voor haar naam en kengetallen is uitgespaard. Als het kerkhof niet toevallig precies op de weg van haar huis naar de C1000 had gelegen, dan was ze – denk ik - om de paar maanden gegaan. Dat gebeurt allemaal zonder een spoor van angst en ook zonder een spoor van cynisme.
zaterdag 1 maart 2008
donderdag 28 februari 2008
De Jezus in mij
Droomde mij vanacht het schuldgevoel en de spijt van een verschrikkelijke zonde, die ik persoonlijk nooit begaan heb.
woensdag 27 februari 2008
Chique bakker
- "Meneer, ik neem er al jaren elke morgen één als ontbijt en ik durf u te zeggen dat onze gevulde koek de geest verkwikt en het lichaam restaureert."
- "Doet u er dan maar twee."
- "Doet u er dan maar twee."
dinsdag 26 februari 2008
Cliffhanger (1)
Een steeds indringender elektrisch geluid wekte hem. Of nee, het wekte Klara, die hem wakker schudde. "Je GSM gaat." Zijn rechterarm begon te trillen. Onbeheersbaar. Hij sprong uit bed en viste snel de telefoon uit z’n broek, die over een stoel hing.
Leonora verveelt zich
Uit 256 miljoen kleuren
Kiest ze grijs, vandaag
Buitenissig alias blijft steken
Op het puntje van haar tong, vandaag
Leonora verveelt zich
Morgen is er weer een dag
Kiest ze grijs, vandaag
Buitenissig alias blijft steken
Op het puntje van haar tong, vandaag
Leonora verveelt zich
Morgen is er weer een dag
maandag 25 februari 2008
zaterdag 23 februari 2008
Imperfecte driehoek
Trage pad (als literator), psychopaat (als zichzelf), zondagskind tegen wil en dank (als ik-figuur).
Ikoon
Uitgewoonde plee met – verborgen in een bovenhoek – een gelig kastje met opschrift: 'Odorite International. Made in U.S.A.'. Daar ruikt het dus hoe dan ook naar roosjes.
vrijdag 22 februari 2008
06-relatieprobleem
"Het lijkt háár niet te storen, maar die neus zit gewoon in de weg bij het vrijen."
donderdag 21 februari 2008
woensdag 20 februari 2008
Perceptie
- "Prettig dat we dit nu eens rustig hebben kunnen bespreken. Zeker omdat ik bij die vorige bijeenkomst een beetje recalcitrant was."
- "Gek, eigenlijk. Ik kan me helemaal niet herinneren dat jij daar bij was."
- "Gek, eigenlijk. Ik kan me helemaal niet herinneren dat jij daar bij was."
Gastvrij in Amsterdam
- "Ja, welkom hoor, mooi uitzicht hé? Maar let dan niet op die verschrikkelijke nieuwe lantarenpalen – noemt de gemeente kunst, nou het zal wel – of op dat zogenaamd grappige hondenhok met die hond ernaast, want dat staat er dus alleen maar omdat daaronder een gat zit met een of andere fout aangesloten leiding en, dat heb ik ook meteen gezegd tegen die mensen, in plaats van nou die fout te herstellen zetten ze er een hondenhok op. En begin me niet over dat bankje hier voor de deur, dat ze met de kop op de wind plaatsen, waardoor je er welgeteld een dag of vijftien per jaar lekker op kunt zitten – je zou denken: je kunt hier toch beter iets neerzetten waar mensen kunnen schuilen voor de regen…"
- "Euh, mevrouw, mag ik twee pils, alstublieft?"
- "Euh, mevrouw, mag ik twee pils, alstublieft?"
dinsdag 19 februari 2008
Sturm und Drang
- Net je diploma Multimedia? Mooie studie, lijkt me.
- Hmm, zeker…
- ….
- ….
- Heb je een bepaalde richting waarin je je in het bijzonder interesseert?
- Mwaah…
- ….
- ….
- Hmm, zeker…
- ….
- ….
- Heb je een bepaalde richting waarin je je in het bijzonder interesseert?
- Mwaah…
- ….
- ….
maandag 18 februari 2008
Loterijverliezers
Ik stelde mij zo voor dat er wel een enorme vraag naar moest zijn: het eerste serieuze managementboek over succesvol innoveren door- en voor niet-genieën en loterijverliezers. Het idee werd uiteraard weggehoond.
Hardnekkige kwinkslag
Al bij de koffie floepte ie eruit: de kwinkslag waar het hele feest op ging teren. Na een uurtje kwam hij – met een schaal vlammetjes – voor de eerste keer terug langs bij zijn oorsprong. In het tweede uur (bitterbal, mini-frikadel en een verrassende combi die gretig aftrek vond: dim sum met frietsaus) werd de cirkel drie keer gerond en in het derde uur (voorgerechtenbuffet) vijf keer. In het vierde uur had iedereen z’n mond vol met andere dingen. In het vijfde uur was hij nog slechts prooi voor vertellers die zeer slecht ter been waren, maar niet ten dode opgeschreven.
zaterdag 16 februari 2008
Moreel kompas
Tante - onbestemde tachtiger - heeft een ferm besluit bekrachtigd met een daad: al een volle week is ze terug van twee sloffen Belga's in de week naar één.
In flarden
…dat iemand zegt dat het een mooie dag is om dood te gaan – omdat het zo koud is en toch heel licht - en dat je dan later denkt, ja zo was het ook…nou, dan denk je toch bij jezelf…
woensdag 13 februari 2008
Minimaal
Soms ook ben ik Minimaal, een wat dommige jongen, die altijd door zijn moeder in bescherming genomen wordt, als hij hier of daar in de problemen komt. Zijn moeder wordt beurtelings gespeeld door mijzelf en door Ban, wat nooit problemen oplevert, want wij begrijpen haar volkomen. Ban zelf wordt overigens glansrijk vertolkt door Stempotlood en SlimSlakje.
dinsdag 12 februari 2008
zondag 10 februari 2008
Genept
- "Ben genept."
- "Joh…"
- "Yep."
- "Tsss…"
- "Ach ja..."
- "Evengoed klote."
- "Mag je wel zeggen."
- "Joh…"
- "Yep."
- "Tsss…"
- "Ach ja..."
- "Evengoed klote."
- "Mag je wel zeggen."
vrijdag 8 februari 2008
Omissie
Een vaste lezer voelt zich tekort gedaan omdat in het voorgaande niet gerept wordt van het feit dat hij op het punt staat de trein naar Berlijn te nemen. Na een korte tussenstop te Parijs gaat het dan op naar Madagaskar. Het is maar dat u het weet.
Voor de zekerheid verklaar ik hierbij dan ook maar dat er in de omgeving nog sprake is van:
- een huisje in Tsjechië
- een stedentrip naar Liverpool
- een bos in de Ardennen (te koop, meen ik)
- iets met New York
- onthechting in de buurt van Laos (dacht ik)
- een kans in Barcelona
- iets dat niet doorging vanwege waterpokken
- familiebezoek in Zuid-Afrika
- een poging tot import van poncho’s uit Bolivia
- een vaste stek in Gent
- een geliefde in Middelburg
- schande die gesproken wordt vanwege een stel Canadezen die vandaag zijn geland en waarover het gerucht gaat dat de gastvrouw ze in een restaurantje in een Vinex-buurt laat eten in plaats van in onze prachtige historische binnenstad
- een negatief reisadvies voor Kenia
- een uitwedstrijd in Nicaragua - altijd lastig
Het een en ander heeft niet de pretentie van een volledig overzicht.
Voor de zekerheid verklaar ik hierbij dan ook maar dat er in de omgeving nog sprake is van:
- een huisje in Tsjechië
- een stedentrip naar Liverpool
- een bos in de Ardennen (te koop, meen ik)
- iets met New York
- onthechting in de buurt van Laos (dacht ik)
- een kans in Barcelona
- iets dat niet doorging vanwege waterpokken
- familiebezoek in Zuid-Afrika
- een poging tot import van poncho’s uit Bolivia
- een vaste stek in Gent
- een geliefde in Middelburg
- schande die gesproken wordt vanwege een stel Canadezen die vandaag zijn geland en waarover het gerucht gaat dat de gastvrouw ze in een restaurantje in een Vinex-buurt laat eten in plaats van in onze prachtige historische binnenstad
- een negatief reisadvies voor Kenia
- een uitwedstrijd in Nicaragua - altijd lastig
Het een en ander heeft niet de pretentie van een volledig overzicht.
Kippendief
Die twee? Zitten in Paramaribo. Komt mooi uit, want dat kennisje, die nu voor vast in Wales schijnt te wonen, gaat ook. Kunnen ze lekker gaan fietsen in Nickerie. Daar zijn ze alle drie eigenlijk nog nooit echt geweest, maar Dinges was zo vriendelijk te zeggen waar ze goedkoop fietsen kunnen huren, want die komt er net vandaan. Nu bedenk ik me ineens dat ik kaartjes over heb want Die-en-die zit dan in Spanje. Dus het treft dat Zus-en-zo dan net terug is van de Antillen, want dan wil hij ze misschien wel hebben. Of anders m’n neefje. Tegen die tijd is ie klaar met zijn ontgroeningstrip door Australië en Indonesië. Als je ‘m nog wil zien moet je wel snel zijn, want de week daarop gaan ze met de hele familie naar Costa Rica, waar ze geïnvesteerd hebben in een strandtentje. Dat wordt trouwens gerund door die werkstudent die vorig jaar in het huis van Hoe-heet-ze-ook-alweer zat, toen die in Singapore was. Ach ja. Hoe-heet-ze-ook-alweer. Heb ik ook al tijden niet meer gezien…maar we hebben een afspraak, net als ze terug is uit Vietnam…wist je trouwens dat dat vrouwtje waar je zo leuk kon logeren tussen Paramaribo en Zanderij vermoord is door een kippendief?
zondag 3 februari 2008
Anna Karenina voor beginners
Er was een man op de radio die misschien tien minuten volpraatte van een uur. In die korte tijd wist hij twee keer te noemen dat hij een huis in Frankrijk heeft – waar het goed lezen schijnt te zijn en waar de lokale bevolking een voorbeeld van wereldburgerschap mag heten voor de benepen randstedeling waar hij het uiteindelijk toch allemaal voor doet. Ook vertelde hij dat hij Belangrijke dingen weet die wij niet weten. Dat komt dan weer door dat boeklezen ("Vijf-en-dertig keer Anna Karenina, meneer! Na vijftien keer kreeg ik het inzicht dat ze daar eens een film van moesten maken."), in combinatie met het vruchtbare en verlichtende contact met de plattelandsbevolking in zijn onbeduidende departement. En dat het zijn hogere doel is ons daarvan middels een liedje en een praatje kond te doen. Jammer genoeg paste het antwoord ten aanzien van zelfs maar de kleinste levensvraag niet in het programmakader of zo. Dat had het één en ander natuurlijk wel wat meer urgentie kunnen geven. Wij moesten het doen met de mededeling dat we de ziener aan het werk konden zien in diverse theaters in de buurt, waaronder Amersfoort en Dordrecht.
donderdag 31 januari 2008
Een fout lijntje
Er was een vrouw en het eerste wat opviel was dat ze onnatuurlijk veel – of dik - haar had. Duidelijk was ook dat ze moe was, uitgeput meer. Maar het was nog vroeg, er moest nog het één en ander gebeuren en ze hield er op bewonderenswaardige wijze de moed in. Zeker als je bedenkt dat ze vanaf het moment van binnenkomst een bloedneus had, die niet te stelpen was. Na een half uurtje hield ze het toch voor gezien, nu haar zakdoek verzadigd was en het bloed door haar vingers begon te sijpelen. Vrouwen van die leeftijd hebben soms nog een echte zakdoek.
zondag 27 januari 2008
Radicaal
Daar ben je weer eens onderweg, bepakt met nieuwe impressies die zo vertrouwd overkomen dat ze wel onder routines gerekend moeten worden. Het is het speelveld dat sleets en krap wordt. Alle mogelijkheden beproefd en alle varianten geanalyseerd. En de enige list die je kunt verzinnen vraagt om een kleiner bord.
zaterdag 26 januari 2008
Geestig
"Hoe lang is het nou geleden dat ik uit de dood ben opgestaan? Ik tel nog in maanden", zegt hij. Aan zijn troebele ogen zie ik dat hier geen woord van gelogen is. De rest ben ik glad vergeten. Misschien hebben we wel een plan gemaakt.
donderdag 24 januari 2008
Bij de Chinese kruidendokter
Altijd al gezocht!
Langste weg van eerste peuk
naar laatste ademtocht
Hepkoe: drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen, 11 unieke woorden, de eerste en laatste regel rijmen. Formule van Mhirr, happyvpro.nl.
Langste weg van eerste peuk
naar laatste ademtocht
Hepkoe: drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen, 11 unieke woorden, de eerste en laatste regel rijmen. Formule van Mhirr, happyvpro.nl.
maandag 21 januari 2008
Rozijntje
Zonet zag ik een vrouw van vroeger. Ze had nog hetzelfde flamboyante kapsel - een royaal uitgevallen vogelnest, waar hier en daar een vuurrode dreadlock uitstak. Maar het gezicht onder dat enorme haar was nu precies een rozijntje.
vrijdag 18 januari 2008
Loopritme
Het is 23.48 uur als ik aanloop en 23.49 uur als ik voel dat ik een prettig loopritme te pakken heb. Om 23.51 uur zet een vrouw in een fleezetrui haar vuilniszak buiten in de Loeff Bergmacher. Ze voelt het weer, dat ergens al iets van voorjaar belooft en kijkt eens tevreden in de lucht. Dan hoor ik glas versplinteren, vanuit het straatje van de Venezolaanse hoeren, direct gevolgd door de stem van een razende kerel. Het trauma dat daar ontstaat omvat ons als een droogvriezende wind. De vrouw haast zich naar binnen. En ik concentreer me op het loopritme. Weg, weg, zo ver mogelijk weg.
donderdag 17 januari 2008
maandag 14 januari 2008
vrijdag 11 januari 2008
Bederf (1)
Op een lauwe januaridag, precies dertig jaar geleden, fietste ik tussen Westerhoven en Dommelen en droomde mij een toekomst als terrorist.
Onder controle
"Op een dag maak ik daar een toneelstuk van dat niet te spelen - maar enkel te lezen valt."
donderdag 10 januari 2008
Zeezicht
Wij stonden tot onze knieën in een brei van modder, gebroken stenen en verrot hout. Er was ijzige motregen en het waaide. En de tijd ging onwaarschijnlijk traag en we konden maar niet vinden wat we zochten. Op nog geen drie meter afstand was een raam, dat inkijk bood in een grote kamer – een zaal meer. Aan de muur hingen schilderijen. In het midden zat een prachtige vrouw aan een bureau met een glazen blad. Haar blik ging nergens heen, ze verroerde zich totaal niet. Waardoor de gedachte postvatte dat ze misschien zelf een kunstwerk van een of andere soort was. Ik besloot het ‘Zeezicht’ te noemen.
dinsdag 8 januari 2008
Afknapper
In 1940 slaat een Spanjaard Leon Trotsky met een ijsbijl op z'n kop. In Mexico-Stad. Trotsky, dodelijk gewond, heeft toch nog oog voor de situatie. Tegen zijn lijfwachten - die de aanvaller te grazen nemen - zegt hij: "Vermoord hem niet! Deze man heeft een verhaal te vertellen." Spannend, tot dusverre. Je verwacht nu uitleg. Waarom een ijsbijl en waarom geen gemakkelijk te verstoppen klein vuurwapen of een knipmes of een telescopische ploertendoder en hoe komt die ijsbijl in Mexico en is daar door iemand heel lang en diep over nagedacht en welke redenering is dan gevolgd en nog veel meer van dat soort zaken die je details kunt noemen, maar die toch vraagtekens oproepen. Niets van dat alles is ergens terug te vinden.
maandag 7 januari 2008
In het donker
Van jou wist ik alles. En jij van mij. Tot en met de codes van ons DNA die ons ontwrichten en verbinden. Maar nu zie ik je daar, in een donker uithoekje en in ander licht - en jij mij. Het treft als de bliksem: we weten niets en zo is het goed. Wij hebben het eeuwige leven.
vrijdag 4 januari 2008
donderdag 3 januari 2008
Het is ook nooit goed
Hij vertelt dat ie eerst iets heel anders deed, maar dat ie nu al een tijdje in de piercings zit. Want dat andere, dat was allemaal routine. En ja, als je eenmaal weet hoe de hazen lopen en dat soort dingen, dan is dat dus al met al niet erg leerzaam en uitdagend meer.
Hij spuugt zijn woorden min of meer in je gezicht. Je merkt dan maar eens uit beleefdheid op dat de piercing-business inderdaad vast veel dynamischer is, terwijl je probeert een wat comfortabelere afstand tot stand te brengen tussen zijn hoofd en het jouwe.
"Mwah", zegt ie dan. "Daar moet je je ook niet op verkijken. Het is tachtig procent tepels. En als je er één gezien hebt, dan ken je ze allemaal wel zo’n beetje."
Hij spuugt zijn woorden min of meer in je gezicht. Je merkt dan maar eens uit beleefdheid op dat de piercing-business inderdaad vast veel dynamischer is, terwijl je probeert een wat comfortabelere afstand tot stand te brengen tussen zijn hoofd en het jouwe.
"Mwah", zegt ie dan. "Daar moet je je ook niet op verkijken. Het is tachtig procent tepels. En als je er één gezien hebt, dan ken je ze allemaal wel zo’n beetje."
Onbreekbaar
"Echt?"
"Absoluut."
"Dus ik kan…"
"Je gaat je gang maar."
….
"Oh, kijk nou!"
"Já hoor! Breng je ‘m zelf even terug naar de winkel?"
"Absoluut."
"Dus ik kan…"
"Je gaat je gang maar."
….
"Oh, kijk nou!"
"Já hoor! Breng je ‘m zelf even terug naar de winkel?"
woensdag 2 januari 2008
Ode aan Eindhoven
Daar troffen wij in de oude platendoos zomaar een ode aan Eindhoven. Op de LP 'God's Favourite Dog'. Door de Butthole Surfers. Maar toch.
Edele viervoeter
"Dus als ik dat even snel uitreken, dan heb jij in je leven al ruim anderhalf paard opgegeten."
Abonneren op:
Reacties (Atom)
