woensdag 27 augustus 2008

De chemie van een goed humeur

Ik kon me er wel in vinden en er is ook veel voor te zeggen: het leven geschetst als een steeds smaller, donkerder en kouder wordende tunnel, bevolkt met figuranten die zomaar kunnen opduiken om je zonder duidelijke aanleiding met één welgemikt schot uit je lijden te verlossen – wat wel mooi zou uitkomen, want je bent daar zelf ondanks alles toch te schijterig voor.

Zo zaten we daar wat te somberen over het eindeloos beschikbare ondersteunend bewijs voor het één-en-ander, totdat we via een nu onnavolgbare weg bij seks uitkwamen. Alles weg. In één ogenblik verdampt. Vergeten. Ander onderwerp. Ben ik al bruin? Zullen we biefstuk eten? Morgen koop ik nieuwe schoenen. Banaal misschien, maar tegen de chemie van een goed humeur verlies je het altijd.

woensdag 20 augustus 2008

Mijn jaren '80

En toen wás ik een keer uitgenodigd door Wijnand Duyvendak om mee op dievenpad te gaan, heb ik me verdorie verslapen.

maandag 18 augustus 2008

Middenstander in zee

Een lelijke wind uit het noordwesten had gisteravond het strand allang leeggeblazen, toen ik op het rampzalige idee kwam eens te gaan zwemmen. Zo gebeurde het dat ik samen met een middenstander in een aflandige stroming geraakte, waartegen elk verzet eigenlijk nutteloos was. We waren verder moederziel alleen en redding was niet te verwachten. Terwijl we zo ieder voor ons leven vochten, verspilde de middenstander z’n adem met verhalen over hoe hij bestolen werd door z’n eigen personeel, over bedrieglijke bankbreuk, over hoe huurders van een bepaald slag de waarde van onroerend goed ongunstig beïnvloeden en nog zo wat zaken die je leert in het handelsverkeer, maar waar mij het fijne van ontging. Misschien kwam dat ook omdat onze kansen nogal ongelijk waren en ik me daar zorgen over maakte. Hij moest echt zwemmen en ik had een bodyboard waarop ik me drijvende kon houden. Wat me bezighield was hoe lang het zou duren voordat hij met het voorstel zou komen het te delen. En hoe lang het daarna nog zou duren voordat hij tot het onontkoombare besluit zou komen dat maar één van ons het zou kunnen redden met dat schamele beetje drijvend vermogen. Totdat de stroming ons wonderlijkerwijs de andere kant op duwde, terug naar het strand. We spoelden aan en terwijl we rillend van de kou terugliepen naar ons punt van vertrek bedankte hij me voor het fijne gesprek.

Sterfhuis

Het gaat altijd sneller dan je denkt. Ineens is dat huis een sterfhuis en daar ligt ie dan. Niks meer te kiezen, door verzorgers omzoomd met stompzinnige prullen die je straks kunt wegsmijten omdat de stank van pijnstillers en bederf er niet meer af te wassen is. Ik zou nog wel wat willen zeggen - je voelt je ertoe verplicht, eigenlijk – maar er schiet me niets te binnen. Dan zie ik daar een oude krant en ik lees de volledige einduitslag voor van de Tour de France: "Eén: Jan Ullrich; twee: Richard Virenque; drie: Marco Pantani: vier: Abraham Olano; vijf: Fernando Escartin…" En zo verder. Mijn monotone voorleesstem lijkt een kalmerende werking te hebben op de stervende, maar ’t kan ook wel zijn dat ik me dat verbeeld. Buiten schijnt de zon en er staat een aangenaam windje.

maandag 11 augustus 2008

GranTourismo


donderdag 24 juli 2008

Le Dialogue Intérieur

(….)
(….)

woensdag 16 juli 2008

Nachtwinkel

In mijn winkelwagen ligt iets van groente en er staan meen ik ook een paar glazen potten met Bockworst en ik ben bezig er blikken bier bij te zetten – als een man naast me opduikt en hard met z’n wijsvinger in m’n zij prikt. Z’n vinger glijdt zo door m’n huid naar binnen en ik voel m’n ingewanden aangeraakt worden. "Daar zou u direct iets aan moeten laten doen", zegt de man. "Getver", denk ik, "hij heeft gelijk."

vrijdag 11 juli 2008

EFCE's Breaking Shownieuws

- Kort bericht van persbureau Novum -

Madonna verliefd op zichzelf

Madonna is verliefd op zichzelf. Dat zegt haar broer in zijn boek ‘Life With My Sister Madonna’.

- einde bericht -

Blootshoofds en stilzwijgend

Hoe je een dik boek nu eigenlijk te lijf moet, heb ik geleerd van Lambiek en Sidonia uit Suske en Wiske, die je normaal weinig anders ziet lezen dan de gazet en die dan plots op zo’n boek stuiten (De drie musketiers) en – schouder-aan-schouder - aan het lezen slaan en niet meer stoppen kunnen en daardoor de aardappelen laten overkoken en overal overheen struikelen enzo, en die de laatste bladzij uitlezen met een pan op hun kop en een bezemsteel in de hand. Als het boek wordt dichtgeklapt, is dat niet het einde maar dan slaken ze een strijdkreet en zijn ze juist pas goed begonnen, zoals je begrijpen zult.

Ik lees een dik boek. Met zo’n 600 dichtbedrukte bladzijden en hele kleine letters en zonder plaatjes mag je het wel een dik boek noemen, vind ik. Het is ook weer niet een té dik boek, want ’t is allemaal heel boeiend, dus ik lees er op geëigende tijden elke avond wat in en op een dag zal het uit zijn en zal ik het in de kast zetten. Blootshoofds, met lege handen en stilzwijgend. Saaie man!

zaterdag 5 juli 2008

Ondeelbaar

Oh, lieve strijdmakker – we zijn bloed en as en zoveel dingen waar je niet meer – nee nooit – over praten moet. Laat me niet los. Als we nou maar ondeelbaar zijn – dan kan jij weer en dan ben ik nog.

vrijdag 4 juli 2008

Onbekwaam

Door het raam komt de basistoon van de stad binnen – die tussen 3 en 4 op z’n dunst is, maar nooit onherkenbaar wordt. Ter onderbreking worden korte, onaangename scènes gespeeld, die geen enkel ander doel lijken te hebben dan mijn totale onbekwaamheid voor wat dan ook aan te tonen - bijvoorbeeld één waarin ik hulpeloos goochel met vier loodzware Volvo-wielen. Het decor is steeds weer spuuglelijk en wat hebben ze in godsnaam met het licht gedaan?

donderdag 3 juli 2008

Visie

Ineens kon ik een verschil benoemen, een positief verschil: ik zág véél scherper – in de zin van => wáárnemen => doorzien => samenvatten => oordelen.

Je begrijpt, dan wil je ook alles zien wat er te zien valt. Dus ik richtte de trefzekere nieuwe blik op de naaste omgeving en oordeelde er op los: bedrieger, lastpak, nietsnut, zwerver-in-de-dop, leugenaar, kruimeldief, compulsief overspelige - en zo verder.

Na verloop van tijd merkte ik toch op dat de oordelen generieker van aard werden, in de trant van: klootzak, sukkel, stom wijf, etter, lul. De nieuw verworven gave had nog iets teveel weg van eenvoudig chagrijn om écht van nut te kunnen zijn.

Ik schrokte gauw een bospeen en zes droge kaakjes naar binnen en spoelde alles weg met een halve fles spa, waarna ik me al wat beter voelde, maar niet véél beter.

woensdag 2 juli 2008

Wegtrekker

Al met al viel het niet tegen. Eén zuivere wegtrekker en verder de hele dag de rare sensatie dat al je tanden plots los in je mond lijken te zitten.

maandag 30 juni 2008

Dag nul

Sterft, gij oude vormen en gedachten!
Slaafgeboornen, ontwaakt, ontwaakt!

Volgens mij is er de afgelopen dertig jaar geen foto van mij gemaakt zonder sigaret. Want zie je, ik rook nogal. Iemand heeft daar zelfs eens een best wel ontroerend gedicht over gemaakt – dat vond ik een hele eer en toch ben ik het kwijtgeraakt.

Sommige mensen hebben het maar gemakkelijk. Neem mijn vader. Veertig jaar lang genoeglijk pijpjes gerookt. Van de ene op de andere dag gestopt: na een herseninfarct helemaal vergeten dat hij de dag tevoren nog rookte of wat een pijp was en jammer genoeg ook waar mes-en-vork en het alfabet voor dienden en nog zo wat van die praktische dingen.

Nu wacht ik al zeker tien jaar op de doorbraak van een veelbelovende verslavingstherapie uit Israël. Je wordt drie weken in coma gehouden, waarna je als een nieuw en sterk verbeterd type mens wakker wordt. Geen centje pijn – wéér zo’n belofte uit die hoek die nooit uitkomen zal.

Het is dag nul van mijn mini-Genesis en de Schepper heeft het knap benauwd, nu het aftellen is begonnen.

Dag nul laat er dan ook geen gras over groeien en strooit kwistig met ongunstige voortekenen. Zo was ik vannacht op de roltrap die gaat van het busstation naar het treinstation. Het was druk en warm en ik werd opgehouden. De laatste trein kon elk moment vertrekken. Ik begon om me heen te slaan en zag een nette vrouw met een geruit koffertje achterover vallen. Ze sleurde alles en iedereen mee. Het geraas van die bussen, dat was oorverdovend. En. Het. Raakte. Me. Allemaal. Niet.

maandag 23 juni 2008

Suppletie

In de verte zie je een werkboot die blubber verzamelt- en onder hoge druk in een roestig maar nog solide ogend buizenwerk perst. Suppletie. Het zal dáár wel een rotlawaai zijn, maar hier aan wal geeft het juist een geruststellend, bijna liefelijk geluid. Zachtschurend schieten tonnen zand langs je heen, naar een bestemming buiten je blikveld.
Zo nu en dan wordt de monotonie onderbroken. Al van verre hoor je dat er iets komt. Iets dat holderdebolder meegevoerd wordt met de stroom. Een steen, denk je. Of een groot, ongelukkig schaaldier. Of die mobiele telefoon of die sleutelbos. Je bent hier al zoveel verloren. Je tante Leun, bijvoorbeeld, die iets verderop is uitgestrooid. Niet ondenkbaar dat ze nu wordt opgepompt, zo meteen langs komt suizen en strand wordt. En weer wegspoelt. En weer strand wordt. En zo verder.

donderdag 19 juni 2008

Moeilijk haar

"Reken maar nergens op. Meisjes met moeilijk haar komen altijd te laat."

maandag 16 juni 2008

Wolkbreuk

Het was een bui zoals in Taxidriver: duister, dreigend, luidruchtig. Maar dan in Geldermalsen. Roestige treinstellen en twee aan elkaar vastgeklonken fietsen. Het had allemaal geen kwaad in de zin en liet zich dan ook niet wegspoelen.

vrijdag 13 juni 2008

Niets is wat het lijkt

Een man – die een gangster speelt – geeft een vrouw – die een kerstboom doet – een drankje - dat een tropisch eiland verbeeldt. De man grijnst, de vrouw kirt, het drankje licht op in het donker.

Blindganger

Dat je dat dinges daar ziet en tot drie telt en doet wat moet en dat je tegen beter weten in (positie, positie!) toch blijft kijken en een zwak-gele potloodstreep getrokken ziet worden (het is niet meer in jouw handen) en dat die streep dan eindigt in een punt en dat het dinges dan natuurlijk weg is en dat je het wel zou weten als je drie wensen mocht doen en dat dan ineens de zon opkomt en er alvast één is vervuld.

woensdag 11 juni 2008

Bouwdoos voor luilakken

Fundamenten gelegd
Werkprocessen uitgetekend
Sleutelposities ingevuld
Lastige discussie - maar constructief
Onzekerheden opgeruimd
Afgebakend en dus helder
Met de ogen van de klant
Langs nieuwe lijnen
Samen aan de slag
Klaar.

maandag 9 juni 2008

Na het feest

Vrede. Zonneschijn. Maagzuur.

donderdag 5 juni 2008

Vluchtelingen

het was zo’n dag als deze, maar dan lang geleden,
dat iets voorbij die ouwe troep van bloed en tranen
en onverzekerbare schades,
dus precies aan de rand van die onmetelijke vlakte
van gewoonte en verveling,
net toen het doorschemerde
dat dit het misschien wel zijn moest,
een vervelende God
- die evenwicht eist en middelmaat en suffe rituelen –
zich eens lelijk vergiste door ons te laten ontsnappen.

vluchtelingen in de liefde.
tot vandaag. en verder. en verder. altijd verder.

woensdag 4 juni 2008

Hoe dat gaan kan

Nu was ik werkelijk razend op die vent. Meters over mijn toch ruim getrokken grenzen gegaan. En dat heb ik hem laten weten ook. Dacht ik. Belt ie op. Luchtig, vrolijk zelfs, zich van geen kwaad bewust, eigenlijk. En of ik z’n koelkast nog hebben wil. Met vrieskastje en zgan – want hij is netjes op z’n spullen - en voor niks. Tja, dat lijkt me wel wat, zo’n koelkast.

maandag 2 juni 2008

Nagekomen bericht: Hole in the ground




Er kwam nog een vage herinnering op, die in werkelijkheid zo bleek te gaan:

THE HOLE IN THE GROUND
by Bernard Cribbins

There I was, a-digging this hole
A hole in the ground, so big and sort of round it was
There was I, digging it deep
It was flat at at the bottom and the sides were steep
When along, comes this bloke in a bowler which he lifted and scratched his head

Well we looked down the hole, poor demented soul and he said

Do you mind if I make a suggestion?

Don't dig there, dig it elsewhere
You're digging it round and it ought to be square
The shape of it's wrong, it's much much too long
And you can't put a hole where a hole don't belong

I ask, what a liberty eh
Nearly bashed him right in the bowler

Well there was I, stood in me hole
Shovelling earth for all I was worth
There was him, standing up there
So grand and official with his nose in the air
So I gave him a look sort of sideways and I leaned on my shovel and sighed

Well I lit me a fag and having took a drag I replied

I just couldn't bear, to dig it elsewhere
I'm digging it round 'cos I don't want it square
And if you disagree it don't bother me
That's the place where the hole's gonna be

Well there we were, discussing this hole
A hole in the ground so big and sort of round
Well it's not there now, the ground's all flat
And beneath it is the bloke in the bowler hat.

And that's that!

Non sequitur

Op een comfortabele afstand kijk ik naar een man die een gat graaft. Hij heeft het tempo er goed in en al na korte tijd zie ik eigenlijk alleen z’n nek en schouders nog en –met een ijzeren ritme – steeds een flits van de schep en zijn armen. Dan stopt het scheppen en de man kijkt over de rand van z’n kuil om zich heen. Hij ziet me, hij wenkt en ik loop naar hem toe. Ik kijk naar de man en het gat. Het gat is diep en vrij smal. Hij is wat dikkig en hij zweet behoorlijk. Z’n bijna kale kruin is precies ter hoogte van m’n voeten. Hij vraagt:
- "Wil je me even helpen om er uit te komen?"
Ik zoek een stukje grond waar ik voldoende houvast meen te hebben om hem omhoog te hijsen en ondertussen denk ik: ik zou het gat gemakkelijk kunnen dichtgooien. Met jou erin. Je zou eerst verbaasd zijn, dan misschien willen schreeuwen, maar het zand zou je stem al gauw verstikken. En weg. Gaat er dan iemand naar je op zoek? En zal iemand je hier ooit vinden?
De man kijkt me nu aan met ogen die tot spleetjes zijn samengeknepen (er zit zand in z’n wimpers) en zegt met zachte stem:
- "Non sequitur."
- "Hé, wat?"
- "Non sequitur, dat volgt er niet uit."
Zie je, ik spreek geen Latijn, overdag.

woensdag 28 mei 2008

Impulsaankoop


dinsdag 27 mei 2008

McGonagall



Dit is William Topaz McGonagall (1825-1902). Algemeen beschouwd als allerslechtste dichter ooit. Ook door zichzelf, maar zijn roeping was sterker: "The most startling incident in my life was the time I discovered myself to be a poet, which was in the year 1877." Volgens een BBC enquête is hij momenteel in het Engelse taalgebied de op één na beroemdste Schotse dichter. Een bundel met 35 schandalig slechte gedichten leverde laatst op een veiling 8.300 euro op.
Tja, dan kun je zeggen: het gaat nergens over, maar straf is het wel.

maandag 26 mei 2008

De beleefde arrestant

Om het leerpunt te onderstrepen steekt hij z’n vinger priemend in de lucht. De boeien trekken z’n andere hand mee omhoog. Die hangt er slapjes bij om zich zo onzichtbaar mogelijk te maken en het gebaar niet in de weg te staan. "U moet ’t zo zien, heren: met vrouwen is ’t altijd wat."

Verzilting

Er is een dode te betreuren. De moeder verregent naast de deur van de kerk. Tranen spoelen weg, via haar regenjas en de punten van haar schoenen en de granieten stoeprand - zo het afvoerputje in.

donderdag 22 mei 2008

Groen

Bij de rooie brug staat een vrouw voor het stoplicht die zo te zien een vermoeiende nacht lang diensten aan de samenleving heeft verleend. Ze heeft een plastik tasje met rommeltjes en ze draagt een T-shirt dat I NEED LOVE zegt. Zeldzaam treurig. Ik zou haar op de bank willen leggen en koffie geven met koekjes en stevig instoppen en er heel streng op toezien dat ze eens heerlijk ongestoord kan slapen. Het licht springt op groen. Iemand toetert. Alles beweegt. Die bus, die vrachtwagen, dat Opeltje, die vrouw en ik ook.

woensdag 21 mei 2008

Ruilverkaveling

In het halfduister rij ik in m’n auto tussen de weilanden die wij altijd de ruilverkaveling noemden. Er dansen twee vliegjes voor m’n ogen. Ze schrijven elk steeds opnieuw exact hetzelfde patroon in de lucht, de één als spiegelbeeld van de ander. En aan het einde van elke oefening vliegen ze op elkaar af en lijkt het net alsof ze elkaar kussen. De ruilverkaveling stond bekend om z’n ongelukken.

maandag 19 mei 2008

Stadswerken

Dat ik vaak in Overvecht moet zijn is klaarblijkelijk niet al straf genoeg. Daarom heeft god nu een Ambtenaar bij stadswerken aangesteld die alle strategische doorgangs- én sluiproutes dagelijks in een volstrekt onvoorspelbare volgorde afsluit, behalve één.

vrijdag 16 mei 2008

Kreeften en risotto

Een bordje eten als oorzaak van verwarring en ook wel chagrijn. Dat zit zo. Ik ken een kok en die kookte michelinsterren. Een gedoe van jewelste, stel ik me zo voor, met steeds weer de nieuwste lifjes en de hipste lafjes en goede manieren en geklokte tijden en gestijfde boorden en zo verder.
Op een doordeweekse dag, al weer jaren geleden, besloot ie dat ie er schoon genoeg van had en kwam tot een motto: "Nooit zal een teerling de toekomst veranderen''. Vanaf dat moment kookt ie in feite nog maar twee dingen, die samen op één bordje gaan: kreeften en risotto. Dag aan dag, kreeften en risotto. Drie jaar geleden, twee jaar, één jaar, vandaag nog, als je opschiet. Omdat het lekker is en niet heel erg moeilijk – zodat er volop tijd is om wat te drentelen en te keuvelen en zo meer - en wie krijgt er nou ooit genoeg van kreeften of risotto? Licht verteerbaar ook. Over dat motto heb ik dus wat langer gedaan.

donderdag 15 mei 2008

Eendjes

In de vijver bij het museum zwemt een eend met een reeks kuikentjes. Het hele spul komt aan land. Bij mij is een man die een dagje weg is van iets heel belangrijks. We bespreken ernstige zaken. "Zoeken hun boom", mompelt hij voor zich uit, als hij het rijtje langs z’n voeten ziet wandelen. Pardon? "Hun boom. Sommige eenden maken hun nest in een boom. Tot wel tien meter hoog. Direct als die kleintjes geboren worden, gooit de moeder ze eruit. Geeft niks, kunnen ze tegen. Maar ze blijven hun hele leven zoeken naar die boom." Ik kijk ‘m aan, wil iets zeggen, maar slik ’t in. Want wat weet ik van eenden?

woensdag 14 mei 2008

Zo.


dinsdag 13 mei 2008

Onbegrepen signalen (1)

Hier stond een stom, ongeïnspireerd en lelijk geschreven stukje. De titel is dan wel weer veelbelovend, dus die mag voorlopig blijven.

woensdag 7 mei 2008

Vaandelvluchteling

Attentie, niet storen! Dit woord wacht stilletjes op een Google-Bot om voor het eerst opgepikt- en verspreid te worden. Dan is dat maar gebeurd. Een exacte betekenis en aanwijzingen voor toepassing in de Nederlandse taal dienen zich nog te ontwikkelen. De eerste gedachte voor toekomstig gebruik gaat deze richting op:

"Een stroom vaandelvluchtelingen kwam op gang toen Rita Verdonk onder de wapperende driekleur haar overwinningstoespraak afstak."

maandag 5 mei 2008

L'heure bleu: Epiloog

Terug in ++3130 en met een vriend op niet ‘t minste terras om 't een-en-ander eens door te spreken. De serveerster worstelt vrolijk met niet onder controle te krijgen kleingeld en een weerbarstig handheld computergestuurd doorgeefsysteem van al te eenvoudige bestellingen. Er staat een windje, maar dan krijg je ’t toch warm, zo te zien. Bij ons 3e , laatste en daarmee toch niet excessieve pintje voegt ze ons toe: "Ahh nee, niet wéér, hé?" ’t Is misschien niet leuker, maar wel gezonder en het is altijd goed je plaats te kennen, als mens die ook klant is en zich te schikken heeft naar kleingeld en elektrische doorgeefsystemen.

L'heure bleu: Van hier-naar-daar

Ik denk: als ik hier nou eens een paar weken blijf rondhangen. Dan heb ik materiaal genoeg voor een vuistdik boek – helemaal voor mezelf. Met daarin bijvoorbeeld Wouter de Wijsgeer (‘Ik ben Wouter en ik ben Wijsgeer’- spreek dat eens uit met Gentse tongval en het is een soort gedicht). Wouter is op Nietzsche en Wouter is hier de wijsgeer – geen tegenspraak – en die weet via een wonderlijke redenering van die Nietzsche een voorvechter van vrouwenrechten te maken. En Lex, natuurlijk, coach van waanwensen of maanmensen of zoiets. En Katleintje. Die heeft een groot verdriet. Zo groot, dat het een zwart gat in haar hersens trekt waarin alles verdwijnt. Ze staat ‘s morgens op met een schoon geheugen, zoals wij gewoonlijk opstaan met een schoon gemoed. Of die zwarte jongen die ooit een vlammend stuk voor De Standaard schreef en nu wacht op een vervolgopdracht die morgen komt. En vaandelvluchtelingen en anti-globalisten - die overal hetzelfde zijn - en reisleiders die eeuwig wachten op hun ticket en die kerel daar die precies Arno Hintjens is. De verhaallijn, denk ik, zou kunnen zijn een poging om samen met een paar van die figuren van hier-naar-daar te raken. Overbodig te zeggen dat die poging vruchteloos zou zijn. Precies op tijd besef ik dat ik mij bevind in een zaal vol gestolde pogingen tot literatuur en films en toneelstukken en van platencontracten waarvan de inkt maar niet drogen wil en van firma’s die gesticht zullen worden als en als en als. En dat ik zelf al met mijn voeten een beetje vastgeplakt zit aan de grond en dat dit tafeltje al een beetje mijn tafeltje is. Zo snel gaat dat.

L'heure bleu: Niets weet wat het wil

Het is een soort zondagmiddag
en dan regent het en dan schijnt de zon.
Het gaat over dit-en-dat
en even zit er een dode op m’n stoel.
Hé, ben ik dat nou?
Misschien gaan we eten, zo,
en drinken we wat verder
en hebben we nog luie seks
waar je je later niet veel van herinnert.
Niets weet wat het wil.
Zoveel is zeker.

zondag 4 mei 2008

L'heure bleu: Wablief?

- "Ik ben ‘n woaoof"
- "Wablief?"
- "‘n coach…"
- "Ah."
- "‘n coach van whaanwensen"
- "Wablief?"
- "Ik coach, ik coach maanmensen"
- "Ah, zo."
- (....)
- (....)
- "Managers. Ik coach managers. Van 't staalfabriek."

dinsdag 29 april 2008

Identiteit (2)

Dat uitzichtloos denkcomplex - met hoofdrollen voor spoorloze genieën en mythische wezen en onbegrepen boeken en verkeerd geplaatste opmerkingen - is nu eens teruggebracht tot een simpele vraag: zal ik nog een biertje nemen, of niet?

maandag 28 april 2008

Noorderstrand

De vriendelijke reus op het Noorderstrand ritst z’n wetsuit dicht en knijpt één oog toe. Om de richting te bepalen of om de wind, de stroming of de golfslag de maat te nemen of omdat het nou eenmaal zo hoort – dat weet je maar nooit. Dan neemt hij z’n aanloop, heel lang en verrassend snel. Zand spat op van onder z’n voeten, dan schelpen, dan modder, dan water. Z’n board glijdt over een spiegelglad uitlopende golf. Met ’n elegant sprongetje landt hij er juist goed op. De branding doorsneden. Voorbij de paalhoofden. Langs de vaargeul van de Westerschelde. Een stipje nog maar. Weg. Dag reus. Tot ziens.

donderdag 24 april 2008

Hare Rama, Hare Krishna

Vals sentiment ligt altijd op de loer. Neem deze doortrapte dubbele hinderlaag: van rechts doemt plots een stokoude Roemeense accordeonspeler op die Una Paloma Blanca doet. Niets bijzonders, kun je verwachten voor de poort van Hoog Catharijne. Maar bij mijn iets te routineus uitgevoerde uitwijkende manoeuvre, loop ik recht in de armen van twee Hare Krishna’s. De toch nog wel kille wind tilt hun sarongs op, waardoor ik vol zicht heb op 4 dunne, blauwgeaderde, spierwitte beentjes, steunend op tot de draad versleten schoentjes. Door hevig aan gebakken spek en bier te denken, blijf ik de ontroering nét de baas.

woensdag 23 april 2008

Grenspaal

We dwalen af. Naar een grenspaal op de hei. Daar zitten een paar gaten in. Van kogels uit een Engels gevechtsvliegtuig, zegt mijn moeder. (Die beschikt over een gevoel voor dramatiek waar je U tegen zegt, want hoe zou ze dat kunnen weten, bedenk ik me nu.) Op deze mooie voorjaarsdag steek ik mijn vinger in één van die gaten en krijg ‘m niet meer los. Hevig ruk- en trekwerk volgt en er komt spuug en zelfs oorsmeer aan te pas. Of ik huil, dat weet ik eigenlijk niet meer. Op zeker moment zitten we gewoon weer op de fiets naar huis, ik met een zakdoek om mijn vinger geknoopt, en we zingen een liedje.

dinsdag 22 april 2008

Knikje

Bij de mores van het krachthonk in de sportschool hoort het knikje. Zo begroet je elkaar. Je doet een knikje. Niet zo’n laf straatknikje van vage herkenning. Nee, een ánder knikje. Je glimlacht er vaagjes bij en de ogen staan op verstandhouding en op begrip en respect voor het beulswerk dat de ander verricht of verrichten gaat. Zo gezegd klinkt het nogal moeilijk. Maar iedereen kan het, zover ik weet, dus erg ingewikkeld kan het niet zijn. Het knikje overstijgt elk cultuurverschil en elke taalbarrière. Nederlanders, Armeniërs, Irakezen, Iraniërs, Turken, Chinezen, Arubanen. Ze doen het knikje. En vrouwen – niet de fitness-vrouwen, maar de krachthonkvrouwen. Er is daar vaak een vrouw, graatmager en met een brilletje, die – dat zou je niet zeggen - zo sterk is dat ze push-ups kan doen totdat ze er verveeld van is en er dan maar mee stopt. Daar vloeit geen druppel zweet bij. Een meesterlijk knikje, ook.

Scheidslijn

Het zonlicht maakt een haarscherpe scheidslijn op straat. Daar probeer ik zo precies- en zo lang mogelijk overheen te lopen. Dat ergert sommige mensen die nu voor mij moeten uitwijken. Maar het lijkt me belangrijk, want morgen kan het alweer anders zijn. Zo zou ik zomaar weer een volwassene kunnen zijn.

maandag 21 april 2008

Over kipkap

Ik werd gewezen op een storende fout in de logica in het stukje Meesterwerk op Marktplaats. Kijk, dat zijn lezers waar je nog eens wat aan hebt!

Deze lezer vroeg ook naar de betekenis van kipkap. Zult, wilde ik meteen terugschrijven. Zult van net over de grens. Maar de twijfel sloeg toe en je gaat niet voor dezelfde persoon vanwege het hetzelfde stukje twee keer voor schut staan.

Dus ik zocht en vond daarbij dit verhaal. Te mooi om te proberen het zelf dunnetjes over te doen.

http://anolaerts.blog.com/1671135/

Nieuwe berichten van Tante Annie lees je op:

http://www.anolaerts.be/

Nu stop ik voorlopig met doorlinken en zal ik het zelf weer eens proberen.

Hak- en breekwerk

Kijk, dit zou ik nou wel willen kunnen. Maar ik kan het niet. En bovendien: er is toch al iemand die het wel kan? Ik geniet. Virtuoos hak- en breekwerk.

http://komrij.blogspot.com/2008/04/amsterdam-wereldboekenstad.html

Smaak van armoede

Voor slechts 0,99 cent kun je met EuroFluor je tanden poetsen en gelijktijdig genieten van de smaak van armoede.

vrijdag 18 april 2008

Meesterwerk op Marktplaats

Via een omweg kwam ik uit op Boontjes. Ze zijn – dacht ik – een jaar of tien geleden opnieuw gebundeld en uitgegeven in een paar delen en die heb ik toen gekocht. En die Boontjes, dus, die zijn nu weg. Of beter: weg waren ze waarschijnlijk allang, maar nu kan ik ze niet meer vinden.

L.P. Boon - over wie wel gezegd werd dat hij een Nobelprijs verdiende - hoopte op een lang leven voor zijn Boontjes, lees je dan nu: "Iets dat ze na mijn dood zouden bundelen tot een monsterboek in tien delen en dat de bijbel van deze tijd ging zijn. Als daarna nog een boek van een andere verschijnen mocht, zou elkeen minachtend de schouders ophalen en zeggen: och kom, het staat reeds in het Meesterwerk in Kipkap.''

In de winkel zijn ze niet meer te koop, herdruk wordt niet verwacht, kon de winkeljuf op haar beeldscherm zien. "Misschien op Marktplaats?", suggereerde ze.

donderdag 17 april 2008

Best triest

Een man die over de Oudegracht fietst met een jong meisje achterop en die daarbij het thema fluit van Turks Fruit. Op koopavond.

woensdag 16 april 2008

Hogere krijgskunde

"It is claimed that Ho Chi Minh trained as a pastry chef under the legendary French master, Escoffier, at the Carlton Hotel in the Haymarket, Westminster."

dinsdag 15 april 2008

"Murder and Mayhem"

Kort geleden liep ik nog eens langs - voorheen – café De Postduif, met mijn moeder. Ze wees naar een huis, er zowat naast, en vertelde.

Daar woonden een vrouw en een man die wij van vroeger wel kenden – ruwweg zo oud als ik, misschien iets ouder - met hun zoon. De vrouw is drie jaar geleden dood neergevallen in de wc van De Gouden Leeuw, waar een feestavond gaande was. De man en de zoon – een puber toen – bleven dus achter. En vorig jaar heeft de zoon, geholpen door twee vrienden, de vader met een hamer doodgeslagen. Ze werden gezien, sloegen op de vlucht en zijn ik-weet-niet-waar gepakt. Het bleek allemaal te gaan om geld en een reis die daarvan gemaakt zou worden naar Thailand of Mexico ofzo.

Heel even zag ik mezelf terugkeren. Als een soort Truman Capote, met een notitieboekje en een scherpe pen op zoek naar een harde en toch romantische soort waarheid. Het idee verdampte meteen. "Bergeijk had no shortage of murder and mayhem." Het is misschien wel waar, maar het klinkt gewoon niet.

Groenlingen


Café De Postduif zoals het toen was. Geen mooi café. Maar eens in de maand - en in het seizoen elke week - op zaterdag was er vogeltjesmarkt. Mijn vader verkocht daar zijn overtallige jonge kanaries en ik mocht mee. En dan - aan het eind van het jonge-kanarie-seizoen - zochten we als beloning voor onszelf een koppeltje groenlingen uit. Daar moest je meen ik wel zes koppeltjes goeie kanaries voor geven.

Big

Bij het kienen in café De Postduif kon je in het voorjaar soms ook een big winnen. Altijd met een klein gebrek: één oogje, drie pootjes of gewoon een beetje kreupel, maar verder niks mis mee. Daar werd dus niet over gezanikt. Ook al niet omdat de opbrengst voor de harmonie, de accordeonvereniging of de visclub was en de prijzen belangeloos ter beschikking werden gesteld. Zo’n big was een leuke prijs voor jong en oud, dat vond iedereen. Je kon er als kind een hele zomer mee spelen en met goed voeren had je dan in november een serieus varken te slachten. Daar kwam je de winter weer mee door.

maandag 14 april 2008

Zee

Over de zee is alles gezegd, behalve dan misschien dit: "Véél te klein voor mij".

Stilstaand water

"In wezen heb ik maar één praktische les van m’n vader meegekregen: ‘zwem nooit in stilstaand water’."

Double pay

Als ik mijn ogen open doe, sta ik op een ladder in de bloedhete schacht. Met een breed schildersmes schraap ik lange banen bontgekleurde vaseline van de wanden van metaal. Vaseline houdt het gif vast dat afgezogen wordt van de lakstraten in de fabriek. Na een week of 6 is het vet verzadigd, er zijn 6 lakstraten en op zaterdag komen wij. We schrapen de vervuilde vetlaag weg en smeren er een nieuwe op. Het is warm en heel erg vies. Maar het is double pay en je krijgt een liter melk en de ploegbaas let er op dat je die opdrinkt. Op hele hete dagen is er ook nog lekkere zoute bouillon.

’s Morgens om ½ 7 haalt de ploegbaas ons op, vlak bij het nachtbrakerscafé waar we zowat allemaal aangeworven zijn. Zijn bus heeft een dubbele cabine. Wie papieren heeft en een T-formulier durft in te vullen mag daar zitten. De anderen – meestal een stuk of twee, vaak Kongolees of Nigeriaans - vouwen zich op in de laadruimte.
Eenmaal door de poort is de fabriek van ons. Het kan daar zo mooi stil zijn. Je hoort ons geschraap en als dat stopt het gasbrandertje van de ploegbaas, waarmee hij de stalen vaten met vers vet langzaam verwarmt. En je eigen adem, natuurlijk, die het rubberen klepje van je adembescherming opent en sluit. Flip-flop, flip-flop, flip-flop…

Het is kleine pauze. Ik eet een boterham en drink m’n melk. Er wordt wat gepraat, zoals gewoonlijk zonder veel animo. Dit is voor iedereen een bijbaantje en iedereen is moe, zo aan het eind van de week. Ik ken de meeste niet eens bij naam. Behalve de ploegbaas – die met dit baantje z’n crossmotor en drankrekening bekostigt - blijft niemand langer dan een maand of wat. Zo hebben we vandaag een nieuwe contractjongen en een nieuwe Afrikaan. Die zit tegen een rij blauwe plastik vaten waarin we straks de drek scheppen. Hij is de enige die niet iets van een overall of werkpak draagt en gympen in plaats van werkschoenen. Hij praat helemaal niet, ook niet met de andere twee die in de laadruimte zijn binnengesmokkeld. De ploegbaas staat op, teken dat we weer aan het werk gaan. Hij pakt nog even het pak melk van de nieuwe Afrikaan op. "Goed", zegt ie. "Goed melk gedronken." De Afrikaan lacht even: "No problem, no problem. Drink milk, double pay."

We proberen alle zes tegelijk door het luik van het afvoerkanaal te kijken. Daar ligt ie, tegen de bodem gesmakt, min of meer dubbelgevouwen, maar verkeerd om. Vegen en spatters blubber in een mengsel van kleuren overal op z’n witte t-shirt en zwarte gezicht. Z’n ogen wijd open, bewegingsloos en nergens op gericht. De ploegbaas en ik proberen ‘m te pakken maar hij is slap en zwaar en helemaal vettig. Onze handen glibberen van de zijne. Het is zo stil, zo stil. We horen z’n adembescherming. Onregelmatig. Flip…flop…..flip….. En dan niets meer. "God…god…godverdomme", vloekt de ploegbaas. Als op commando zetten we allemaal tegelijk een paar stappen terug.

Er wordt geen woord gezegd, volgens mij. Iedereen zoekt oogcontact met iedereen. Dat lijkt zo minuten te duren. En je ziet de schrik langzaam veranderen in rekenwerk – we staan er slecht voor en we kunnen geen kant op. Dan pakt de ploegbaas aan. Hij keert zich naar de twee Nigerianen die we al een week of 4, 5 meenemen, gaat vlak voor de grootste staan en kijkt hem strak aan.
- "Kennen jullie hem?"
- "What?"
- "Ik zeg: kennen jullie hem!"
- "Ahh, no, no, never seen him before."
De ploegbaas draait zich naar mij en draagt me op het nog eens te vragen, in het Engels. Dat doe ik. Ze kennen hem echt niet, zeggen ze, en ik geef het door. "OK", zegt de ploegbaas nu, "jullie aan het werk. Ik regel het wel." Het duurt een paar seconden, maar dan sloft de eerste weg. En dan de volgende. En ik wil ook gaan. Maar hij pakt me bij m’n arm en sist: "Hier blijven jij. Helpen."

De anderen zijn uit ‘t zicht. Ze smeren nu de afvoerkanalen in met verse vaseline. "We moeten snel zijn", zegt de ploegbaas. "Nu gaat het nog makkelijk, zo meteen niet meer." De dode is slap en warm en glijdt vrij soepel door de opening van het vat. We vullen het verder af met smurrie. Ik draai er de deksel op en de ploegbaas plakt een oranje label met een afbeelding in zwart van ontbladerde struiken en zo. En nog een sticker, wit met grote rode letters: "Vat niet geschikt voor hergebruik/Do not re-use vessel. Dan vullen we de andere vaten met het vervuilde vet. Uiteindelijk hebben we er 4 nodig, die we op een pallet sjorren. Ik trek er een bandje omheen. Klaar voor transport.

Tijd om op te ruimen. Er wordt nog wat geveegd en ieder levert z’n gereedschap in. We staan wat bij elkaar, stil en draaiend op onze voeten. Dan stapt de grote Nigeriaan op de ploegbaas af.
- "Are we in trouble?"
- "Denk ’t niet."

De mannen zonder papieren worden betaald uit een smoezelige envelop en we gaan. Ik loop achteraan, kijk nog een keer om en zie daar iets wat niet hoort. Hollend ga ik terug. Het pak melk van de Afrikaan, meer dan half vol. Ik gooi het in de vuilnisbak en sluit weer aan. Als we al in de bus zitten roept de ploegbaas me eruit. Hij steekt vlug een rolletje bankbiljetten in m’n borstzak: "Goed gedaan".

Wat ik er nu nog van weet is dat een week of wat later het werk aan een ander is gegund en dat wij mochten kiezen: blijven of gaan. En dat toen iedereen ging. Behalve de ploegbaas, vanwege z’n crossmotor en z’n drankrekening. En verder denk ik er niet veel meer aan. Alleen zo nu en dan, als ik mijn ogen open doe…

maandag 7 april 2008

Blonde Virginia

Smaak van keelpijn
Geur van kolenstook
Verkwikkend in de morgen
Verstikkend in de nacht
Blonde Virginia
Valse maagd
Kan ik van je scheiden?

zaterdag 5 april 2008

Internet

"Jij houdt toch zo van internet?", zegt de boer. Ik probeer me daar iets bij voor te stellen. Vruchteloos. Daarom zeg ik maar van ja. Hij wijst naar de nok van het dak. Daar is een soort uitgerekte Deventer koek van plastik gemonteerd op een stokje. "Internet", zegt ie. En ik denk nu dat het waar is.

donderdag 3 april 2008

Briljant

Goed. Je kijkt. En je kijkt nog eens. Hoe is ‘t mogelijk! Alles op z’n plaats. Zo is het en niet anders. Je mag jezelf best feliciteren hoor: briljant gedacht. En niet te bescheiden, hé? Meteen wereldkundig maken. De mensheid heeft er gewoon recht op.

Even later. De twijfel sluipt op kousenvoetjes naderbij. Voor een briljante gedachte is het wel erg voor-de-hand-liggend... Dat niemand daar eerder… Toch eens even zoeken… Tsjee. Drie jaar geleden in de krant… en in de jaren ’70…en…hé, dat boek kwam uit in het jaar dat ik werd geboren…

Wel, tja, nou ja, te laat. En je zou denken: die heeft z’n lesje wel geleerd na de her-uitvinding van - onder veel meer - het principe van de transistor en een handige contraptie van ijzerdraad om blaadjes papier bij elkaar te houden.

woensdag 2 april 2008

Blikschade

Opgedregd meisje
Bloeddoordrenkt laken op de A27
Neergeschoten Mocro op de Vleutenseweg
Lichtspoormunitie
Hoe ze langs me heen keek toen het er echt toe deed
Harde klappen met de lange lat
Pa’s laatste uur op aarde
Alle sekstoeristen in Thailand
En – laatst nog - de toegeknepen oogjes van Rita Verdonk

Kopschuw

(....)

maandag 31 maart 2008

Nooit meer doen

- "Niet aan likken, hoor!"
- "Hmm, wat?"
- "Ik zeg: niet aan likken."
- "Dus ik speel met m’n aansteker en jij zegt: niet aan likken."
- "Precies. Komt uit je broek en nu heb ik gelezen hoe ontzettend onhygiënisch dat is. Sleutelbossen ook, trouwens. En creditcards."
- "Maar…dat soort dingen steek je toch niet in je mond?"
- "Nééh, nu niet meer, lijkt me."

zondag 30 maart 2008

Het wonder

"Dubbel heb ik je vaker gezien, maar nu: in zuiver tweevoud…!"

zaterdag 29 maart 2008

Een ziener uit Krasnojarsk

"T wordt voorjaar, vriend."

donderdag 27 maart 2008

Minimaal, of: hoe ik genezen raakte van één internetverslaving

Als ik inlog, dan bén ik het ook: Vertigo, inwoner van het villaparkje onder de sociale netwerken. Het wordt bevolkt door een mengsel van fabulanten en leugenaars, seksverslaafden, kunstenaars, dichterlijke alleenstaande moedertjes, smekende aandachttrekkers en weet ik wat. Vertigo is daar in z’n eigen balans. Hij kent z’n klassiekers - en als hij ze niet kent, omzeilt hij de klippen handig. Meestal met woorden, in uiterste nood door uit te loggen en later een technische storing te faken.

Soms ook ben ik Minimaal, een wat dommige jongen, die altijd door zijn moeder Sifra in bescherming genomen wordt, als hij hier of daar in de problemen komt. Sifra wordt beurtelings gespeeld door mijzelf en door Ban. Dat levert nooit problemen op, want wij begrijpen haar volkomen. Ban zelf wordt overigens overtuigend vertolkt door Stempotlood en SlimSlakje.

Als je het kunt, ben je daar wie of wat je maar zijn wilt. En dat werkt verslavend. Veel vaste klanten en geregelde voorbijgangers die je kent aan hun avatar en hun veel- of nietszeggende plaatjes en eerlijke, gevatte of onbegrijpelijke antwoorden op stomme standaardvragen. Ze houden me wakker, te vaak en tot veel te laat in de nacht.

Vanavond wordt het anders. Het gonst al een tijd in het villaparkje, want we gaan elkaar zien. Er is een groot feest in 020 en wij weten hoe we elkaar zullen herkennen. De laatste berichten worden uitgewisseld.
- "Je bent er, hé?"
- "Zeker weten, zin in. Tot zo"

Eigenlijk heb ik het herkenningsteken niet nodig om SlimSlakje te ontdekken in de drukte. Net als in haar avatar speelt onnatuurlijk veel haar de hoofdrol. Ze begroet me hartelijk, maar duidelijk is ook dat ze moe is, uitgeput meer. We grinniken allereerst wat om de laatste ontwikkelingen in het leven van Sifra. Ze houdt er op bewonderenswaardige wijze enkele minuten de moed in. Zeker als je bedenkt dat ze een bloedneus heeft die niet te stelpen lijkt. Nu is haar zakdoek verzadigd en het bloed begint door haar vingers te sijpelen. Vrouwen van die leeftijd hebben soms nog een echte zakdoek. Ze excuseert: "Sorry, kutcoke. Ik kom later nog wel effe terug. Maar je moet zeker even bij Stempotlood langs gaan. Da’s die man daar bij de bar met dat leren colbert."

Stempotlood zegt dat ie het leuk vindt dé Vertigo eens in het echt te ontmoeten, maar ik tref hem niet in de allerbeste stemming. We drinken bier – hij giet er steeds achteloos een Jonge in – en hij klaagt. Over dat ie altijd waanzinnig koude voeten heeft en dat zoiets behoorlijk ongeriefelijk is, maar dat de beste artsen er naar gekeken hebben en dat er niets - maar dan ook niets - aan te doen is en dat hij er dus maar mee te leven heeft, leuk of niet - en leuk is het niet. Die artsen, gaat hij verder, hebben hem dat allemaal zwart-op-wit gegeven voor de keurende instanties - overigens tot de dag van vandaag zonder het beoogde resultaat - waardoor hij zich wel afvraagt waarom ie ooit al die premies heeft betaald.

Een lange, lodderige kerel slaat ons op de schouders. "Eeehj, Stempotloodjeee", haalt hij uit. Ik word voorgesteld door Stempotlood en hij stelt zichzelf voor: Chaingang, vaste gast in het villaparkje. Iets met piercings en nieuwe media, herinner ik me, of was het film? We hebben wel eens wat grappen uitgewisseld. Best scherp was ie toen.
- " Eeehj, Vertigo, the musicman, wij hadden het er net over dat volgens ons de meeste kerels minstens één keer in de maand naar de hoeren gaan. En jij dan?"
- "Ik? Ik niet. Moet er niet aan denken."
- "Ook niet als je…"
- "Nee, sorry, nooit."
- "Ik vind je eigenlijk nou al ’n lul."

Een mooi moment om eens op te staan en naar de wc te gaan, lijkt me.
Een man met een vuile grijns blokkeert de doorgang met z’n rolstoel. Op z’n wagen prijkt zowaar een sticker van het villaparkje, dus ik zeg even wie ik ben. Hij geeft z’n alias niet prijs, maar vertelt wel dat ie zojuist expres over de bril gescheten heeft en dat ie dat altijd doet in openbare gelegenheden waar ze geen volledig geoutilleerd invalidentoilet hebben. Daar heeft ie ook nog een liedje over gemaakt, zegt ie. Dat wil ie tegen betaling van een tientje – want hij is eigenlijk door z’n geld heen voor de rest van de maand - best voor me zingen.

Ik besluit het over een andere boeg te gooien: méér drank én mijn andere nick: Minimaal. Het vlot nu allemaal een stuk beter. ~Diva~ is gecharmeerd van de snotneus in mij en doet me haar hele carrière uit de doeken: "Daar zat ik dan! Gast in mijn eigen programma en met de mond vol tanden." Valesca, in real life helemaal Minimaal’s tiep, vertelt over haar moeilijke tijd - "het heeft zeven jaar geduurd voordat ik m’n eerste droge scheet liet"- als tropenarts.

Maar dan heeft Vega* me plots in de tang, als we het hebben over mijn Minimaal-antwoord op ‘favoriete maaltijd’: witte boterham met paardenrookvlees. Ik zit zodanig in m’n rol dat ik bevestig er daar dagelijks tenminste drie van te nuttigen. "Dus…" stamelt ze, "dus…als ik dat even snel uitreken, dan heb jij in je leven al ruim anderhalf paard opgegeten!"

Dat sommetje valt eigenlijk bij niemand in goede aarde. Waar is moeder Sifra als je d’r nodig hebt? Stempotlood ligt slapjes met z’n hoofd op de bar. SlimSlakje waarschijnlijk met een watje in d’r neus in bed. Het is genoeg geweest. Ervandoor.

Huisspin kijkt me vanonder het dekbed strak en dwingend aan: "Alsof jij nooit iemand bedonderd hebt." Ik probeer me in dat argument in te leven, maar ben al te zeer afgeleid door een opkomende zeurende hoofdpijn. En net voor ik in slaap val, denk ik bij mezelf: misschien moest ik maar eens gaan bloggen.

woensdag 26 maart 2008

Mini-molotov

Zo was ik vroeger kind aan huis bij de man die de witte strepen op de weg heeft uitgevonden. Klinkt als een flauwe grap, toch is het waar – en de uitvinding was zelfs tweeledig: hij ontwikkelde een reflecterende verf én bedacht een systeem – nog steeds Europese standaard - om de strepen zo te plaatsen dat ze je als het ware over de weg geleiden. Jammer genoeg geen familie. De enige uitvinding waarvan wel gezegd wordt dat er bloedverwanten van mij bij betrokken waren, is de mini-molotov: je laat een scheet in een bierflesje en houdt er een aansteker bij. Altijd lachen, bij ons.

dinsdag 25 maart 2008

Genesis

"Eens zal het worden zoals voorzien", verbeeldt ‘Kunstzaal Dirkje Kuik – genaamd De Hooiwagen’ in chocoladeletter-letters. Maar niet zonder slag of stoot, weten we nu.

zaterdag 22 maart 2008

Geen prijsdier

Heb twee zilverglimmende trofeeën. Gekregen van iemand die ze als speelgoed weggeeft omdat er geen plaats meer is in z’n prijzenkast.

vrijdag 21 maart 2008

Omwille van de geloofwaardigheid...

...zal ik niet proberen uit te leggen waarom- en hoe sommige mensen have en goed verdedigen met mes en vork.

donderdag 20 maart 2008

Verkleuterd

Ze legt de krant neer.
- "Heb je nog iets leuks te vertellen?"
Dus ik vertel iets leuks, met hoofd- en bijrollen voor diverse bekenden en met een door mij gemaakte opmerking die de zaak uiteindelijk een onverwachte wending geeft. Ze moet er wel om grinniken.
Dan vertrekt haar gezicht.
- "Maar dat kan helemaal niet waar zijn, dat heb je gewoon verzonnen!"
Dat is ook zo. Ze pakt de krant weer op.
- "Tss, kleuter."

dinsdag 18 maart 2008

Struikgewas revisited

De Jonge Onderzoeker in mij werd gisteravond laat wakker. Prangende vraag: hoe komt het nou dat die bergen struiksnippers zo heftig liggen te dampen? In de ijskoude nacht legde ik mijn handen op het in schots-en-scheve dobbelstenen gekraakte hout. Het voelde lauw-warm aan. Onverwacht. Ik schrok er eigenlijk een beetje van en maakte me uit de voeten. De schrik maakte al gauw plaats voor ontevredenheid. Want waar komt die warmte dan vandaan?
De wetenschap; een veel te ruim bemeten spiegelpaleis voor 1 Jonge Onderzoeker in de nacht.

maandag 17 maart 2008

Eerlijk

"Meneer, meneer, kunt u een euro missen? Ik heb echt wat coke nodig om op gang te komen."

zondag 16 maart 2008

Struikgewas van repliek gediend

Het struikgewas dat Niemandsland overwoekerde is van-de-week door de hakselaar gegaan. De hopen snippers leveren nu vinnig commentaar door héél opzichtig de laatste adem uit te dampen. Precies op de plek waar ik ooit uit beleefdheid een groen uitgeslagen gehaktbal heb opgegeten. Want Niemandsland was natuurlijk ooit Iemandsland. Er was een standbeeld en er waren flats voor morsige mensen en er was géén struikgewas. Het is maar dat je het weet.

zaterdag 15 maart 2008

Anticyclisch consumeren

Het geld is op en dat is heerlijk, vanwege de gekozen overlevingsstrategie. Want wij hebben in Winkelcentrum Overvecht natuurlijk allang gezien dat een armoedige levensstijl gemakkelijk leidt tot een grauwe gelaatsuitdrukking en het verlies van elk decorum. Waardoor het aantrekken van vers kapitaal feitelijk onmogelijk wordt en de spiraal naar beneden onomkeerbaar. Dus lenen wij geld en kopen méér lamsvlees en trappistenbier en wijn en toveren daarmee ons feestelijkste gezicht tevoorschijn. Op het absolute dieptepunt weten wij ons zo allang weer in de lift.

Kijk- en Luistergeld

Ja, ik zie het zelf ook, het is waar. Ik heb mijn tv-toestel ingepakt met aluminiumfolie. En daar heb ik geen enkele verklaring voor. Mijn betalingsbewijs wordt door de ambtenaar van dienst met een onnavolgbare, gemompelde toelichting afgestempeld: ‘ONGELDIG’.

donderdag 13 maart 2008

De heren Luchtkasteel

Na 5 bier, 4 wijn, 3 armagnac, 2 koffie voor de restauratie en nog 1 bier tegen de dorst weten de heren Luchtkasteel het zeker: dit kán niet mis gaan.

dinsdag 11 maart 2008

Opportunist

- "Hé? Kom hier, kom kijken!"
Ik kom, kijk en lees. Er staat iets van: ‘knap werk’ en ‘daverend debuut’ en ‘geweldige prestatie’ en ‘een mooie toekomst’ enzo.
- "Nee, nee, dat plaatje, kijk eens naar dat plaatje! Zie je dat nou niet? Dat is Dinges!"
Ja, ik zie het, en het staat er trouwens ook gewoon: ‘Dinges’ – met daaronder 4 sterren uit een maximum van 5.
- "Tsjee, Dinges. Die vonden wij toch behoorlijk saai…"
Ik herinner me direct een hete zondagmiddag in een stad, ver weg, waar we van haar een universiteitsbibliotheek ver buiten het centrum moesten bekijken – die natuurlijk gesloten was, waarna we dan maar naar een theehuisje moesten – waar geen bier was en niet gerookt mocht worden en waar het personeel geen loon kreeg, maar leefde van fooien en restjes, wat zij een volkomen rechtvaardige zaak vond en een voorbeeld dat navolging verdiende.
Dus ik beaam: we vonden haar saai. En bazig. En ze had verder ook niet echt een fraai karakter.
- "Toch knap, vind je niet?"
Zeker, geen ontkennen aan.
- "Misschien bel ik ‘r binnenkort wel eens. Ik heb d’r telefoonnummer nog ergens."

maandag 10 maart 2008

Gesublimeerde razernij

"Het is nooit persoonlijk",
bezwoer het mes het vlees.
Al was dat misschien goed bedoeld,
het bleek toch een schrale troost.

Zin in

Kropsla, ui in ringen, gekookt eitje en slasaus.

zondag 9 maart 2008

Onvergefelijk

"Weet je, dat je naast je schoenen loopt, dat kan ik begrijpen, maar dat je er nu ook nog in piest is gewoon onvergefelijk."

Van die ribbeltjes

Ik heb eens mogen voelen aan iemands hersens. Dat ging zo: "Voel maar", zei die, en ik deed het, omdat ik het gewoon niet geloofde. Ik aaide hem over zijn hoofd en voelde door zijn haar en huid de warme, weke massa en van die ribbeltjes - koelribben? - die je ook wel ziet op plaatjes. Het deed totaal geen pijn, volgens hem, en hij lachte erbij, dus dat zal wel waar geweest zijn.

donderdag 6 maart 2008

Blauwe hond

"Weet je, in feite is het bijna altijd diepstil en dat was toen ook, we lagen dus in een droge sloot te wachten op ik-weet-niet-wat en dat duurde denk ik zeker al twee uur, dat weet ik nog, omdat het zo’n beetje donker begon te worden, totdat ik ineens onrustig werd omdat ik een hond zag die over het veld liep en die hond was helderblauw - alsof ie een blauwe jas aan had, dacht ik nog bij mezelf - en hij kwam als een speer op ons afgerend – we schrokken ons allemaal te pletter - totdat ie vlakbij was, hij kwam in de schaduw en ineens was ie gewoon zwart. Hij liep ons zo voorbij; ik denk niet eens dat ie ons gezien heeft."

woensdag 5 maart 2008

Een toekomst voor een stuk

"De steden zijn koud, en de mensen die erin wonen lijden terecht kou. Waarom bouwen ze ook zulke steden?"

Misschien is het over 30 jaar wel zo, dat het dan 25 jaar geleden is dat de brand hier is uitgewoed. Dat we dan al weer nieuwe steden op de as hebben gebouwd. En dat het al bijna lijkt alsof er weinig veranderd is, als de bomen nu maar wat groter waren. En dat jij daar leeft. En dat anderen daar leven. Dat je een kleine dief geweest kunt zijn of corrupt of erger - maar waren we dat niet allemaal – want het was hij of ik - en dat soort toestanden. Bloed aan de ziel hebben en toch een wandeling maken in het park, de wekker zetten of boodschappen doen.

Dan zal iemand misschien overwegen ‘Het vuil, de stad en de dood’ eens op te gaan voeren, omdat het zo treffend aan de tijdgeest lijkt te raken, dat het bijna grappig wordt.

Daar niet meer

Ik loop de ETOS in en kruis het pad van een man die er net uitloopt, zichtbaar met een stevige doos condooms onder de arm geklemd. Bij de kassa zijn twee dames.
- "Zo’n type! Je kunt je toch niet voorstellen dat die wel eens seks krijgt?"
- "Pff, die gebruikt ze om met zichzelf te spelen, kan niet anders."
Ze liggen blauw. Eéntje hervat zich en keert zich naar mij:
- "Waar kan ik u mee helpen?"
- "Ehh, doet u mij maar een doosje paracetamol."
Ik heb eigenlijk nooit hoofdpijn.

maandag 3 maart 2008

Jeff Healey

Dat Jeff Healey overlijdt, ongeveer terwijl ik een soort gedicht over muziek maak, moet natuurlijk geheel aan het toeval toegeschreven worden. Wonderlijk is het wel.

As The World Burns

Briljante nieuwe formule voor het 8 uur journaal, met hoofdrollen voor Katja Schuurman (presentatie) en Georgina Verbaan (duiding). Wij hopen voor de toekomst op medewerking van Geert Wilders, die elke dag het weer uitscheldt voor alles wat lelijk is.

zondag 2 maart 2008

Koortsdag (2)

Het is koortsdag.
Koortsdag is het om de paar maanden.
Dat is goed.
Want nog niet zo lang geleden was het om de paar weken koortsdag. De cellen van mijn liefje maken van koolhydraten suiker én een beetje gif. Net genoeg om de kleine hersenen klein te houden.
Dat is fout.
Het maakt de patiënt vrolijk van nature en wat minder goed ter been.
Daar kun je mee leven.
En kwetsbaar voor infecties.
Daar ga je aan dood.
Of, zoals de ter zake kundige medicus het uitdrukt: "Daar hebben we géén goede ervaringen mee." Eén op vier onderstreept die conclusie voor het tiende levensjaar.
Nog zes jaar, vier weken en 2 dagen te gaan.
Het is de avond van koortsdag.
De thermometer staat op 39.4.
Slaap lekker liefje, slaap lekker.

Een soort gedicht over muziek


Blind Willie Reynolds – aka –
Blind Joe Reynolds,
Blind Joe Taggart,
Blind Lemon Jefferson,
Blind Boys of Alabama,
Blind Rooseveld Graves.
Blind Willie McTell,
Blind Blake,
Blind Willy Johnsson,
Blind Boy Fuller,
Blind Reverent Gary Davis,
Blind Willy.


Zonder angst

Zo om de paar weken maakt ze haar eigen graf schoon. Ze wiedt het onkruid en tuttert wat rond de steen, waarop ruimte voor haar naam en kengetallen is uitgespaard. Als het kerkhof niet toevallig precies op de weg van haar huis naar de C1000 had gelegen, dan was ze – denk ik - om de paar maanden gegaan. Dat gebeurt allemaal zonder een spoor van angst en ook zonder een spoor van cynisme.

zaterdag 1 maart 2008

Echte kerel

- "Doet ie tegenwoordig?"
- "DJ of kickbokser of zoiets."

donderdag 28 februari 2008

De Jezus in mij

Droomde mij vanacht het schuldgevoel en de spijt van een verschrikkelijke zonde, die ik persoonlijk nooit begaan heb.

woensdag 27 februari 2008

Chique bakker

- "Meneer, ik neem er al jaren elke morgen één als ontbijt en ik durf u te zeggen dat onze gevulde koek de geest verkwikt en het lichaam restaureert."
- "Doet u er dan maar twee."

dinsdag 26 februari 2008

Cliffhanger (1)

Een steeds indringender elektrisch geluid wekte hem. Of nee, het wekte Klara, die hem wakker schudde. "Je GSM gaat." Zijn rechterarm begon te trillen. Onbeheersbaar. Hij sprong uit bed en viste snel de telefoon uit z’n broek, die over een stoel hing.

Leonora verveelt zich

Uit 256 miljoen kleuren
Kiest ze grijs, vandaag

Buitenissig alias blijft steken
Op het puntje van haar tong, vandaag

Leonora verveelt zich
Morgen is er weer een dag

maandag 25 februari 2008

Dat viel niet goed...

"En jij, jij zit er maar bij, als een...als een...Wouter Bos!"

Het verveelt zich, namelijk

Uit 256 miljoen kleuren
Kiest het grijs zichzelf, vandaag

zaterdag 23 februari 2008

Imperfecte driehoek

Trage pad (als literator), psychopaat (als zichzelf), zondagskind tegen wil en dank (als ik-figuur).