vrijdag 31 oktober 2008

Ik zeg nix meer

donderdag 30 oktober 2008

Conclusies

laissez faire, laissez passer. zelfportret in vier woorden. cliché. Ik weet het. maar géén maniertje. mag je best eens jaloers op zijn. totdat zich een echte conclusie opdringt. handelen onontkoombaar wordt. want dan – ja dan - krijg ik verschrikkelijke hoofdpijn. vijf paracetamollen per jaar kost mij dat. dat weet ik precies omdat ik jaarlijks één nieuw doosje koop. in november. vandaar.

woensdag 29 oktober 2008

Dat schiet al op

"Mensen als wij, die scoren niet".

dinsdag 28 oktober 2008

Binnenkomertje

De tijdelijke versterking is amper twee uur binnen en heeft al kans gezien een bak yoghurt, een banaan én een gevulde koek naar binnen te werken. Met de mond vol wijst hij op de gevaren van het roken (toch al niet zo’n lolletje in regen en ijzige wind). Een man van mijn leeftijd, vindt ie, zou toch eigenlijk... Maar goed, je wil eens vriendelijk zijn – vormelijk is het betere woord – dus je vraagt of er nog wensen zijn voor de lunch. Jazeker: een gerookte makreel, dat zou ‘m wel smaken, en een aspirientje graag.

maandag 27 oktober 2008

Klassiek

“Bel je me nog eens?”, vraagt het meisje. De jongen kijkt over haar schouder en stippelt z’n vluchtroute uit. “Misschien”, zegt ie. “Misschien, maar ik denk ’t niet.” Uit het meisje komt één zo’n klassieke snik. Maar ze houdt zich goed.

Ontregeld door de juf

Onderwijs in rep en roer, want wat te doen met het extraatje? “Ze willen natuurlijk niet dat scholen straks geld uitgeven aan mooie vrouwen”, zegt de krant. Hé…wat? Oh nee, kijk nou! “…mooie gebouwen”, staat er. Gewoon, “mooie gebouwen”. Helemaal mee eens - natuurlijk - géén geld voor mooie gebouwen. Het zou me ook wat worden - zeg - als de bonden zich nou ook al…

Leermoment op een roltrap

“…een gemiddelde volwassene poept in 250 dagen vrijwel precies één keer z’n eigen lichaamsgewicht, dat is gewoon een feit. Bij kinderen gaat dat ééns zo snel en bij bejaarden ééns zo langzaam. En als je dat weet dan kun je dus op de achterkant van een bierviltje best…”

vrijdag 24 oktober 2008

Jarig

- EFCE, gewetensvraagje. U doet hier nu alweer een vol jaar uw ding. Heeft u daar nog iets nuttigs van opgestoken?
- Welzeker! Schrijft u maar op: Wat vandaag niet komt, komt morgen ook niet.
- Tsjee...
- Ja, ik kon het eerst ook moeilijk geloven.

donderdag 23 oktober 2008

Puberen

Dat zal vast een hele straf geweest zijn, maar van-de-week zag ik mezelf ineens als 15, 16 jarige op dat bed liggen met die synthetische sprei en met een kopje thee en een blowtje en ‘Die Sendung mit der Maus’. “Héhé…héhéhé…héhé”. Ja, zo klonk dat ongeveer.

woensdag 22 oktober 2008

Coffeeshops

Oudegracht, 9.35 uur. In de ene zitten de muismeisjes al driftig met Airbook en latte te werken aan hun nakende burnout. Voor de andere groeperen zich de eerste medelanders bij een gesloten deur. Morrend. ‘Open: 9.30 uur’. Het staat er toch duidelijk. Het personeel heeft zich vast verslapen. Zij niet. Geen tijd te verliezen.

maandag 20 oktober 2008

Het gemak van postorder

“…dus die overleeft het niet. Kom ik daar de volgende dag. Iedereen in shock, dat begrijp je, z’n vrouw, z’n kinderen, en allemaal mensen die ik niet zo ken. Z’n moeder zit er ook. Arm mens, het is ook tegen de natuur, als je kind éérst gaat. Je weet gewoon niet wat je zeggen moet. Dus ik geef iedereen maar koffie, maak de asbakken leeg, doe open als er gebeld wordt en zo. Staat er op een gegeven moment een koerier aan de deur, met een doosje. Voor hem. ‘Veel plezier ermee’, zegt ie, met van die pretoogjes. En ik denk nog bij mezelf: daar moeten ze later maar eens naar kijken. Maar z’n vrouw ziet me met dat doosje, pakt het af en loopt ermee de kamer in, terwijl ze het openprutst. Staat ze daar ineens tussen al die mensen met zo’n lelijke, paarse buttplug in d’r hand. Je ziet ‘r eerst kijken van: ‘hé, wat krijgen we nou?’ En dan natuurlijk huilen, hé? Verschrikkelijk, met van die lange uithalen… En ik moet zeggen: dat had ik ook nooit achter hem gezocht…”

zaterdag 18 oktober 2008

Gymnasiaste te Eindhoven

"Ons mam is kei-aangefikt."

donderdag 16 oktober 2008

Verloren voorwerp (2): handig weetje

"Sleutels, kleding, brillen en paraplu's worden heel vaak verloren en gevonden."

Verloren voorwerp

"Beschrijf het voorwerp zo goed mogelijk zodat de gemeente het kan herkennen op het moment dat het voorwerp is gevonden." Lief hé?

woensdag 15 oktober 2008

Half zo klein

“Moeilijk te geloven dat iemand half zo klein kan zijn en toch zo slim.”

donderdag 9 oktober 2008

Overdaad schaadt

Ik weet in de stad een paar hele mooie losse-klinker-plassen. Dat is nog geen kleinigheid, want ze zijn er wel, maar je ziet ze niet. Als je er met het juiste, stevige tempo overheen rijdt, dan jaagt zo’n losse-klinker-plas een lichte trilling door je fiets en het klinkt alsof er een rij dominostenen omvalt. Voor een echt lekkere losse-klinker-plas fiets ik wel eens om. Het beste resultaat wordt bereikt met niet al te hard opgepompte damesfietsenbanden. Twee prachtige losse-klinker-plassen vind je bijvoorbeeld in de Lange Elisatbethstraat – één op de hoek bij de Bakkerstraat en één ter hoogte van een winkel die Tango heet. De Troelstralaan is onlangs omgevormd tot een losse-klinker-zee. Maar dat blijkt bij nader inzien teveel van het goede.

Moeder weet raad

Het werd een nogal lastig gesprek en als er nu nog woorden zouden vallen, dan moesten het wel harde woorden zijn. Maar met één handige draai van moeders waren we eruit: "Weet je wat? Ik heb nog drie soepkippen over. Als jullie die nou eens meenemen?"

dinsdag 7 oktober 2008

Armageddon

"Crisis compleet, vertrouwen verdampt", kopt de krant. Kan waar zijn, toch had ik me Armageddon nét iets anders voorgesteld.

maandag 6 oktober 2008

The Baltimore fire of 1904

This message is sponsored by Redwing Pestcontrol.

zondag 5 oktober 2008

Stadsdichter

Nu is er sprake van dat Utrecht een stadsdichter aanstelt. Een geweldige job, lijkt me, die richting geeft aan bijna alles. Doelloos een beetje door de stad fietsen of in het café hangen? Neehee, de stadsdichter is aan het werk! Bovendien denk ik dat de stadsdichter een direct lijntje krijgt met brandweer en politie, om – als ooggetuige - heldendaden te bezingen of doden te betreuren. En dat lijkt mij wel wat. Ik zou dat ook goed kunnen, denk ik, want ik heb een behoorlijk sterke maag, zodat ik het allemaal van dichtbij zou kunnen bekijken en beschik toch ook over voldoende gevoel voor drama om het eea aanschouwelijk te maken. Komt nog bij dat ik mijn stadsdichterlijke klassiekers ken, waarvan ik - met Bob Dylan, dus ik ben in goed gezelschap - The Baltimore Fire of 1904 één van de mooiste vind:

"Fire, fire," I heard the cry,
from every breeze that passes by;
All the world was one sad cry of pity.
Strong men in anguish prayed,
and calling loud to heaven for aid,
While the fire in ruin was layin'
fair Baltimore, the beautiful city.

Maar het zal wel weer Ingmar Heytze worden.

donderdag 2 oktober 2008

Huisarts schiet te hulp

"Omdat u té gezond bent om goed ziek te worden, wordt u ook nooit echt beter."

woensdag 1 oktober 2008

De laatste Dag

Op de eerste Dag kon je 'm al zien aankomen. Daar stond me een legertje van
multimedia-, marketing- en fullfillmentconsultants en consumer-generated-content-goeroes en data-miners en business- en IT-architects en méér, nog veel meer. Alleen journalisten en advertentieverkopers waren nog even in geen velden of wegen te bekennen. Die zouden ook alleen maar in de weg lopen bij het bouwen aan een sluitende Business Case.

dinsdag 30 september 2008

Simon Carmiggelt

Dat was een prachtig stuk van Martin Bril, gisteren in De Volkskrant. Het ging – wat cru in m’n eigen woorden samengevat – over zijn naderende dood. Of toch over de angst daarvoor. Eigenlijk was het niet echt prachtig. Meer ontroerend. Je voelde hoe de familie zich tijdens een wandelingetje of zo gewaar werd van de onoverbrugbare afstand tussen het lijdend voorwerp en de anderen. Nee, niet alleen de anderen - ál het andere. Misschien was het zo niet bedoeld, maar je leest wat je lezen wil. Op één of andere manier moest ik vanwege het stukje steeds aan de zo goed als vergeten Simon Carmiggelt denken - en nu hoop ik maar dat Martin Bril dat niet ook doet.

vrijdag 26 september 2008

Feeders en drinkers

Natuurlijk lees ik in principe nooit in blaadjes die maar zijn bedoeld om stapels advertenties netjes in te binden. Maar dit verhaal uit de Linda gaat toch met me op de loop: ergens in ons maatschappelijk midden lopen ‘feeders’ rond. Die vetmesten hun geliefde uitbundig. Chocomel met slagroom, moules frites, witte boterhammen gedoopt in spekvet, magnums classic. Eigenlijk zou ik wel eens bij zo een feeder willen eten. Eén keertje dan, hé? Maar ik ken er geen, ik ken alleen maar 'drinkers', voor wie een bakje gemengde nootjes al een vrijwel volwaardig alternatief voor een maaltijd vormt.

dinsdag 23 september 2008

Filmster

Het ging zo: ik reed op het trottoir tegenover de tent van het filmfestival, had nogal haast, lette niet op, heb haar niet zien aankomen. En toen ben ik over haar tenen gefietst. "Au, sukkel, kijk effe uit", snauwde ze me toe, ze keek erg kwaad, maakte heftige, theatrale gebaren en zette zelfs nog even - halfslachtig - de achtervolging in. Ik ben bang dat ik een filmster heb aangereden.

maandag 22 september 2008

Maandagman

Omdat er maar niks gebeuren wil waar je verstand vat op krijgt – en je nog iemand bellen moet die Sandy heet - zit je de rest van de dag opgescheept met dat liedje (‘Sa-ha-ndy, bé-hé-by’) en John Travolta in een leren broek.

zondag 21 september 2008

Gloeiende kater

T was ‘t eten. Ja, dat was 't. Dat eten, daar was wat mee. En als er al niks mee was, dan was 't toch te weinig. Ook niet erg voedzaam, hé? Dan krijg je dat. Wordt ‘t nou al donker?

zaterdag 20 september 2008

Engel

Gisterochtend - even na negenen - werd ik op de Vismarkt aangesproken door een engel. Ik schrok erg, wees zijn toenadering resoluut af (zoals je dat doet als je niet in Lourdes of Scherpenheuvel woont – en dus nergens op verdacht bent), maar zag ook meteen dat hij me dat niet kwalijk nam. Geloof het of niet, het maakt mij niet uit: zo ging het.

vrijdag 19 september 2008

Laxeermiddel

Het ministerie van economische zaken heeft een meneer ingehuurd om – ik citeer – "iets te doen aan Holland Branding".

Die meneer vindt in Adformatie het volgende:

"Netherlands connecting global ambitions, moet het motto zijn. Met de Orange Contest dagen wij creatieven over de hele wereld uit, van gamedeveloppers tot reclamegoeroes, om retegave creatieve en innovatieve concepten te bedenken om het merk Nederland wereldwijd te communiceren. Dat idee kan van Rem Koolhaas afkomstig zijn of een onbekende ontwerper op zijn zolderkamer, dat kan het inpakken van de IJffeltoren zijn (Ja! Het staat er echt – EFCE) tot het woord ‘Holland’ projecteren op de maan. Als het maar impact heeft en om het grote denken gaat."

De Adformatie lees ik uitsluitend op de WC. Dat wordt een nogal stuitende gewoonte gevonden, maar de laxerende werking is onovertroffen, dus ik volhardt.

Mail uit Brussel

Geen klachten over de efficiency, moderniteit en klantvriendelijkheid van het Belgisch militair archief. Opa’s gehele dossier aangaande ‘14-’18 wordt per kerende mail als PDF toegezonden.
Toch begint de tijdreis al in het begeleidend schrijven: "In antwoord op uw e-mail vindt u in bijlage de documenten terug uit het dossier van Van X, Fransiscus Antonius, bij ons gekend als Van X, Francois Antoine".

De verdwaalde SAP-consultant

Goed. Laatst vond ik dus een verdwaalde SAP-consultant. Dat verzin ik niet, want zoiets verzin je niet. En hij zei het zelf: "Ik ben SAP-consultant en ik ben verdwaald." Waarop een nogal uitwaaierend verhaal volgde over de kosten van het levensonderhoud in zijn standplaats Boedapest, een tweede – dit keer Russische - vrouw, een poes die kwijt was en weer gevonden en de diefstal van een motorfiets die uiteindelijk ook weer terecht was gekomen. Inmiddels was ik behoorlijk op m’n hoede.

Onnodig, bleek, want in één moeite breide hij alles weer netjes en logisch aan elkaar. In de zijtas van de motor zat het papier waarop stond waar hij precies zijn moest. Maar de motor was om begrijpelijke redenen - te weten de duurte te Boedapest en zie dan maar eens rond te komen zonder in criminaliteit te vervallen – gestolen. Nu was de motor weer terecht en het papier ook, maar wel in Boedapest, bij de vrouw - die nu dus de enige was die precies wist van de hoed en de rand.
Allemaal toeval, trouwens, want de vrouw was tegen de planning in thuis gebleven bij de poes, omdat ze (die poes dus) nogal overstuur was vanwege dat ze kwijt was geweest. Hij had haar heus wel gebeld en zij had het papier voorgelezen. Maar helaas had hij er vanwege haar zware accent totaal niets van kunnen verstaan en uit voorkomendheid had hij haar niet durven vragen het papier nog eens een vijfde keer op te lezen.

En zo kwam het dus dat hij hier verdwaald zat te zijn. Hij had verder niets van me nodig en leek niet geheel ontevreden met de situatie.

donderdag 18 september 2008

Opgedonderd

Eén jaar en een kleine 300 stukjes verder ben ik de draad kwijt. Er zijn verhalen genoeg, dat is het niet. ‘De verdwaalde SAP-consultant’, ‘Duizenden Duistere Dieren’, ‘Wreed’, ‘Naar Suriname’, ‘ Een winkel in de stad’ - en zo meer. Verhalen die nu nog alleen titel zijn maar die ik met liefde en plezier aan mezelf wil vertellen. Maar dan niet met dat wikken en wegen. Die miezerige twijfel. Weg ermee. Opgedonderd.

woensdag 10 september 2008

Dat wil je niet weten

Was ik maar niet via de Oudegracht gefietst. Want nu ken ik een man waarvan ik weet dat ie geregeld met een denkbeeldig scherpschuttersgeweer dood en verderf zaait, een terugkerende droom heeft over een vent die een kip neukt en zeker weet dat ie op een dag blind is.

donderdag 4 september 2008

Ook een soort schrijver

Die Jean-Marie Berckmans, dus, die schrijft daar (in mijn hoofd, toch) de sterren van de hemel. Zelf ben ik ook een soort schrijver. Een broodschrijver, om precies te zijn. Voor 100 euro per geklokt uur (exclusief btw, alle bijkomende kosten en halve uren worden als hele in rekening gebracht) mag u het zeggen en hou ik m’n mond, als het ware.

Hotver!!

Binnendoor naar Beverlo

Het eerste wat ik lees over Jean-Marie Berckmans is dat ie nu dood is.
Het eerste wat ik lees van Jean-Marie Berckmans is ‘Binnendoor naar Beverlo’:
http://tinyurl.com/5papm7

Hotver!

dinsdag 2 september 2008

Te bescheiden

Die veel te bescheiden vrouw kreeg natuurlijk wat haar toekwam: een grauw van de hond, een klap van de man en een trap van het kind.

maandag 1 september 2008

Opgelucht

Mijn gebit. Daar hadden we het over. Twee rijtjes errors & omissions in nogal bonte kleurstelling. Daar is natuurlijk best nog wat aan te doen. Maar alles heeft z’n prijs. Tienduizend – minstens, dachten we zo. Ik keek er wat moeilijk bij, denkend aan lange dagen vol bloed en pijn en gruwelijke geluidjes. "Je ziet het goed", vond ze, m'n gezicht lezend. "Waardeloze investering. Zul je altijd zien - dat je kanker krijgt als ’t net klaar is." Zo had ik het nog niet bekeken, maar ik onderschreef het graag.

woensdag 27 augustus 2008

De chemie van een goed humeur

Ik kon me er wel in vinden en er is ook veel voor te zeggen: het leven geschetst als een steeds smaller, donkerder en kouder wordende tunnel, bevolkt met figuranten die zomaar kunnen opduiken om je zonder duidelijke aanleiding met één welgemikt schot uit je lijden te verlossen – wat wel mooi zou uitkomen, want je bent daar zelf ondanks alles toch te schijterig voor.

Zo zaten we daar wat te somberen over het eindeloos beschikbare ondersteunend bewijs voor het één-en-ander, totdat we via een nu onnavolgbare weg bij seks uitkwamen. Alles weg. In één ogenblik verdampt. Vergeten. Ander onderwerp. Ben ik al bruin? Zullen we biefstuk eten? Morgen koop ik nieuwe schoenen. Banaal misschien, maar tegen de chemie van een goed humeur verlies je het altijd.

woensdag 20 augustus 2008

Mijn jaren '80

En toen wás ik een keer uitgenodigd door Wijnand Duyvendak om mee op dievenpad te gaan, heb ik me verdorie verslapen.

maandag 18 augustus 2008

Middenstander in zee

Een lelijke wind uit het noordwesten had gisteravond het strand allang leeggeblazen, toen ik op het rampzalige idee kwam eens te gaan zwemmen. Zo gebeurde het dat ik samen met een middenstander in een aflandige stroming geraakte, waartegen elk verzet eigenlijk nutteloos was. We waren verder moederziel alleen en redding was niet te verwachten. Terwijl we zo ieder voor ons leven vochten, verspilde de middenstander z’n adem met verhalen over hoe hij bestolen werd door z’n eigen personeel, over bedrieglijke bankbreuk, over hoe huurders van een bepaald slag de waarde van onroerend goed ongunstig beïnvloeden en nog zo wat zaken die je leert in het handelsverkeer, maar waar mij het fijne van ontging. Misschien kwam dat ook omdat onze kansen nogal ongelijk waren en ik me daar zorgen over maakte. Hij moest echt zwemmen en ik had een bodyboard waarop ik me drijvende kon houden. Wat me bezighield was hoe lang het zou duren voordat hij met het voorstel zou komen het te delen. En hoe lang het daarna nog zou duren voordat hij tot het onontkoombare besluit zou komen dat maar één van ons het zou kunnen redden met dat schamele beetje drijvend vermogen. Totdat de stroming ons wonderlijkerwijs de andere kant op duwde, terug naar het strand. We spoelden aan en terwijl we rillend van de kou terugliepen naar ons punt van vertrek bedankte hij me voor het fijne gesprek.

Sterfhuis

Het gaat altijd sneller dan je denkt. Ineens is dat huis een sterfhuis en daar ligt ie dan. Niks meer te kiezen, door verzorgers omzoomd met stompzinnige prullen die je straks kunt wegsmijten omdat de stank van pijnstillers en bederf er niet meer af te wassen is. Ik zou nog wel wat willen zeggen - je voelt je ertoe verplicht, eigenlijk – maar er schiet me niets te binnen. Dan zie ik daar een oude krant en ik lees de volledige einduitslag voor van de Tour de France: "Eén: Jan Ullrich; twee: Richard Virenque; drie: Marco Pantani: vier: Abraham Olano; vijf: Fernando Escartin…" En zo verder. Mijn monotone voorleesstem lijkt een kalmerende werking te hebben op de stervende, maar ’t kan ook wel zijn dat ik me dat verbeeld. Buiten schijnt de zon en er staat een aangenaam windje.

maandag 11 augustus 2008

GranTourismo


donderdag 24 juli 2008

Le Dialogue Intérieur

(….)
(….)

woensdag 16 juli 2008

Nachtwinkel

In mijn winkelwagen ligt iets van groente en er staan meen ik ook een paar glazen potten met Bockworst en ik ben bezig er blikken bier bij te zetten – als een man naast me opduikt en hard met z’n wijsvinger in m’n zij prikt. Z’n vinger glijdt zo door m’n huid naar binnen en ik voel m’n ingewanden aangeraakt worden. "Daar zou u direct iets aan moeten laten doen", zegt de man. "Getver", denk ik, "hij heeft gelijk."

vrijdag 11 juli 2008

EFCE's Breaking Shownieuws

- Kort bericht van persbureau Novum -

Madonna verliefd op zichzelf

Madonna is verliefd op zichzelf. Dat zegt haar broer in zijn boek ‘Life With My Sister Madonna’.

- einde bericht -

Blootshoofds en stilzwijgend

Hoe je een dik boek nu eigenlijk te lijf moet, heb ik geleerd van Lambiek en Sidonia uit Suske en Wiske, die je normaal weinig anders ziet lezen dan de gazet en die dan plots op zo’n boek stuiten (De drie musketiers) en – schouder-aan-schouder - aan het lezen slaan en niet meer stoppen kunnen en daardoor de aardappelen laten overkoken en overal overheen struikelen enzo, en die de laatste bladzij uitlezen met een pan op hun kop en een bezemsteel in de hand. Als het boek wordt dichtgeklapt, is dat niet het einde maar dan slaken ze een strijdkreet en zijn ze juist pas goed begonnen, zoals je begrijpen zult.

Ik lees een dik boek. Met zo’n 600 dichtbedrukte bladzijden en hele kleine letters en zonder plaatjes mag je het wel een dik boek noemen, vind ik. Het is ook weer niet een té dik boek, want ’t is allemaal heel boeiend, dus ik lees er op geëigende tijden elke avond wat in en op een dag zal het uit zijn en zal ik het in de kast zetten. Blootshoofds, met lege handen en stilzwijgend. Saaie man!

zaterdag 5 juli 2008

Ondeelbaar

Oh, lieve strijdmakker – we zijn bloed en as en zoveel dingen waar je niet meer – nee nooit – over praten moet. Laat me niet los. Als we nou maar ondeelbaar zijn – dan kan jij weer en dan ben ik nog.

vrijdag 4 juli 2008

Onbekwaam

Door het raam komt de basistoon van de stad binnen – die tussen 3 en 4 op z’n dunst is, maar nooit onherkenbaar wordt. Ter onderbreking worden korte, onaangename scènes gespeeld, die geen enkel ander doel lijken te hebben dan mijn totale onbekwaamheid voor wat dan ook aan te tonen - bijvoorbeeld één waarin ik hulpeloos goochel met vier loodzware Volvo-wielen. Het decor is steeds weer spuuglelijk en wat hebben ze in godsnaam met het licht gedaan?

donderdag 3 juli 2008

Visie

Ineens kon ik een verschil benoemen, een positief verschil: ik zág véél scherper – in de zin van => wáárnemen => doorzien => samenvatten => oordelen.

Je begrijpt, dan wil je ook alles zien wat er te zien valt. Dus ik richtte de trefzekere nieuwe blik op de naaste omgeving en oordeelde er op los: bedrieger, lastpak, nietsnut, zwerver-in-de-dop, leugenaar, kruimeldief, compulsief overspelige - en zo verder.

Na verloop van tijd merkte ik toch op dat de oordelen generieker van aard werden, in de trant van: klootzak, sukkel, stom wijf, etter, lul. De nieuw verworven gave had nog iets teveel weg van eenvoudig chagrijn om écht van nut te kunnen zijn.

Ik schrokte gauw een bospeen en zes droge kaakjes naar binnen en spoelde alles weg met een halve fles spa, waarna ik me al wat beter voelde, maar niet véél beter.

woensdag 2 juli 2008

Wegtrekker

Al met al viel het niet tegen. Eén zuivere wegtrekker en verder de hele dag de rare sensatie dat al je tanden plots los in je mond lijken te zitten.

maandag 30 juni 2008

Dag nul

Sterft, gij oude vormen en gedachten!
Slaafgeboornen, ontwaakt, ontwaakt!

Volgens mij is er de afgelopen dertig jaar geen foto van mij gemaakt zonder sigaret. Want zie je, ik rook nogal. Iemand heeft daar zelfs eens een best wel ontroerend gedicht over gemaakt – dat vond ik een hele eer en toch ben ik het kwijtgeraakt.

Sommige mensen hebben het maar gemakkelijk. Neem mijn vader. Veertig jaar lang genoeglijk pijpjes gerookt. Van de ene op de andere dag gestopt: na een herseninfarct helemaal vergeten dat hij de dag tevoren nog rookte of wat een pijp was en jammer genoeg ook waar mes-en-vork en het alfabet voor dienden en nog zo wat van die praktische dingen.

Nu wacht ik al zeker tien jaar op de doorbraak van een veelbelovende verslavingstherapie uit Israël. Je wordt drie weken in coma gehouden, waarna je als een nieuw en sterk verbeterd type mens wakker wordt. Geen centje pijn – wéér zo’n belofte uit die hoek die nooit uitkomen zal.

Het is dag nul van mijn mini-Genesis en de Schepper heeft het knap benauwd, nu het aftellen is begonnen.

Dag nul laat er dan ook geen gras over groeien en strooit kwistig met ongunstige voortekenen. Zo was ik vannacht op de roltrap die gaat van het busstation naar het treinstation. Het was druk en warm en ik werd opgehouden. De laatste trein kon elk moment vertrekken. Ik begon om me heen te slaan en zag een nette vrouw met een geruit koffertje achterover vallen. Ze sleurde alles en iedereen mee. Het geraas van die bussen, dat was oorverdovend. En. Het. Raakte. Me. Allemaal. Niet.

maandag 23 juni 2008

Suppletie

In de verte zie je een werkboot die blubber verzamelt- en onder hoge druk in een roestig maar nog solide ogend buizenwerk perst. Suppletie. Het zal dáár wel een rotlawaai zijn, maar hier aan wal geeft het juist een geruststellend, bijna liefelijk geluid. Zachtschurend schieten tonnen zand langs je heen, naar een bestemming buiten je blikveld.
Zo nu en dan wordt de monotonie onderbroken. Al van verre hoor je dat er iets komt. Iets dat holderdebolder meegevoerd wordt met de stroom. Een steen, denk je. Of een groot, ongelukkig schaaldier. Of die mobiele telefoon of die sleutelbos. Je bent hier al zoveel verloren. Je tante Leun, bijvoorbeeld, die iets verderop is uitgestrooid. Niet ondenkbaar dat ze nu wordt opgepompt, zo meteen langs komt suizen en strand wordt. En weer wegspoelt. En weer strand wordt. En zo verder.

donderdag 19 juni 2008

Moeilijk haar

"Reken maar nergens op. Meisjes met moeilijk haar komen altijd te laat."

maandag 16 juni 2008

Wolkbreuk

Het was een bui zoals in Taxidriver: duister, dreigend, luidruchtig. Maar dan in Geldermalsen. Roestige treinstellen en twee aan elkaar vastgeklonken fietsen. Het had allemaal geen kwaad in de zin en liet zich dan ook niet wegspoelen.

vrijdag 13 juni 2008

Niets is wat het lijkt

Een man – die een gangster speelt – geeft een vrouw – die een kerstboom doet – een drankje - dat een tropisch eiland verbeeldt. De man grijnst, de vrouw kirt, het drankje licht op in het donker.

Blindganger

Dat je dat dinges daar ziet en tot drie telt en doet wat moet en dat je tegen beter weten in (positie, positie!) toch blijft kijken en een zwak-gele potloodstreep getrokken ziet worden (het is niet meer in jouw handen) en dat die streep dan eindigt in een punt en dat het dinges dan natuurlijk weg is en dat je het wel zou weten als je drie wensen mocht doen en dat dan ineens de zon opkomt en er alvast één is vervuld.

woensdag 11 juni 2008

Bouwdoos voor luilakken

Fundamenten gelegd
Werkprocessen uitgetekend
Sleutelposities ingevuld
Lastige discussie - maar constructief
Onzekerheden opgeruimd
Afgebakend en dus helder
Met de ogen van de klant
Langs nieuwe lijnen
Samen aan de slag
Klaar.

maandag 9 juni 2008

Na het feest

Vrede. Zonneschijn. Maagzuur.

donderdag 5 juni 2008

Vluchtelingen

het was zo’n dag als deze, maar dan lang geleden,
dat iets voorbij die ouwe troep van bloed en tranen
en onverzekerbare schades,
dus precies aan de rand van die onmetelijke vlakte
van gewoonte en verveling,
net toen het doorschemerde
dat dit het misschien wel zijn moest,
een vervelende God
- die evenwicht eist en middelmaat en suffe rituelen –
zich eens lelijk vergiste door ons te laten ontsnappen.

vluchtelingen in de liefde.
tot vandaag. en verder. en verder. altijd verder.

woensdag 4 juni 2008

Hoe dat gaan kan

Nu was ik werkelijk razend op die vent. Meters over mijn toch ruim getrokken grenzen gegaan. En dat heb ik hem laten weten ook. Dacht ik. Belt ie op. Luchtig, vrolijk zelfs, zich van geen kwaad bewust, eigenlijk. En of ik z’n koelkast nog hebben wil. Met vrieskastje en zgan – want hij is netjes op z’n spullen - en voor niks. Tja, dat lijkt me wel wat, zo’n koelkast.

maandag 2 juni 2008

Nagekomen bericht: Hole in the ground




Er kwam nog een vage herinnering op, die in werkelijkheid zo bleek te gaan:

THE HOLE IN THE GROUND
by Bernard Cribbins

There I was, a-digging this hole
A hole in the ground, so big and sort of round it was
There was I, digging it deep
It was flat at at the bottom and the sides were steep
When along, comes this bloke in a bowler which he lifted and scratched his head

Well we looked down the hole, poor demented soul and he said

Do you mind if I make a suggestion?

Don't dig there, dig it elsewhere
You're digging it round and it ought to be square
The shape of it's wrong, it's much much too long
And you can't put a hole where a hole don't belong

I ask, what a liberty eh
Nearly bashed him right in the bowler

Well there was I, stood in me hole
Shovelling earth for all I was worth
There was him, standing up there
So grand and official with his nose in the air
So I gave him a look sort of sideways and I leaned on my shovel and sighed

Well I lit me a fag and having took a drag I replied

I just couldn't bear, to dig it elsewhere
I'm digging it round 'cos I don't want it square
And if you disagree it don't bother me
That's the place where the hole's gonna be

Well there we were, discussing this hole
A hole in the ground so big and sort of round
Well it's not there now, the ground's all flat
And beneath it is the bloke in the bowler hat.

And that's that!

Non sequitur

Op een comfortabele afstand kijk ik naar een man die een gat graaft. Hij heeft het tempo er goed in en al na korte tijd zie ik eigenlijk alleen z’n nek en schouders nog en –met een ijzeren ritme – steeds een flits van de schep en zijn armen. Dan stopt het scheppen en de man kijkt over de rand van z’n kuil om zich heen. Hij ziet me, hij wenkt en ik loop naar hem toe. Ik kijk naar de man en het gat. Het gat is diep en vrij smal. Hij is wat dikkig en hij zweet behoorlijk. Z’n bijna kale kruin is precies ter hoogte van m’n voeten. Hij vraagt:
- "Wil je me even helpen om er uit te komen?"
Ik zoek een stukje grond waar ik voldoende houvast meen te hebben om hem omhoog te hijsen en ondertussen denk ik: ik zou het gat gemakkelijk kunnen dichtgooien. Met jou erin. Je zou eerst verbaasd zijn, dan misschien willen schreeuwen, maar het zand zou je stem al gauw verstikken. En weg. Gaat er dan iemand naar je op zoek? En zal iemand je hier ooit vinden?
De man kijkt me nu aan met ogen die tot spleetjes zijn samengeknepen (er zit zand in z’n wimpers) en zegt met zachte stem:
- "Non sequitur."
- "Hé, wat?"
- "Non sequitur, dat volgt er niet uit."
Zie je, ik spreek geen Latijn, overdag.

woensdag 28 mei 2008

Impulsaankoop


dinsdag 27 mei 2008

McGonagall



Dit is William Topaz McGonagall (1825-1902). Algemeen beschouwd als allerslechtste dichter ooit. Ook door zichzelf, maar zijn roeping was sterker: "The most startling incident in my life was the time I discovered myself to be a poet, which was in the year 1877." Volgens een BBC enquête is hij momenteel in het Engelse taalgebied de op één na beroemdste Schotse dichter. Een bundel met 35 schandalig slechte gedichten leverde laatst op een veiling 8.300 euro op.
Tja, dan kun je zeggen: het gaat nergens over, maar straf is het wel.

maandag 26 mei 2008

De beleefde arrestant

Om het leerpunt te onderstrepen steekt hij z’n vinger priemend in de lucht. De boeien trekken z’n andere hand mee omhoog. Die hangt er slapjes bij om zich zo onzichtbaar mogelijk te maken en het gebaar niet in de weg te staan. "U moet ’t zo zien, heren: met vrouwen is ’t altijd wat."

Verzilting

Er is een dode te betreuren. De moeder verregent naast de deur van de kerk. Tranen spoelen weg, via haar regenjas en de punten van haar schoenen en de granieten stoeprand - zo het afvoerputje in.

donderdag 22 mei 2008

Groen

Bij de rooie brug staat een vrouw voor het stoplicht die zo te zien een vermoeiende nacht lang diensten aan de samenleving heeft verleend. Ze heeft een plastik tasje met rommeltjes en ze draagt een T-shirt dat I NEED LOVE zegt. Zeldzaam treurig. Ik zou haar op de bank willen leggen en koffie geven met koekjes en stevig instoppen en er heel streng op toezien dat ze eens heerlijk ongestoord kan slapen. Het licht springt op groen. Iemand toetert. Alles beweegt. Die bus, die vrachtwagen, dat Opeltje, die vrouw en ik ook.

woensdag 21 mei 2008

Ruilverkaveling

In het halfduister rij ik in m’n auto tussen de weilanden die wij altijd de ruilverkaveling noemden. Er dansen twee vliegjes voor m’n ogen. Ze schrijven elk steeds opnieuw exact hetzelfde patroon in de lucht, de één als spiegelbeeld van de ander. En aan het einde van elke oefening vliegen ze op elkaar af en lijkt het net alsof ze elkaar kussen. De ruilverkaveling stond bekend om z’n ongelukken.

maandag 19 mei 2008

Stadswerken

Dat ik vaak in Overvecht moet zijn is klaarblijkelijk niet al straf genoeg. Daarom heeft god nu een Ambtenaar bij stadswerken aangesteld die alle strategische doorgangs- én sluiproutes dagelijks in een volstrekt onvoorspelbare volgorde afsluit, behalve één.

vrijdag 16 mei 2008

Kreeften en risotto

Een bordje eten als oorzaak van verwarring en ook wel chagrijn. Dat zit zo. Ik ken een kok en die kookte michelinsterren. Een gedoe van jewelste, stel ik me zo voor, met steeds weer de nieuwste lifjes en de hipste lafjes en goede manieren en geklokte tijden en gestijfde boorden en zo verder.
Op een doordeweekse dag, al weer jaren geleden, besloot ie dat ie er schoon genoeg van had en kwam tot een motto: "Nooit zal een teerling de toekomst veranderen''. Vanaf dat moment kookt ie in feite nog maar twee dingen, die samen op één bordje gaan: kreeften en risotto. Dag aan dag, kreeften en risotto. Drie jaar geleden, twee jaar, één jaar, vandaag nog, als je opschiet. Omdat het lekker is en niet heel erg moeilijk – zodat er volop tijd is om wat te drentelen en te keuvelen en zo meer - en wie krijgt er nou ooit genoeg van kreeften of risotto? Licht verteerbaar ook. Over dat motto heb ik dus wat langer gedaan.

donderdag 15 mei 2008

Eendjes

In de vijver bij het museum zwemt een eend met een reeks kuikentjes. Het hele spul komt aan land. Bij mij is een man die een dagje weg is van iets heel belangrijks. We bespreken ernstige zaken. "Zoeken hun boom", mompelt hij voor zich uit, als hij het rijtje langs z’n voeten ziet wandelen. Pardon? "Hun boom. Sommige eenden maken hun nest in een boom. Tot wel tien meter hoog. Direct als die kleintjes geboren worden, gooit de moeder ze eruit. Geeft niks, kunnen ze tegen. Maar ze blijven hun hele leven zoeken naar die boom." Ik kijk ‘m aan, wil iets zeggen, maar slik ’t in. Want wat weet ik van eenden?

woensdag 14 mei 2008

Zo.


dinsdag 13 mei 2008

Onbegrepen signalen (1)

Hier stond een stom, ongeïnspireerd en lelijk geschreven stukje. De titel is dan wel weer veelbelovend, dus die mag voorlopig blijven.

woensdag 7 mei 2008

Vaandelvluchteling

Attentie, niet storen! Dit woord wacht stilletjes op een Google-Bot om voor het eerst opgepikt- en verspreid te worden. Dan is dat maar gebeurd. Een exacte betekenis en aanwijzingen voor toepassing in de Nederlandse taal dienen zich nog te ontwikkelen. De eerste gedachte voor toekomstig gebruik gaat deze richting op:

"Een stroom vaandelvluchtelingen kwam op gang toen Rita Verdonk onder de wapperende driekleur haar overwinningstoespraak afstak."

maandag 5 mei 2008

L'heure bleu: Epiloog

Terug in ++3130 en met een vriend op niet ‘t minste terras om 't een-en-ander eens door te spreken. De serveerster worstelt vrolijk met niet onder controle te krijgen kleingeld en een weerbarstig handheld computergestuurd doorgeefsysteem van al te eenvoudige bestellingen. Er staat een windje, maar dan krijg je ’t toch warm, zo te zien. Bij ons 3e , laatste en daarmee toch niet excessieve pintje voegt ze ons toe: "Ahh nee, niet wéér, hé?" ’t Is misschien niet leuker, maar wel gezonder en het is altijd goed je plaats te kennen, als mens die ook klant is en zich te schikken heeft naar kleingeld en elektrische doorgeefsystemen.

L'heure bleu: Van hier-naar-daar

Ik denk: als ik hier nou eens een paar weken blijf rondhangen. Dan heb ik materiaal genoeg voor een vuistdik boek – helemaal voor mezelf. Met daarin bijvoorbeeld Wouter de Wijsgeer (‘Ik ben Wouter en ik ben Wijsgeer’- spreek dat eens uit met Gentse tongval en het is een soort gedicht). Wouter is op Nietzsche en Wouter is hier de wijsgeer – geen tegenspraak – en die weet via een wonderlijke redenering van die Nietzsche een voorvechter van vrouwenrechten te maken. En Lex, natuurlijk, coach van waanwensen of maanmensen of zoiets. En Katleintje. Die heeft een groot verdriet. Zo groot, dat het een zwart gat in haar hersens trekt waarin alles verdwijnt. Ze staat ‘s morgens op met een schoon geheugen, zoals wij gewoonlijk opstaan met een schoon gemoed. Of die zwarte jongen die ooit een vlammend stuk voor De Standaard schreef en nu wacht op een vervolgopdracht die morgen komt. En vaandelvluchtelingen en anti-globalisten - die overal hetzelfde zijn - en reisleiders die eeuwig wachten op hun ticket en die kerel daar die precies Arno Hintjens is. De verhaallijn, denk ik, zou kunnen zijn een poging om samen met een paar van die figuren van hier-naar-daar te raken. Overbodig te zeggen dat die poging vruchteloos zou zijn. Precies op tijd besef ik dat ik mij bevind in een zaal vol gestolde pogingen tot literatuur en films en toneelstukken en van platencontracten waarvan de inkt maar niet drogen wil en van firma’s die gesticht zullen worden als en als en als. En dat ik zelf al met mijn voeten een beetje vastgeplakt zit aan de grond en dat dit tafeltje al een beetje mijn tafeltje is. Zo snel gaat dat.

L'heure bleu: Niets weet wat het wil

Het is een soort zondagmiddag
en dan regent het en dan schijnt de zon.
Het gaat over dit-en-dat
en even zit er een dode op m’n stoel.
Hé, ben ik dat nou?
Misschien gaan we eten, zo,
en drinken we wat verder
en hebben we nog luie seks
waar je je later niet veel van herinnert.
Niets weet wat het wil.
Zoveel is zeker.

zondag 4 mei 2008

L'heure bleu: Wablief?

- "Ik ben ‘n woaoof"
- "Wablief?"
- "‘n coach…"
- "Ah."
- "‘n coach van whaanwensen"
- "Wablief?"
- "Ik coach, ik coach maanmensen"
- "Ah, zo."
- (....)
- (....)
- "Managers. Ik coach managers. Van 't staalfabriek."

dinsdag 29 april 2008

Identiteit (2)

Dat uitzichtloos denkcomplex - met hoofdrollen voor spoorloze genieën en mythische wezen en onbegrepen boeken en verkeerd geplaatste opmerkingen - is nu eens teruggebracht tot een simpele vraag: zal ik nog een biertje nemen, of niet?

maandag 28 april 2008

Noorderstrand

De vriendelijke reus op het Noorderstrand ritst z’n wetsuit dicht en knijpt één oog toe. Om de richting te bepalen of om de wind, de stroming of de golfslag de maat te nemen of omdat het nou eenmaal zo hoort – dat weet je maar nooit. Dan neemt hij z’n aanloop, heel lang en verrassend snel. Zand spat op van onder z’n voeten, dan schelpen, dan modder, dan water. Z’n board glijdt over een spiegelglad uitlopende golf. Met ’n elegant sprongetje landt hij er juist goed op. De branding doorsneden. Voorbij de paalhoofden. Langs de vaargeul van de Westerschelde. Een stipje nog maar. Weg. Dag reus. Tot ziens.

donderdag 24 april 2008

Hare Rama, Hare Krishna

Vals sentiment ligt altijd op de loer. Neem deze doortrapte dubbele hinderlaag: van rechts doemt plots een stokoude Roemeense accordeonspeler op die Una Paloma Blanca doet. Niets bijzonders, kun je verwachten voor de poort van Hoog Catharijne. Maar bij mijn iets te routineus uitgevoerde uitwijkende manoeuvre, loop ik recht in de armen van twee Hare Krishna’s. De toch nog wel kille wind tilt hun sarongs op, waardoor ik vol zicht heb op 4 dunne, blauwgeaderde, spierwitte beentjes, steunend op tot de draad versleten schoentjes. Door hevig aan gebakken spek en bier te denken, blijf ik de ontroering nét de baas.

woensdag 23 april 2008

Grenspaal

We dwalen af. Naar een grenspaal op de hei. Daar zitten een paar gaten in. Van kogels uit een Engels gevechtsvliegtuig, zegt mijn moeder. (Die beschikt over een gevoel voor dramatiek waar je U tegen zegt, want hoe zou ze dat kunnen weten, bedenk ik me nu.) Op deze mooie voorjaarsdag steek ik mijn vinger in één van die gaten en krijg ‘m niet meer los. Hevig ruk- en trekwerk volgt en er komt spuug en zelfs oorsmeer aan te pas. Of ik huil, dat weet ik eigenlijk niet meer. Op zeker moment zitten we gewoon weer op de fiets naar huis, ik met een zakdoek om mijn vinger geknoopt, en we zingen een liedje.

dinsdag 22 april 2008

Knikje

Bij de mores van het krachthonk in de sportschool hoort het knikje. Zo begroet je elkaar. Je doet een knikje. Niet zo’n laf straatknikje van vage herkenning. Nee, een ánder knikje. Je glimlacht er vaagjes bij en de ogen staan op verstandhouding en op begrip en respect voor het beulswerk dat de ander verricht of verrichten gaat. Zo gezegd klinkt het nogal moeilijk. Maar iedereen kan het, zover ik weet, dus erg ingewikkeld kan het niet zijn. Het knikje overstijgt elk cultuurverschil en elke taalbarrière. Nederlanders, Armeniërs, Irakezen, Iraniërs, Turken, Chinezen, Arubanen. Ze doen het knikje. En vrouwen – niet de fitness-vrouwen, maar de krachthonkvrouwen. Er is daar vaak een vrouw, graatmager en met een brilletje, die – dat zou je niet zeggen - zo sterk is dat ze push-ups kan doen totdat ze er verveeld van is en er dan maar mee stopt. Daar vloeit geen druppel zweet bij. Een meesterlijk knikje, ook.

Scheidslijn

Het zonlicht maakt een haarscherpe scheidslijn op straat. Daar probeer ik zo precies- en zo lang mogelijk overheen te lopen. Dat ergert sommige mensen die nu voor mij moeten uitwijken. Maar het lijkt me belangrijk, want morgen kan het alweer anders zijn. Zo zou ik zomaar weer een volwassene kunnen zijn.

maandag 21 april 2008

Over kipkap

Ik werd gewezen op een storende fout in de logica in het stukje Meesterwerk op Marktplaats. Kijk, dat zijn lezers waar je nog eens wat aan hebt!

Deze lezer vroeg ook naar de betekenis van kipkap. Zult, wilde ik meteen terugschrijven. Zult van net over de grens. Maar de twijfel sloeg toe en je gaat niet voor dezelfde persoon vanwege het hetzelfde stukje twee keer voor schut staan.

Dus ik zocht en vond daarbij dit verhaal. Te mooi om te proberen het zelf dunnetjes over te doen.

http://anolaerts.blog.com/1671135/

Nieuwe berichten van Tante Annie lees je op:

http://www.anolaerts.be/

Nu stop ik voorlopig met doorlinken en zal ik het zelf weer eens proberen.

Hak- en breekwerk

Kijk, dit zou ik nou wel willen kunnen. Maar ik kan het niet. En bovendien: er is toch al iemand die het wel kan? Ik geniet. Virtuoos hak- en breekwerk.

http://komrij.blogspot.com/2008/04/amsterdam-wereldboekenstad.html

Smaak van armoede

Voor slechts 0,99 cent kun je met EuroFluor je tanden poetsen en gelijktijdig genieten van de smaak van armoede.

vrijdag 18 april 2008

Meesterwerk op Marktplaats

Via een omweg kwam ik uit op Boontjes. Ze zijn – dacht ik – een jaar of tien geleden opnieuw gebundeld en uitgegeven in een paar delen en die heb ik toen gekocht. En die Boontjes, dus, die zijn nu weg. Of beter: weg waren ze waarschijnlijk allang, maar nu kan ik ze niet meer vinden.

L.P. Boon - over wie wel gezegd werd dat hij een Nobelprijs verdiende - hoopte op een lang leven voor zijn Boontjes, lees je dan nu: "Iets dat ze na mijn dood zouden bundelen tot een monsterboek in tien delen en dat de bijbel van deze tijd ging zijn. Als daarna nog een boek van een andere verschijnen mocht, zou elkeen minachtend de schouders ophalen en zeggen: och kom, het staat reeds in het Meesterwerk in Kipkap.''

In de winkel zijn ze niet meer te koop, herdruk wordt niet verwacht, kon de winkeljuf op haar beeldscherm zien. "Misschien op Marktplaats?", suggereerde ze.

donderdag 17 april 2008

Best triest

Een man die over de Oudegracht fietst met een jong meisje achterop en die daarbij het thema fluit van Turks Fruit. Op koopavond.

woensdag 16 april 2008

Hogere krijgskunde

"It is claimed that Ho Chi Minh trained as a pastry chef under the legendary French master, Escoffier, at the Carlton Hotel in the Haymarket, Westminster."

dinsdag 15 april 2008

"Murder and Mayhem"

Kort geleden liep ik nog eens langs - voorheen – café De Postduif, met mijn moeder. Ze wees naar een huis, er zowat naast, en vertelde.

Daar woonden een vrouw en een man die wij van vroeger wel kenden – ruwweg zo oud als ik, misschien iets ouder - met hun zoon. De vrouw is drie jaar geleden dood neergevallen in de wc van De Gouden Leeuw, waar een feestavond gaande was. De man en de zoon – een puber toen – bleven dus achter. En vorig jaar heeft de zoon, geholpen door twee vrienden, de vader met een hamer doodgeslagen. Ze werden gezien, sloegen op de vlucht en zijn ik-weet-niet-waar gepakt. Het bleek allemaal te gaan om geld en een reis die daarvan gemaakt zou worden naar Thailand of Mexico ofzo.

Heel even zag ik mezelf terugkeren. Als een soort Truman Capote, met een notitieboekje en een scherpe pen op zoek naar een harde en toch romantische soort waarheid. Het idee verdampte meteen. "Bergeijk had no shortage of murder and mayhem." Het is misschien wel waar, maar het klinkt gewoon niet.

Groenlingen


Café De Postduif zoals het toen was. Geen mooi café. Maar eens in de maand - en in het seizoen elke week - op zaterdag was er vogeltjesmarkt. Mijn vader verkocht daar zijn overtallige jonge kanaries en ik mocht mee. En dan - aan het eind van het jonge-kanarie-seizoen - zochten we als beloning voor onszelf een koppeltje groenlingen uit. Daar moest je meen ik wel zes koppeltjes goeie kanaries voor geven.

Big

Bij het kienen in café De Postduif kon je in het voorjaar soms ook een big winnen. Altijd met een klein gebrek: één oogje, drie pootjes of gewoon een beetje kreupel, maar verder niks mis mee. Daar werd dus niet over gezanikt. Ook al niet omdat de opbrengst voor de harmonie, de accordeonvereniging of de visclub was en de prijzen belangeloos ter beschikking werden gesteld. Zo’n big was een leuke prijs voor jong en oud, dat vond iedereen. Je kon er als kind een hele zomer mee spelen en met goed voeren had je dan in november een serieus varken te slachten. Daar kwam je de winter weer mee door.

maandag 14 april 2008

Zee

Over de zee is alles gezegd, behalve dan misschien dit: "Véél te klein voor mij".

Stilstaand water

"In wezen heb ik maar één praktische les van m’n vader meegekregen: ‘zwem nooit in stilstaand water’."

Double pay

Als ik mijn ogen open doe, sta ik op een ladder in de bloedhete schacht. Met een breed schildersmes schraap ik lange banen bontgekleurde vaseline van de wanden van metaal. Vaseline houdt het gif vast dat afgezogen wordt van de lakstraten in de fabriek. Na een week of 6 is het vet verzadigd, er zijn 6 lakstraten en op zaterdag komen wij. We schrapen de vervuilde vetlaag weg en smeren er een nieuwe op. Het is warm en heel erg vies. Maar het is double pay en je krijgt een liter melk en de ploegbaas let er op dat je die opdrinkt. Op hele hete dagen is er ook nog lekkere zoute bouillon.

’s Morgens om ½ 7 haalt de ploegbaas ons op, vlak bij het nachtbrakerscafé waar we zowat allemaal aangeworven zijn. Zijn bus heeft een dubbele cabine. Wie papieren heeft en een T-formulier durft in te vullen mag daar zitten. De anderen – meestal een stuk of twee, vaak Kongolees of Nigeriaans - vouwen zich op in de laadruimte.
Eenmaal door de poort is de fabriek van ons. Het kan daar zo mooi stil zijn. Je hoort ons geschraap en als dat stopt het gasbrandertje van de ploegbaas, waarmee hij de stalen vaten met vers vet langzaam verwarmt. En je eigen adem, natuurlijk, die het rubberen klepje van je adembescherming opent en sluit. Flip-flop, flip-flop, flip-flop…

Het is kleine pauze. Ik eet een boterham en drink m’n melk. Er wordt wat gepraat, zoals gewoonlijk zonder veel animo. Dit is voor iedereen een bijbaantje en iedereen is moe, zo aan het eind van de week. Ik ken de meeste niet eens bij naam. Behalve de ploegbaas – die met dit baantje z’n crossmotor en drankrekening bekostigt - blijft niemand langer dan een maand of wat. Zo hebben we vandaag een nieuwe contractjongen en een nieuwe Afrikaan. Die zit tegen een rij blauwe plastik vaten waarin we straks de drek scheppen. Hij is de enige die niet iets van een overall of werkpak draagt en gympen in plaats van werkschoenen. Hij praat helemaal niet, ook niet met de andere twee die in de laadruimte zijn binnengesmokkeld. De ploegbaas staat op, teken dat we weer aan het werk gaan. Hij pakt nog even het pak melk van de nieuwe Afrikaan op. "Goed", zegt ie. "Goed melk gedronken." De Afrikaan lacht even: "No problem, no problem. Drink milk, double pay."

We proberen alle zes tegelijk door het luik van het afvoerkanaal te kijken. Daar ligt ie, tegen de bodem gesmakt, min of meer dubbelgevouwen, maar verkeerd om. Vegen en spatters blubber in een mengsel van kleuren overal op z’n witte t-shirt en zwarte gezicht. Z’n ogen wijd open, bewegingsloos en nergens op gericht. De ploegbaas en ik proberen ‘m te pakken maar hij is slap en zwaar en helemaal vettig. Onze handen glibberen van de zijne. Het is zo stil, zo stil. We horen z’n adembescherming. Onregelmatig. Flip…flop…..flip….. En dan niets meer. "God…god…godverdomme", vloekt de ploegbaas. Als op commando zetten we allemaal tegelijk een paar stappen terug.

Er wordt geen woord gezegd, volgens mij. Iedereen zoekt oogcontact met iedereen. Dat lijkt zo minuten te duren. En je ziet de schrik langzaam veranderen in rekenwerk – we staan er slecht voor en we kunnen geen kant op. Dan pakt de ploegbaas aan. Hij keert zich naar de twee Nigerianen die we al een week of 4, 5 meenemen, gaat vlak voor de grootste staan en kijkt hem strak aan.
- "Kennen jullie hem?"
- "What?"
- "Ik zeg: kennen jullie hem!"
- "Ahh, no, no, never seen him before."
De ploegbaas draait zich naar mij en draagt me op het nog eens te vragen, in het Engels. Dat doe ik. Ze kennen hem echt niet, zeggen ze, en ik geef het door. "OK", zegt de ploegbaas nu, "jullie aan het werk. Ik regel het wel." Het duurt een paar seconden, maar dan sloft de eerste weg. En dan de volgende. En ik wil ook gaan. Maar hij pakt me bij m’n arm en sist: "Hier blijven jij. Helpen."

De anderen zijn uit ‘t zicht. Ze smeren nu de afvoerkanalen in met verse vaseline. "We moeten snel zijn", zegt de ploegbaas. "Nu gaat het nog makkelijk, zo meteen niet meer." De dode is slap en warm en glijdt vrij soepel door de opening van het vat. We vullen het verder af met smurrie. Ik draai er de deksel op en de ploegbaas plakt een oranje label met een afbeelding in zwart van ontbladerde struiken en zo. En nog een sticker, wit met grote rode letters: "Vat niet geschikt voor hergebruik/Do not re-use vessel. Dan vullen we de andere vaten met het vervuilde vet. Uiteindelijk hebben we er 4 nodig, die we op een pallet sjorren. Ik trek er een bandje omheen. Klaar voor transport.

Tijd om op te ruimen. Er wordt nog wat geveegd en ieder levert z’n gereedschap in. We staan wat bij elkaar, stil en draaiend op onze voeten. Dan stapt de grote Nigeriaan op de ploegbaas af.
- "Are we in trouble?"
- "Denk ’t niet."

De mannen zonder papieren worden betaald uit een smoezelige envelop en we gaan. Ik loop achteraan, kijk nog een keer om en zie daar iets wat niet hoort. Hollend ga ik terug. Het pak melk van de Afrikaan, meer dan half vol. Ik gooi het in de vuilnisbak en sluit weer aan. Als we al in de bus zitten roept de ploegbaas me eruit. Hij steekt vlug een rolletje bankbiljetten in m’n borstzak: "Goed gedaan".

Wat ik er nu nog van weet is dat een week of wat later het werk aan een ander is gegund en dat wij mochten kiezen: blijven of gaan. En dat toen iedereen ging. Behalve de ploegbaas, vanwege z’n crossmotor en z’n drankrekening. En verder denk ik er niet veel meer aan. Alleen zo nu en dan, als ik mijn ogen open doe…

maandag 7 april 2008

Blonde Virginia

Smaak van keelpijn
Geur van kolenstook
Verkwikkend in de morgen
Verstikkend in de nacht
Blonde Virginia
Valse maagd
Kan ik van je scheiden?

zaterdag 5 april 2008

Internet

"Jij houdt toch zo van internet?", zegt de boer. Ik probeer me daar iets bij voor te stellen. Vruchteloos. Daarom zeg ik maar van ja. Hij wijst naar de nok van het dak. Daar is een soort uitgerekte Deventer koek van plastik gemonteerd op een stokje. "Internet", zegt ie. En ik denk nu dat het waar is.

donderdag 3 april 2008

Briljant

Goed. Je kijkt. En je kijkt nog eens. Hoe is ‘t mogelijk! Alles op z’n plaats. Zo is het en niet anders. Je mag jezelf best feliciteren hoor: briljant gedacht. En niet te bescheiden, hé? Meteen wereldkundig maken. De mensheid heeft er gewoon recht op.

Even later. De twijfel sluipt op kousenvoetjes naderbij. Voor een briljante gedachte is het wel erg voor-de-hand-liggend... Dat niemand daar eerder… Toch eens even zoeken… Tsjee. Drie jaar geleden in de krant… en in de jaren ’70…en…hé, dat boek kwam uit in het jaar dat ik werd geboren…

Wel, tja, nou ja, te laat. En je zou denken: die heeft z’n lesje wel geleerd na de her-uitvinding van - onder veel meer - het principe van de transistor en een handige contraptie van ijzerdraad om blaadjes papier bij elkaar te houden.

woensdag 2 april 2008

Blikschade

Opgedregd meisje
Bloeddoordrenkt laken op de A27
Neergeschoten Mocro op de Vleutenseweg
Lichtspoormunitie
Hoe ze langs me heen keek toen het er echt toe deed
Harde klappen met de lange lat
Pa’s laatste uur op aarde
Alle sekstoeristen in Thailand
En – laatst nog - de toegeknepen oogjes van Rita Verdonk