zaterdag 24 april 2010
De prijs van ijdelheid
IJdelheid heeft me al heel wat gekost. Postzegels, verse vis, een woordenboek van het engels naar een andere vreemde taal en terug, een koffiemok met inscriptie, twee jonge poezen, een tekening – voorstellende een hertje en een vrouw (maar je ziet dat pas als je het erbij vertelt) en een CD met bluesmuziek die ik precies nu eens graag zou horen.
maandag 19 april 2010
Brandend water
Hoe graag was ik niet lasser geweest. Meer specifiek: onderwaterlasser. Zo’n kunstje dat praktisch niemand verstaat, waarbij jij met allerlei spul van ijzer dat niemand kent en rubber slangen en met een lamp op je kop onder het bruine oppervlak verdwijnt. Ernstige mannen kijken je na. En na een tijdje, dan zien ze wat bubbels bovenkomen en verder zien ze niks, want het is donker, daar onder water. Er is slib en drab en microbisch leven dat alles aan het zicht onttrekt. En na nog een tijdje kom je boven en doe je je mondstuk uit en zeg je iets van ‘zo, gefikst’. En de ernstige mannen kijken je aarzelend aan. Als jij het zegt moet het waar zijn, maar als het waar is moet water kunnen branden.
Poetry in motion
Dat er dan een vrouw door de straat loopt die keihard in haar telefoon tettert dat haar faalangstigheid het één-en-ander in haar leven in de weg staat en dat je haar daarom eens aanziet en dat je dan denkt: ‘Tja wat wil je ook, met zulke schoenen’.
maandag 5 april 2010
Obstakels
De tocht van Domburg naar zee had vanwege allerlei sociale obstakels een volle twee dagen in beslag genomen. Maar nu was ie er dan toch eindelijk. Hij had gelijk zin om weer om te draaien.
donderdag 1 april 2010
Bloedbad
Een foto van een man bij een plant. De man lijkt klein, maar dat kan komen omdat de plant zo groot is. Bij zo’n grote plant lijkt elke man klein. Een man zou altijd groter moeten zijn dan de plant waarnaast hij wordt afgebeeld, leer je zoiets niet op de professionele fotografenschool? Aan het minzame lachje van de man zie je dat hij niet van zins is zich druk te maken over zijn relatieve afmeting ten opzichte van een plant - dat is maar voer voor imagomakers en psychologen. Hij is er een die zijn eigen merkteken achterlaat. Een uitvinding. Een bouwsel. Een voettocht over de Alpen. Europees marktleiderschap in bruine schoenveters. Of een bloedbad. Daar komt geen plant bij kijken.
dinsdag 30 maart 2010
donderdag 25 maart 2010
dinsdag 23 maart 2010
Brief aan mijn toekomstige uitgever
Geachte heer,
Om eens met de deur in huis te vallen: vriendelijk verzoek ik u zo spoedig mogelijk mijn boek uit te geven. U begrijpt: u hoeft niet in te zitten over de inhoud. Daar wordt hard aan gewerkt, op alle vrije uren die ik in de avond heb. Het hoeft ook geen heel dik boek te zijn, een boek is goed genoeg en ook een kleurenplaat voorop is geen vereiste. Wel zou het prettig zijn als het een harde kaft heeft en dat het niet met een nietje in elkaar gezet wordt. Zelf denk ik aan een oplage van 50 stuks. U loopt geen enkel risico, en u hoeft ook geen reclamekosten te budgetteren of een receptie te organiseren vanwege de presentatie, want ik koop ze allemaal. En ik gun u gewoon uw marge, dat daar geen misverstand over is.
Hoewel ik begrijp dat u in de week vast een stapel van dit soort brieven krijgt, hoop ik toch dat u dit schrijven met enige prioriteit gaat behandelen. Het zit namelijk zo. Mijn zuster gaat spelen in een film. Jawel! Een heuse speelfilm, die zo tegen de kerst in de bioscopen gaat draaien. Helemaal van Parijs zijn ze gekomen om mijn zuster eens aan te zien en ze zeiden zoiets van “jaja, dat moet kunnen, zij moet het dan maar zijn, hé?”, maar dan in ’t Frans, want – zoals gezegd - ze kwamen helemaal van Parijs.
Nu kan het mij op zichzelf niet zoveel schelen, dat mijn zuster in een film gaat spelen. Sterker nog: ik gun het haar wel, al blijf ik me afvragen hoe ze zich met haar steenkolenfrans door die lange dialogen gaat slaan, die ze momenteel uit haar hoofd probeert te leren. Het zal de tekst niet zijn die de hoofdrol speelt, denk ik dan maar. Afijn, u zou mijn zuster moeten kennen, dan begreep u het wel.
Waar het mij om gaat, is dat ik natuurlijk nooit meer met goed fatsoen een eerste boek kan laten verschijnen als mijn zuster al afgebeeld is geweest op een poster bij de Odeon of de Luxor, in de armen van de één-of-andere geschminkte adonis. Stelt u zich eens voor: de mensen zijn op een zondagmiddag naar de stad gereisd om mijn zuster in die film van die Fransman te zien. Ze zullen zeggen dat ze van het verhaal weinig begrepen, maar dat het al met al toch een klein mirakel is dat iemand uit onze contreien er in spelen mocht.
En dan kom ik met m’n eerste boek. Dat is dan toch gelijk het boek van ‘de broer van..’, hé? Ik kan het smalende commentaar nu al horen, zo van ‘ochgodochgod, meneer kan het niet zetten dat z’n zuster eens in de belangstelling staat’. En in de persbesprekingen zal het niet anders zijn, denk ik. Het zal toch lijken alsof dat eerste boek er gekomen is vanwege haar, alsof ik profiteren wil van haar naam en faam.
Hoe anders zou het zijn, als straks m’n eerste boek bij nader inzien het tweede blijkt te zijn! Dat zoiets gezegd kan worden als: ‘de fijnproevers hadden de in beperkte oplage verschenen eersteling van deze auteur reeds op de boekenplank kunnen hebben.’ Mocht de zaak zich zo ontwikkelen, dan gun ik u niet alleen de eer de ontdekker te zijn van een literair fenomeen, maar zeker ook een interessant aandeel in de revenuen van de heruitgave van het boek dat ik u nu vraag te drukken.
Uiteraard wil ik u de tijd geven dit aanbod zorgvuldig in overweging te nemen. Echter, de tijd vliegt, de eerste opnamen voor mijn zuster zijn al gepland voor de tweede helft van mei en voor we het weten staat de kerst voor de deur. Daarom hoor ik graag op zo kort mogelijke termijn van u wanneer we eens kunnen afspreken om de details door te nemen.
Hartelijke groeten,
Om eens met de deur in huis te vallen: vriendelijk verzoek ik u zo spoedig mogelijk mijn boek uit te geven. U begrijpt: u hoeft niet in te zitten over de inhoud. Daar wordt hard aan gewerkt, op alle vrije uren die ik in de avond heb. Het hoeft ook geen heel dik boek te zijn, een boek is goed genoeg en ook een kleurenplaat voorop is geen vereiste. Wel zou het prettig zijn als het een harde kaft heeft en dat het niet met een nietje in elkaar gezet wordt. Zelf denk ik aan een oplage van 50 stuks. U loopt geen enkel risico, en u hoeft ook geen reclamekosten te budgetteren of een receptie te organiseren vanwege de presentatie, want ik koop ze allemaal. En ik gun u gewoon uw marge, dat daar geen misverstand over is.
Hoewel ik begrijp dat u in de week vast een stapel van dit soort brieven krijgt, hoop ik toch dat u dit schrijven met enige prioriteit gaat behandelen. Het zit namelijk zo. Mijn zuster gaat spelen in een film. Jawel! Een heuse speelfilm, die zo tegen de kerst in de bioscopen gaat draaien. Helemaal van Parijs zijn ze gekomen om mijn zuster eens aan te zien en ze zeiden zoiets van “jaja, dat moet kunnen, zij moet het dan maar zijn, hé?”, maar dan in ’t Frans, want – zoals gezegd - ze kwamen helemaal van Parijs.
Nu kan het mij op zichzelf niet zoveel schelen, dat mijn zuster in een film gaat spelen. Sterker nog: ik gun het haar wel, al blijf ik me afvragen hoe ze zich met haar steenkolenfrans door die lange dialogen gaat slaan, die ze momenteel uit haar hoofd probeert te leren. Het zal de tekst niet zijn die de hoofdrol speelt, denk ik dan maar. Afijn, u zou mijn zuster moeten kennen, dan begreep u het wel.
Waar het mij om gaat, is dat ik natuurlijk nooit meer met goed fatsoen een eerste boek kan laten verschijnen als mijn zuster al afgebeeld is geweest op een poster bij de Odeon of de Luxor, in de armen van de één-of-andere geschminkte adonis. Stelt u zich eens voor: de mensen zijn op een zondagmiddag naar de stad gereisd om mijn zuster in die film van die Fransman te zien. Ze zullen zeggen dat ze van het verhaal weinig begrepen, maar dat het al met al toch een klein mirakel is dat iemand uit onze contreien er in spelen mocht.
En dan kom ik met m’n eerste boek. Dat is dan toch gelijk het boek van ‘de broer van..’, hé? Ik kan het smalende commentaar nu al horen, zo van ‘ochgodochgod, meneer kan het niet zetten dat z’n zuster eens in de belangstelling staat’. En in de persbesprekingen zal het niet anders zijn, denk ik. Het zal toch lijken alsof dat eerste boek er gekomen is vanwege haar, alsof ik profiteren wil van haar naam en faam.
Hoe anders zou het zijn, als straks m’n eerste boek bij nader inzien het tweede blijkt te zijn! Dat zoiets gezegd kan worden als: ‘de fijnproevers hadden de in beperkte oplage verschenen eersteling van deze auteur reeds op de boekenplank kunnen hebben.’ Mocht de zaak zich zo ontwikkelen, dan gun ik u niet alleen de eer de ontdekker te zijn van een literair fenomeen, maar zeker ook een interessant aandeel in de revenuen van de heruitgave van het boek dat ik u nu vraag te drukken.
Uiteraard wil ik u de tijd geven dit aanbod zorgvuldig in overweging te nemen. Echter, de tijd vliegt, de eerste opnamen voor mijn zuster zijn al gepland voor de tweede helft van mei en voor we het weten staat de kerst voor de deur. Daarom hoor ik graag op zo kort mogelijke termijn van u wanneer we eens kunnen afspreken om de details door te nemen.
Hartelijke groeten,
dinsdag 16 maart 2010
Het wonder van leven en dood
En terwijl ze met een geruite theedoek op schoot de ene na de andere Fine de Claire vakkundig-abrupt met een puntig mes van het leven berooft, vertelt ze van de troost die uitgaat van het geloof in reïncarnatie.
maandag 15 maart 2010
Beul
De vader van Jaap, die fietste steeds van Beverwijk naar Utrecht op twee beugelflessen Grolsch. Die had ie in een geruite fietstas die met geplastificeerde haakjes aan z’n bagagedrager was bevestigd. Hij begon en eindigde de zoektocht naar z’n zoon altijd bij mij. Dat hij bij mij begon kwam omdat hij wist waar ik woonde, en dat was al heel wat in die dagen. Dat hij bij mij eindigde was omdat hij van mij z’n twee lege beugelflessen mocht inruilen voor twee volle voor de terugweg. Die fietstochten. Het was altijd vergeefse moeite. “Als je ’n ‘m ziet, zeg maar dat ik langs geweest ben.” Pas als z’n vader zeker weten weg was, kwam Jaap van m'n zolder. De vader van Jaap: dat was een beul van een kerel. Tenminste, volgens Jaap.
zondag 14 maart 2010
donderdag 4 maart 2010
Tasje
Allemaal gelul. Dat m’n schoenen niet blinken. Dat m’n auto ’n wrak is. M’n fiets versleten. M’n jas vergaan. M’n t-shirt verwassen. M’n sokken vergiftigd. M’n onderbroek belegen. M’n vel wormstekig. M’n ogen flets. Maar dat je m’n tas te klein vindt. Dát raakt me wel. Want 'n vent met ’n tasje? Géén gezicht.
dinsdag 2 maart 2010
Split Level
De parkeergarage is van ’t type ‘Split Level’. Wat betekent dat je – eenmaal geparkeerd - vanuit je auto benen voorbij ziet lopen vanaf de knie. Laarzen en instappers en werkschoenen en een soort muiltjes en nog instappers en dingen met hakken waarvan ik zou moeten weten hoe ze genoemd worden maar het schiet me niet te binnen.
Intussen vertelt iemand op de radio dat Karadzic meent dat de werkelijkheid beter benaderd wordt als we nu eens alles wat er gebeurd is precies omkeren. Zoals die platen van de Beatles, denk ik, waarvan vroeger wel gezegd werd dat de ware betekenis alleen gehoord kon worden als je ze achterwaarts afluisterde. Of misschien ging ’t zo, buiten het zicht van de camera’s: wonden ritsen dicht, lijken slaan de ogen open, lopen achterwaarts weg van de rampspoed en gaan letterlijk zoals ze gekomen zijn, op weg naar een mooie toekomst als kleuter en uiteindelijk zachtjes wegslapend in de geborgenheid van hun moeder. Karadzic - die is ooit psychiater geweest en later ook wel gebedsgenezer, dus die heeft mogelijk wel gekkere dingen gezien, waardoor het in zijn ogen misschien niet eens zo’n slechte verdediging is. Meer waarschijnlijk is dat ie helemaal geen dossiers heeft bestudeerd, maar in een manische bui Slaughterhouse 5 tien keer achter elkaar heeft gelezen. Oh nee, dat was ik zelf.
Er komt ook nog weerbericht en iets met een file en een geschaarde vrachtwagen en dan is het tijd voor een liedje ofzo.
Het is druk hier, met halve benen die allemaal dezelfde kant op lopen, wat haast niet mogelijk kan zijn, want dan zou de garage toch binnen de kortste keren helemaal vol- of juist leeg moeten zijn?
Ik denk dat ik naar zweet stink. Of naar iets wat hier in de auto ligt te rotten. Ik moet echt weg.
Maar eerst bel ik m’n afspraak af. Ik zeg dat ik op straat zit bij een kind met een niet te stelpen bloedneus en dat we wachten op een ambulance die maar niet komen wil. Zulke dingen gebeuren tenslotte. En wat voor mens zou je zijn als je dan de helpende hand niet toestak?
Intussen vertelt iemand op de radio dat Karadzic meent dat de werkelijkheid beter benaderd wordt als we nu eens alles wat er gebeurd is precies omkeren. Zoals die platen van de Beatles, denk ik, waarvan vroeger wel gezegd werd dat de ware betekenis alleen gehoord kon worden als je ze achterwaarts afluisterde. Of misschien ging ’t zo, buiten het zicht van de camera’s: wonden ritsen dicht, lijken slaan de ogen open, lopen achterwaarts weg van de rampspoed en gaan letterlijk zoals ze gekomen zijn, op weg naar een mooie toekomst als kleuter en uiteindelijk zachtjes wegslapend in de geborgenheid van hun moeder. Karadzic - die is ooit psychiater geweest en later ook wel gebedsgenezer, dus die heeft mogelijk wel gekkere dingen gezien, waardoor het in zijn ogen misschien niet eens zo’n slechte verdediging is. Meer waarschijnlijk is dat ie helemaal geen dossiers heeft bestudeerd, maar in een manische bui Slaughterhouse 5 tien keer achter elkaar heeft gelezen. Oh nee, dat was ik zelf.
Er komt ook nog weerbericht en iets met een file en een geschaarde vrachtwagen en dan is het tijd voor een liedje ofzo.
Het is druk hier, met halve benen die allemaal dezelfde kant op lopen, wat haast niet mogelijk kan zijn, want dan zou de garage toch binnen de kortste keren helemaal vol- of juist leeg moeten zijn?
Ik denk dat ik naar zweet stink. Of naar iets wat hier in de auto ligt te rotten. Ik moet echt weg.
Maar eerst bel ik m’n afspraak af. Ik zeg dat ik op straat zit bij een kind met een niet te stelpen bloedneus en dat we wachten op een ambulance die maar niet komen wil. Zulke dingen gebeuren tenslotte. En wat voor mens zou je zijn als je dan de helpende hand niet toestak?
vrijdag 26 februari 2010
Gusta
Van een geheel andere orde: vorige week hebben ze Gusta begraven. Gusta was van Retie, waar haar ouders dacht ik een herberg hadden waar je ook pannenkoeken eten kon, en daarmee bepaald van hogere klasse dan wij allemaal bij elkaar. En toch ging ze met Wimke, onze buurjongen. Die was ook eersteklas, maar dan vooral in het stelen van oud ijzer en – in het weekend – Zundapps en Kreidlers. De eerste keer dat ik Gusta zag, stond ze razend en tierend onder een boom in onze achtertuin. Daar was Wim ingeklommen in een wel heel suffe poging om aan de politie te ontkomen. Ik zag de politie niet, ik zag Wimke niet, ik zag z’n moeder niet (toch de enige vrouw in de wijde omgeving die altijd een lange broek droeg, met standaard in de band daarvan een pakje king-size-Hunter-sigaretten – ook al vrij exotisch voor toen en daar). Ik zag alleen Gusta. Gusta had een lange vlecht tot op haar kont. Ze was klein en mager en de eerste mooiste-vrouw-ter-wereld die ik ooit zag. Met Gusta en ons Wimke is het helemaal goed gekomen, met een serie kinderen en een bloeiende handel in tweedehands auto’s en dergelijke. En nu, hoorde ik dus, is ze dood en begraven. Nu ook pas hoorde ik hoe oud ze feitelijk was. Gusta en ik, godnondedju, ’t had zó gekund!
Wachter
Van alle mogelijke rollen heeft die van Wachter mij gekozen. Dus ik wacht. Oppervlakkig beschouwd lijkt dat een passieve rol, maar het tegendeel is waar: wie wacht moet altijd overal op voorbereid zijn, omdat je volledig in het duister tast over vorm, wezen en herkomst van hetgeen je te wachten staat.
Wat is de beste conditie om wat je te wachten staat juist te doorgronden en ontvangen? Belezen? Onbevlekt? Van op de vuilnisbelt? Halfdood met slaapogen?
En hoe gaat hetgeen waarop gewacht wordt zich manifesteren? Als de kop van een artikel in de krant? (En zo ja: welke krant?) Als een bijzin uit de mond van de huisvriend van je aangetrouwde nicht? Als de liefde waar je bijna in verzuipt? Als de hele serie cijfers en letters in precies de juiste volgorde op je staatslot? De laatste tijd denk ik wel eens dat ik wacht op een keerpuntige e-mail, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik zojuist een iPhone heb aangeschaft.
Wat is de beste conditie om wat je te wachten staat juist te doorgronden en ontvangen? Belezen? Onbevlekt? Van op de vuilnisbelt? Halfdood met slaapogen?
En hoe gaat hetgeen waarop gewacht wordt zich manifesteren? Als de kop van een artikel in de krant? (En zo ja: welke krant?) Als een bijzin uit de mond van de huisvriend van je aangetrouwde nicht? Als de liefde waar je bijna in verzuipt? Als de hele serie cijfers en letters in precies de juiste volgorde op je staatslot? De laatste tijd denk ik wel eens dat ik wacht op een keerpuntige e-mail, maar dat komt waarschijnlijk omdat ik zojuist een iPhone heb aangeschaft.
vrijdag 19 februari 2010
Brixton Bypass
Daarlinks van de Brixton Bypass is een tentenkamp. Je mag er voor weinig slapen als je allerlei moeilijke papieren weet te overleggen en voor niks als je een blow rookt met de Westindische opzichter. Eigenlijk wil ik bier, maar dat heeft ie dan weer niet, dus we roken, en dat werkt ook. Zo raken we verzeild in een woordgrap die hij kent over dat de zwarten hier eens de baas kunnen spelen over de Slaven, maar we komen er niet uit, want het schijnt te draaien om de precieze uitspraak. En daar schieten we allebei te kort.
donderdag 18 februari 2010
Geboorte van een subcultuur
Dat is het rare, denk ik, luisterend naar ‘Stoned Autopilot’ (minimal techno, want dat denkt zo lekker – en vandaar, waarschijnlijk). Als je er met je neus bovenop staat, heb je vaak helemaal niks in de gaten. Zo wordt nu wel gezegd dat wij in de Vrije Vloer het house-tijdperk hebben zien aanbreken. En inderdaad, bij nader inzien weet ik nog dat van-de-ene-op-de-andere-dag de DJ niet meer in een benauwd hokje achter glas stond, maar op het podium, achter een ouwe deur op schragen.
Ongeveer het enige wat ik er verder nog specifiek van weet, is dat op zeker moment twee vrij ordinair geklede meiden elk één van mijn handen pakten en die abrupt en zonder aanleiding op hun blote borsten legden. Daar moesten ze vreselijk om lachen en ik eigenlijk ook wel, al was het wat schaapachtig. Toen dacht ik natuurlijk wel iets van ‘nou, nou, de mensen worden ook steeds vrijpostiger en waar komt dat zo plots vandaan?'. Maar zelfs met de kennis van nu – om het eens populair te zeggen - kan ik niet beweren dat ik dit gebeuren juist op waarde heb geschat: wee-tjes bij de geboorte van een invloedrijke subcultuur.
PS. Een volgende keer zal ik misschien eens vertellen over de dag dat ik in Hongarije het IJzeren Gordijn aanzag voor het hekwerk van een schapenweide en zodoende precies een Historisch Moment miste.
Ongeveer het enige wat ik er verder nog specifiek van weet, is dat op zeker moment twee vrij ordinair geklede meiden elk één van mijn handen pakten en die abrupt en zonder aanleiding op hun blote borsten legden. Daar moesten ze vreselijk om lachen en ik eigenlijk ook wel, al was het wat schaapachtig. Toen dacht ik natuurlijk wel iets van ‘nou, nou, de mensen worden ook steeds vrijpostiger en waar komt dat zo plots vandaan?'. Maar zelfs met de kennis van nu – om het eens populair te zeggen - kan ik niet beweren dat ik dit gebeuren juist op waarde heb geschat: wee-tjes bij de geboorte van een invloedrijke subcultuur.
PS. Een volgende keer zal ik misschien eens vertellen over de dag dat ik in Hongarije het IJzeren Gordijn aanzag voor het hekwerk van een schapenweide en zodoende precies een Historisch Moment miste.
woensdag 17 februari 2010
LinkedIn Blues
Wist je dat je er met een betrekkelijk eenvoudig trucje voor kunt zorgen dat het lijkt alsof Barack Obama zo goed als tot je inner circle gerekend moet worden? En dat ik mensen tot mijn professionele inner circle moet rekenen die dat nog doen ook?
maandag 15 februari 2010
Bruidje in de sneeuw
(Ergens in die flats daar achter het spoor, daar weet ik er een die dit weer maar slecht verdraagt.)
en in die vuile sneeuw
besmeurd met kolenstook en cordiet
daar ligt een doodgebloed bruidje
in het ritme van de sneeuw
die smelt en aanvriest en smelt en aanvriest
lost ze op, elke dag een beetje
en in die vuile sneeuw
besmeurd met kolenstook en cordiet
daar ligt een doodgebloed bruidje
in het ritme van de sneeuw
die smelt en aanvriest en smelt en aanvriest
lost ze op, elke dag een beetje
woensdag 10 februari 2010
Overdosis Frans
(Als er iemand in de buurt is met een fotocamera, dan kijk ik toevallig de andere kant op. Of ik loop precies uit ’t kader. Of iemand buigt zich net over me heen. Of er is ander ongerief, waardoor het allemaal niet optimaal op de gevoelige plaat komt. Niet erg. Want ik heb het portret dat Mig een jaar of 6, 7 geleden van mij schetste en dat is bij verre het meest treffende dat ooit van mij gemaakt is: Overdosis Frans. Het was kwijt en is teruggevonden. Ik ben dankbaar. Heb er ook wat van geleerd: pakken draag ik nooit meer.)
overdosis Frans
Puik pak
In ongemak
Gevecht
Battledressed!
Meer pak nodig
In strijd met dit wezen!
Gniffelt,
Giechelt bijna,
Brengt zijn hand
met een vliegbeweging
Naar zijn mond,
Hoofd schuin naar boven,
Een oksel laag,
Andere schouder hoog
Een trek aan zijn sigaret,
De hand door naar het hoofd,
Slagveld van rimpels
Waar ooit haar woedde.
Koffiedrinkend als een kameel
Verzwelgt het reuzenbrood,
Verslindt de reuzel die erbij hoort.
Een vormloze homp
Gemoedelijkheid,
Energie
En sympathie,
Besef van onvolmaaktheid
En beperkingen
Bevlogen,
Begaan,
Een gevaarlijke pot schaak
met het noodlot,
Het leven als een spel
Eenvoudige levensgenieter
In hart en nieren,
Uit overtuiging.
Een vrolijke siergeit,
Overlever, inspirator
Soms te typisch
Voor zijn omgeving
Onhandelbaar dichtbij:
Overdosis Frans
(Door: Michiel - léés die man)
overdosis Frans
Puik pak
In ongemak
Gevecht
Battledressed!
Meer pak nodig
In strijd met dit wezen!
Gniffelt,
Giechelt bijna,
Brengt zijn hand
met een vliegbeweging
Naar zijn mond,
Hoofd schuin naar boven,
Een oksel laag,
Andere schouder hoog
Een trek aan zijn sigaret,
De hand door naar het hoofd,
Slagveld van rimpels
Waar ooit haar woedde.
Koffiedrinkend als een kameel
Verzwelgt het reuzenbrood,
Verslindt de reuzel die erbij hoort.
Een vormloze homp
Gemoedelijkheid,
Energie
En sympathie,
Besef van onvolmaaktheid
En beperkingen
Bevlogen,
Begaan,
Een gevaarlijke pot schaak
met het noodlot,
Het leven als een spel
Eenvoudige levensgenieter
In hart en nieren,
Uit overtuiging.
Een vrolijke siergeit,
Overlever, inspirator
Soms te typisch
Voor zijn omgeving
Onhandelbaar dichtbij:
Overdosis Frans
(Door: Michiel - léés die man)
maandag 8 februari 2010
Zwaansteeg
De Zwaansteeg is heel smal en taps toelopend, zodat zelfs het weer er niet in kan. Maar wij wel, tenminste: met de maten van toen. We speelden en verloren. Zij een schoen, ik haar telefoonnummer.
zaterdag 6 februari 2010
Dode dichter
Over de kwaliteit van het dichtwerk kan gediscussieerd worden. Maar nu iemand uit Hasselt vraagt of ik toevallig de handleiding nog ergens heb voor dat mini-gravertje, begin ik toch serieus te denken dat het moment gekomen is om ander tijdverdrijf te zoeken.
dinsdag 2 februari 2010
Een ongeluk op Ramses Square
Ik luister naar Big Mama Thornton die ‘Hound Dog’ doet en denk aan mijn moeder die daar een 45 toeren plaatje van grijsdraaide – maar dan in de Elvis-uitvoering. Van Big Mama Thornton had niemand toen ooit gehoord en van Elvis wel, dat spreekt. Zelf ken ik Big Mama Thornton ook alleen maar omdat we nu internet hebben, dat je met allerlei slimmigheidjes vanaf Elvis via slinkse omwegen doet uitkomen bij… Het is allemaal niet mijn verdienste.
Omdat mijn moeder oud is en niet aan internet doet, bedenk ik me ineens: ik schrijf haar een brief. Of, beter nog, ik maak een boekje speciaal voor haar met gedichten en verhalen, om haar eens van die dingen te vertellen die ik wildvreemden met gemak voor de voeten werp. Ik ben in een genereuze stemming en zie dat boekje al voor me: het moet een glimmende kaft hebben en een ruime opzet met grote letters.
Daar gaat het plan in duigen. Want met grote letters bestaat de kans dat ze het ook echt gaat lezen. En dan zou het sprekend lijken alsof ik wel eens drugs gebruik, of teveel met seks bezig ben, of mijn humeur niet onder controle heb waardoor ik goede mensen het graf in wens, of door roekeloosheid een akelig busongeluk heb veroorzaakt op Ramses Square. Of erger. Terwijl ik niet eens precies meer weet waar Ramses Square ook-al-weer ligt.
Ik had haar beter eens kunnen bellen, vandaag.
Omdat mijn moeder oud is en niet aan internet doet, bedenk ik me ineens: ik schrijf haar een brief. Of, beter nog, ik maak een boekje speciaal voor haar met gedichten en verhalen, om haar eens van die dingen te vertellen die ik wildvreemden met gemak voor de voeten werp. Ik ben in een genereuze stemming en zie dat boekje al voor me: het moet een glimmende kaft hebben en een ruime opzet met grote letters.
Daar gaat het plan in duigen. Want met grote letters bestaat de kans dat ze het ook echt gaat lezen. En dan zou het sprekend lijken alsof ik wel eens drugs gebruik, of teveel met seks bezig ben, of mijn humeur niet onder controle heb waardoor ik goede mensen het graf in wens, of door roekeloosheid een akelig busongeluk heb veroorzaakt op Ramses Square. Of erger. Terwijl ik niet eens precies meer weet waar Ramses Square ook-al-weer ligt.
Ik had haar beter eens kunnen bellen, vandaag.
maandag 1 februari 2010
Brief van Delphine
(De afgelopen dagen heb ik elke vindbare snipper tekst van Delphine Lecompte opgeslokt. Zie je, als ik eenmaal door iets of iemand gegrepen ben, dan ontaardt dat nogal eens in een zekere mateloosheid. Mocht iemand zich ooit door mijn manische aandacht geadresseerd voelen: wees gerust, het is volstrekt ongevaarlijk en morgen is er weer een andere dag en een andere gekte.)
Zo kwam het dat ik vannacht droomde dat ik ergens in een zaaltje gedichten aan het voorlezen was van Delphine Lecompte. Daaraan ging vooraf dat ze mij daartoe persoonlijk opdracht had gegeven in een brief van 3 kantjes (waarin ook andere zaken werden besproken, ik meen de Kwestie Noord-Ierland en drugssmokkel en accordeonmuziek – ‘low culture’, volgens haar). Ze had een briefje van 25 gulden bijgesloten vanwege de te nemen moeite en voor consumpties en een treinkaartje 2e klasse. En nu stond ik daar, voor een zaal vol redelijk bezopen, opgewonden gepeupel, dat niet bepaald onder de indruk was van mijn voorleeskwaliteiten. Al gauw kon ik me niet meer verstaanbaar maken. Er was een kale barman met indrukwekkende snor voor nodig om mij uit mijn lijden te verlossen. Achterlangs liet hij me buiten. Het regende en ik was m’n tas kwijt. Ik had het lef niet om die nog te gaan halen.
Zo kwam het dat ik vannacht droomde dat ik ergens in een zaaltje gedichten aan het voorlezen was van Delphine Lecompte. Daaraan ging vooraf dat ze mij daartoe persoonlijk opdracht had gegeven in een brief van 3 kantjes (waarin ook andere zaken werden besproken, ik meen de Kwestie Noord-Ierland en drugssmokkel en accordeonmuziek – ‘low culture’, volgens haar). Ze had een briefje van 25 gulden bijgesloten vanwege de te nemen moeite en voor consumpties en een treinkaartje 2e klasse. En nu stond ik daar, voor een zaal vol redelijk bezopen, opgewonden gepeupel, dat niet bepaald onder de indruk was van mijn voorleeskwaliteiten. Al gauw kon ik me niet meer verstaanbaar maken. Er was een kale barman met indrukwekkende snor voor nodig om mij uit mijn lijden te verlossen. Achterlangs liet hij me buiten. Het regende en ik was m’n tas kwijt. Ik had het lef niet om die nog te gaan halen.
zondag 31 januari 2010
vrijdag 29 januari 2010
Vraaggesprek
Tante Annie maakt iets moois van een vraaggesprek met Delphine Lecompte, die prachtige gedichten schrijft.
woensdag 27 januari 2010
De kleine Kyteman
(‘24 uur met…’ een fenomeen van amper 22, dat je waarschijnlijk meer dan eens achteloos voorbijgestampt bent.)
Wij herinneren ons ineens feestjes in Huize Sandwijck en hopen nu dat we niet per ongeluk over de kleine Kyteman hebben gespuugd.
Wij herinneren ons ineens feestjes in Huize Sandwijck en hopen nu dat we niet per ongeluk over de kleine Kyteman hebben gespuugd.
dinsdag 26 januari 2010
Vlucht vooruit
Er waggelt een overmaatse vogel achter bij de parkeerplaats. Alles is er schots-en-scheef en vlekkerig aan. Z’n waterige ogen zoeken, maar lijken geen richting te kunnen bepalen. Je ziet z’n longen trekken en persen – het automatisme is eruit: ‘iets met lucht’, dat weten ze nog, maar wat ook weer? En je denkt: die maakt ’t niet lang meer. Totdat ie zich verrassend soepel in een Mercedes SLK wurmt en er met een rotgang vandoor gaat.
maandag 25 januari 2010
Bijgepraat
"Neenee, dat huis had ik al. Ik heb nog wel een tweede kind gekregen. En een strafblad, trouwens."
woensdag 20 januari 2010
Evolutie
Sinds kort rook ik uit het zicht van de kinderen. Die worden sinds even kort dan ook opzichtig gestimuleerd om buiten te spelen of – bij al te hevige regen- of sneeuwval - om hun eigen kamer te herontdekken. Plots wordt ook de afgesproken bedtijd strikt in acht genomen (‘Wat zien jullie witjes!’).
Hiermee is eens te meer aangetoond dat ook de vertakking van de mensheid waar ik van afstam – al is het in kleine stapjes – niet ontkomt aan een zekere evolutie. Ik zie mijn vader zo nog zitten, ‘op het huisje’, zoals dat heette, tevreden zijn pijpje rokend en lezend in De Kempenaer. Er was een asbakje aan de muur geschroefd, waarop de pijp even kon rusten als Pa een stevige reep van de achterpagina van het nieuwsblad scheurde om daarmee zijn achterste te vegen.
De vooruitgang is drievoudig: ik poep al jaren achter gesloten deur, heb nu het roken zelfs aan het zicht onttrokken én ik lees NRC Handelsblad.
Hiermee is eens te meer aangetoond dat ook de vertakking van de mensheid waar ik van afstam – al is het in kleine stapjes – niet ontkomt aan een zekere evolutie. Ik zie mijn vader zo nog zitten, ‘op het huisje’, zoals dat heette, tevreden zijn pijpje rokend en lezend in De Kempenaer. Er was een asbakje aan de muur geschroefd, waarop de pijp even kon rusten als Pa een stevige reep van de achterpagina van het nieuwsblad scheurde om daarmee zijn achterste te vegen.
De vooruitgang is drievoudig: ik poep al jaren achter gesloten deur, heb nu het roken zelfs aan het zicht onttrokken én ik lees NRC Handelsblad.
dinsdag 19 januari 2010
Slaaf
Via Nederland 2 nog eens binnen gekeken bij de Groene Amsterdammer. Onbeweeglijk. Slaaf van z’n geschiedenis. Monumentale verzameling van ouwelijke mensen, over-de-datum-idealen van een elite die weldenkend zou zijn en geelbruin papier (waartussen ergens mijn smeekbedes moeten steken om die 100 gulden voor die 1500 woorden). Toch weer eens lezen, dat blad.
zondag 17 januari 2010
Een koud kaasmeisje
Er was een ijskoud kaasmeisje op de markt. Daarom heb ik nu een blok extra belegen dat nogal lijkt op het hoofdkantoor van de ING-bank. Bijna zonde om het mes er eens in te zetten.
woensdag 6 januari 2010
Het sprookje van Third Space
In De Volkskrant gelezen dat het café niet zomaar meer een kroeg is. Neenee, voortaan spreken wij van ‘third space’. En dat allemaal vanwege die Apple-gnoompjes die daar zijn gaan rondhangen omdat ze geen betrekking op kantoor (second space) kunnen vasthouden en thuis (first space) van eenzaamheid tegen de muur vliegen. Daar moest ook wat op verzonnen worden, dat spreekt. Je kunt toch maar moeilijk elke zondag je moeder bellen en zeggen dat je wéér de godganse dag in het café hebt gehangen.
De eenzaamheid drijft ze dus naar ‘third space’, waar ze dan autistisch naar hun schermpjes zitten te staren. En allen hopen en dromen wij dat er – misschien getriggerd door een listig gecomponeerd twitterbericht - plots een prins uit dat macbook tevoorschijn komt. Die kust ze dan op hun stoffige snuitjes, vult hun huizen (first space) met gezellig prinsengebabbel en maakt vanwege zijn prinselijke vermogendheid het werken op wat voor kantoor dan ook (second space) volstrekt overbodig. Kroegbazen schrappen hun complete third space-assortiment van de kaart - zoals daar zijn muntblaadjesthee en alle Amerikaanse koffievariaties.
En iedereen leeft nog lang en gelukkig. Behalve de uitvinder van de term third space, die alle overtollig geworden ‘free-wifi'-bordjes op pijnlijke wijze in zijn fourth space gestopt krijgt.
De eenzaamheid drijft ze dus naar ‘third space’, waar ze dan autistisch naar hun schermpjes zitten te staren. En allen hopen en dromen wij dat er – misschien getriggerd door een listig gecomponeerd twitterbericht - plots een prins uit dat macbook tevoorschijn komt. Die kust ze dan op hun stoffige snuitjes, vult hun huizen (first space) met gezellig prinsengebabbel en maakt vanwege zijn prinselijke vermogendheid het werken op wat voor kantoor dan ook (second space) volstrekt overbodig. Kroegbazen schrappen hun complete third space-assortiment van de kaart - zoals daar zijn muntblaadjesthee en alle Amerikaanse koffievariaties.
En iedereen leeft nog lang en gelukkig. Behalve de uitvinder van de term third space, die alle overtollig geworden ‘free-wifi'-bordjes op pijnlijke wijze in zijn fourth space gestopt krijgt.
donderdag 31 december 2009
Signalement
Er was een brutale woningoverval in ons wijkje, zomaar, rond een uur of acht ’s avonds. De bewoner wist de aanval gelukkig - en vooral behoorlijk moedig - af te slaan.
Wat verbaast is dat de overvaller nog niet is gepakt. Het gaat inmiddels om een blanke man met een lengte van 2.50 meter, een breedte van beslist meer dan 1.20 meter en een gewicht van zeker 150 kilo zuivere spiermassa. Overige kenmerken zijn een gebit van staal, ogen die vuur schieten en handen in de vorm van klauwhamers. Dus je zou zeggen…
Wat verbaast is dat de overvaller nog niet is gepakt. Het gaat inmiddels om een blanke man met een lengte van 2.50 meter, een breedte van beslist meer dan 1.20 meter en een gewicht van zeker 150 kilo zuivere spiermassa. Overige kenmerken zijn een gebit van staal, ogen die vuur schieten en handen in de vorm van klauwhamers. Dus je zou zeggen…
zondag 27 december 2009
Zuiders
Vanwege zuiders familiebezoek op 2e kerstdag, is het hier op 3e kerstdag traditioneel taart-wegsmijt-dag. Dat gaat ongeveer zo: na geweeklaag over de verre reis, de abominabele chauffeurs in dit deel van de wereld en de belachelijke parkeertarieven (die hoef je op kerstdag niet te betalen, maar worden toch strijk en zet aan de meter gecontroleerd), worden de taarten op de eettafel gemonsterd. Veel, groot en rijk voorzien van room, chocola en ornamenten - zo hoort het en daar gaat het om. Taartkwantiteit als de graadmeter van onze assimilatie.
Dan moet er gegeten worden. Maar tante heeft bloeddruk –dus die moet maar een puntje - en oom heeft al van die vlekken in z’n nek en chocola zal daar niet aan helpen – en zo verder. Iedereen heeft altijd wat. De ware kunst is dan niet te luisteren naar al die medische informatie en met sussende woorden toch een megapunt van de verboden vrucht te presenteren. Bij de tweede koffie nog zo-een en vervolgens bied je om het uur weer eens aan. Want wie zegt dat je geen taart eten kunt bij een borrel, die heeft het niet begrepen. Daarna moet er royaal over zijn - zo zijn de regels der gastvrijheid nu eenmaal, daar in het zuiderse.
Stiekem ben je natuurlijk na zo-en-zoveel jaar al heel wat meer van boven- dan van onder de rivieren geworden. En dus kijk je met grote treurnis naar de taartberg die overblijft. Wat volgt is een ontbijt van taart, een lunch van taart en nog een laatste stukje bij de koffie. Pas dan is de weerzin tegen het gebak precies hoog genoeg opgelopen om de restanten zonder wroeging in de biobak te kunnen smijten, onder gemompel dat zegt dat je het volgend jaar toch echt eens anders zal aanvliegen.
Dan moet er gegeten worden. Maar tante heeft bloeddruk –dus die moet maar een puntje - en oom heeft al van die vlekken in z’n nek en chocola zal daar niet aan helpen – en zo verder. Iedereen heeft altijd wat. De ware kunst is dan niet te luisteren naar al die medische informatie en met sussende woorden toch een megapunt van de verboden vrucht te presenteren. Bij de tweede koffie nog zo-een en vervolgens bied je om het uur weer eens aan. Want wie zegt dat je geen taart eten kunt bij een borrel, die heeft het niet begrepen. Daarna moet er royaal over zijn - zo zijn de regels der gastvrijheid nu eenmaal, daar in het zuiderse.
Stiekem ben je natuurlijk na zo-en-zoveel jaar al heel wat meer van boven- dan van onder de rivieren geworden. En dus kijk je met grote treurnis naar de taartberg die overblijft. Wat volgt is een ontbijt van taart, een lunch van taart en nog een laatste stukje bij de koffie. Pas dan is de weerzin tegen het gebak precies hoog genoeg opgelopen om de restanten zonder wroeging in de biobak te kunnen smijten, onder gemompel dat zegt dat je het volgend jaar toch echt eens anders zal aanvliegen.
donderdag 17 december 2009
Een middag in de zon
Op Zorgvliet wordt de ijskorst gebroken
Komatsu mini-graver neemt een hap
Broer van…, zoon van…, geliefde
Iemands beste vriend, zonder twijfel
Het afscheid is geregeld
In een rouwkaart met een vlekkeloos citaat
Het staat er niet met zoveel woorden
Maar er zullen tranen zijn en sterke drank
De mensen zullen laat komen
Tjonge, wat een hondenweer
De wind staat verkeerd
En dat dat wijf er is: hoe durft ze!
Vergeef ze, vergeef mij
Voor ons is er nog een morgen
Dagen om verkouden te zijn
Redenen om te vloeken, zin om te neuken
Van ons is het gat in de veengrond
Van jou het schoongesneden niets
Daarom gedenk ik je met één herinnering
Een middag in de zon
Komatsu mini-graver neemt een hap
Broer van…, zoon van…, geliefde
Iemands beste vriend, zonder twijfel
Het afscheid is geregeld
In een rouwkaart met een vlekkeloos citaat
Het staat er niet met zoveel woorden
Maar er zullen tranen zijn en sterke drank
De mensen zullen laat komen
Tjonge, wat een hondenweer
De wind staat verkeerd
En dat dat wijf er is: hoe durft ze!
Vergeef ze, vergeef mij
Voor ons is er nog een morgen
Dagen om verkouden te zijn
Redenen om te vloeken, zin om te neuken
Van ons is het gat in de veengrond
Van jou het schoongesneden niets
Daarom gedenk ik je met één herinnering
Een middag in de zon
woensdag 16 december 2009
Levendig hoofd
Kenmerk van een levendig hoofd is dat de dingen die er in gebeuren een eigen leven gaan leiden en dan op een dag bij je terugkeren als deel van je geschiedenis. Zo ben ik stuurman geworden op een coaster en part-time huursoldaat en smokkelaar en heb ik een lucratief handeltje in luxe visseneitjes opgegeven om in een schijnhuwelijk te kunnen treden met een vrouw die allergisch was voor visseneitjes en daarbij haar linkerbeen miste - verder mankeerde er weinig aan. Ik heb ook een gemene hond gehad, genaamd Breston, die alleen naar mij luisterde. Die heb ik laten afmaken toen ik op een lange reis moest. Ach, met bijna alles valt te leven - en zeker met een levendig hoofd. Alleen die hond, die mis ik nog wel eens.
dinsdag 15 december 2009
Proletarisering van het heelal
(Ik vond het in eerste instantie wel een mooi gebaar dat van-de-week een planetoïde is vernoemd naar Boudewijn Buch. Nader onderzoek leert dat het in het heelal inmiddels een behoorlijk proletarische bedoening is geworden.)
Boudewijn Buch verkeert nu in gezelschap van onder andere Geertruida - zuster van de rekenaar G. Pels, Floris-Jan van der Meulen – 5000-ste bezoeker van een Leidse ruimte-expositie, Grietje Haring-Gehrels - schoonzuster van Tom Gehrels en Harry Balster, bakker en amateur-sterrenkundige én diens zuster Yvonne. Het heelal is ook niet meer wat het geweest is.
Boudewijn Buch verkeert nu in gezelschap van onder andere Geertruida - zuster van de rekenaar G. Pels, Floris-Jan van der Meulen – 5000-ste bezoeker van een Leidse ruimte-expositie, Grietje Haring-Gehrels - schoonzuster van Tom Gehrels en Harry Balster, bakker en amateur-sterrenkundige én diens zuster Yvonne. Het heelal is ook niet meer wat het geweest is.
woensdag 9 december 2009
Geen troost
Reactie op ‘Being Dimitri Verhulst’:
"Zo’n gebitje. Dat heb je toch alvast."
Ik vind geen troost in lezers.
"Zo’n gebitje. Dat heb je toch alvast."
Ik vind geen troost in lezers.
dinsdag 8 december 2009
Being Dimitri Verhulst
Het is mijn beroep en toch denk ik zelden na over het schrijven. Hoewel ik vermoedelijk de slechtste netwerker en verkoper van het westelijk halfrond ben, is het schrijven ooit mijn ticket naar zelfstandigheid geweest en heb ik er altijd goed van kunnen leven. Ik kan werkelijk niet zeggen dat het niet gewaardeerd wordt. En verder maak ik er niet veel van.
Een anoniem bestaan, dat wel, maar ik ambieer niet anders. Of misschien is het beter te zeggen: ambieerde niet anders. Want gisteren zag ik Dimitri Verhulst op televisie die, getooid in het rood-wit van Standard Luik, een geweldige Schrijver neerzette. De emotie raakte me als een hamerslag: was ik maar Dimitri Verhulst, Schrijver.
Een anoniem bestaan, dat wel, maar ik ambieer niet anders. Of misschien is het beter te zeggen: ambieerde niet anders. Want gisteren zag ik Dimitri Verhulst op televisie die, getooid in het rood-wit van Standard Luik, een geweldige Schrijver neerzette. De emotie raakte me als een hamerslag: was ik maar Dimitri Verhulst, Schrijver.
maandag 7 december 2009
Alfamannetje
Ook in megagebouwen waar duizenden de kost verdienen, kan er maar één de baas zijn. Er was een camera en er waren liefst vier toegewijden om die hele hoge meneer het juiste loopje te laten doen en de woordjes in de juiste volgorde te laten zeggen. Hij kwam een kwartiertje te laat, maar dat vergeef je zo'n man graag, al weet ik eigenlijk niet precies waarom. Hij mompelde iets dat wij dan maar opvatten als een groet. Er was verder geen tijd voor formaliteiten, zoveel was duidelijk. Aan het werk, dus maar.
Ik kan niet anders zeggen: voor de camera was hij helemaal in z'n element, daar had hij z'n toegewijden beslist niet voor nodig. Z'n gelaatsuitdrukking warmde op onder de lampen, de volzinnen rolden met gemak uit z'n mond. Vier takes stonden er in één moeite op. Nog één take te gaan, een voorgekookte, pakkende one-liner, waarmee hij al zeker duizend keer een betoogje had besloten. Hij deed 'm in de loop, precies als altijd, waarschijnlijk. Het was perfect. We konden eigenlijk wel gaan. In tien minuten uit en thuis.
"Stop, stop", zei ik. "Sorry, maar er zat volgens mij een hakkel in." Bij het volgende loopje lag het accent nét niet lekker op het woord 'samen', en bij het daaropvolgende klonk 'succes' iets te chagerijnig. Nu keek hij me voor het eerst echt aan. "Vindt u 't erg om 't nog één keer te doen?" Daar had hij geen problemen mee. Hij zette weer aan voor het loopje, maar nu vergat hij het woord 'samen'. We probeerden het nog een keer en - gewoon, omdat het kon - nog een keer, maar het kwam niet meer goed. "Maakt niet uit, gebruiken we gewoon die eerste en dan snijden we dat hikje er wel uit." Hij verdween zoals hij gekomen was: mompelend. Dat vatten we dan maar op als 'dank-je-wel'.
Ik kan niet anders zeggen: voor de camera was hij helemaal in z'n element, daar had hij z'n toegewijden beslist niet voor nodig. Z'n gelaatsuitdrukking warmde op onder de lampen, de volzinnen rolden met gemak uit z'n mond. Vier takes stonden er in één moeite op. Nog één take te gaan, een voorgekookte, pakkende one-liner, waarmee hij al zeker duizend keer een betoogje had besloten. Hij deed 'm in de loop, precies als altijd, waarschijnlijk. Het was perfect. We konden eigenlijk wel gaan. In tien minuten uit en thuis.
"Stop, stop", zei ik. "Sorry, maar er zat volgens mij een hakkel in." Bij het volgende loopje lag het accent nét niet lekker op het woord 'samen', en bij het daaropvolgende klonk 'succes' iets te chagerijnig. Nu keek hij me voor het eerst echt aan. "Vindt u 't erg om 't nog één keer te doen?" Daar had hij geen problemen mee. Hij zette weer aan voor het loopje, maar nu vergat hij het woord 'samen'. We probeerden het nog een keer en - gewoon, omdat het kon - nog een keer, maar het kwam niet meer goed. "Maakt niet uit, gebruiken we gewoon die eerste en dan snijden we dat hikje er wel uit." Hij verdween zoals hij gekomen was: mompelend. Dat vatten we dan maar op als 'dank-je-wel'.
donderdag 26 november 2009
Restwarmte
(De laatste dag van het laatste hotel-in-verval van de stad. Van de Nachtwacht mag ik nog even ronddwalen.)
Het labyrint van gangen en kamers en doorloopjes ziet er moe en verslagen uit. De deuren en de trappenhuizen, het tapijt, de plafondplaten, alles klampt zich ternauwernood vast aan de laatste spijkers en schroeven en lijmstreken die nog standhouden.
Sommige kamers zijn al steenkoud. In andere voel je de restwarmte van de vluchtelingen – op de loop voor slechte huwelijken met slechte seks, die kerel-met-de-losse-handjes, de sleur, de dwang van het leven, de politie. En de reclassering natuurlijk en ambtenaren in het algemeen en de Belastingdienst in het bijzonder.
Er is gezopen en geneukt en gehandeld en gebruikt en gebeden (alle religies welkom) en gevochten en gelachen en gelachen en gelachen. En voor de hoeren en de stiekeme stelletjes zijn er twee kamertjes, helemaal beplakt met spiegeltegeljes. In de huiskamer ruik je nog vaag gyros en chinees.
Alles is uitgepraat, in het nederlands, het pools, het grieks, het servisch, het russisch, het arabisch en het weet-ik-veel. We zijn uitgepraat. Het laatste woord komt van de rechter - en zoals het altijd gaat, zo gaat het nu ook - het wordt gesproken in het voordeel van de appartementenmafia, die de stad gelijkschakelt en plastificeert. Wel zo makkelijk, wel zo netjes.
Het labyrint van gangen en kamers en doorloopjes ziet er moe en verslagen uit. De deuren en de trappenhuizen, het tapijt, de plafondplaten, alles klampt zich ternauwernood vast aan de laatste spijkers en schroeven en lijmstreken die nog standhouden.
Sommige kamers zijn al steenkoud. In andere voel je de restwarmte van de vluchtelingen – op de loop voor slechte huwelijken met slechte seks, die kerel-met-de-losse-handjes, de sleur, de dwang van het leven, de politie. En de reclassering natuurlijk en ambtenaren in het algemeen en de Belastingdienst in het bijzonder.
Er is gezopen en geneukt en gehandeld en gebruikt en gebeden (alle religies welkom) en gevochten en gelachen en gelachen en gelachen. En voor de hoeren en de stiekeme stelletjes zijn er twee kamertjes, helemaal beplakt met spiegeltegeljes. In de huiskamer ruik je nog vaag gyros en chinees.
Alles is uitgepraat, in het nederlands, het pools, het grieks, het servisch, het russisch, het arabisch en het weet-ik-veel. We zijn uitgepraat. Het laatste woord komt van de rechter - en zoals het altijd gaat, zo gaat het nu ook - het wordt gesproken in het voordeel van de appartementenmafia, die de stad gelijkschakelt en plastificeert. Wel zo makkelijk, wel zo netjes.
vrijdag 20 november 2009
Fiona viert feest
De vrouw genaamd Fiona (als ik het voor het zeggen had) dwaalt die ochtend door de stad. Ze viert haar vrijgezellenfeestje met een gek hoedje voor haarzelf en voor al haar beste vriendinnen. Ze eten chocolade afgietseltjes van de Dom. Hilarisch wil het nog niet worden – het is zoeken naar dat ene moment dat het stempel van de onvergetelijkheid op de dag gaat drukken. Zo meteen gaan de kroegen open, Fiona. En dan komt het allemaal goed. Veel geluk, Fiona. Of hoe je ook mag heten.
woensdag 18 november 2009
Rekenen met kolen
(Ik heb nog van mijn vader ingepeperd gekregen dat rokende schoorstenen equivalent zijn voor brood op de plank. Aan rook en schoorstenen geen gebrek op de Maasvlakte, dus dáár moeten we zijn.)
Rand van Nederland. Afgezoomd met een stel windmolens, die bij naderende scheepsbemanningen de suggestie moeten wekken dat er een verstandig land in zicht is. Precies daarachter een elektriciteitscentrale. Die verstookt bij volledige belasting 180.000 kilo steenkool, meldt men niet zonder trots. Per uur, wel te verstaan. Dat maakt 30.240.000 kilo kolen per week. De centrale heeft een vermogen van 1040 megawatt. Daarmee kan grof gerekend in iets meer 600.000 huishoudens het licht aan. Dat komt dus neer op ruim 50 kilo kolen per huishouden per week. Toch wel een hele hoop. Daar zit je dan, met je spaarlampjes en je biobak. Gelukkig heb ik die Prius-folder al geheel onreglementair door het huisvuil gesnipperd. De schoorsteen moet roken, tenslotte.
Rand van Nederland. Afgezoomd met een stel windmolens, die bij naderende scheepsbemanningen de suggestie moeten wekken dat er een verstandig land in zicht is. Precies daarachter een elektriciteitscentrale. Die verstookt bij volledige belasting 180.000 kilo steenkool, meldt men niet zonder trots. Per uur, wel te verstaan. Dat maakt 30.240.000 kilo kolen per week. De centrale heeft een vermogen van 1040 megawatt. Daarmee kan grof gerekend in iets meer 600.000 huishoudens het licht aan. Dat komt dus neer op ruim 50 kilo kolen per huishouden per week. Toch wel een hele hoop. Daar zit je dan, met je spaarlampjes en je biobak. Gelukkig heb ik die Prius-folder al geheel onreglementair door het huisvuil gesnipperd. De schoorsteen moet roken, tenslotte.
zondag 15 november 2009
Oogst van 1 avond
- 1 jeugdcrimineel - maar dan ruimschoots over z’n houdbaarheidsdatum
- 1 soldaat met bindingsproblemen
- 1 landmeter met een hang naar de zee
- 1 dame die op perfecte wijze een jaren-’50-existentialiste neerzet
- 1 treurige Surinamer, die 30 jaar geleden ook al op een barkruk bij een tochtgat van een deur zat
- 1 soldaat met bindingsproblemen
- 1 landmeter met een hang naar de zee
- 1 dame die op perfecte wijze een jaren-’50-existentialiste neerzet
- 1 treurige Surinamer, die 30 jaar geleden ook al op een barkruk bij een tochtgat van een deur zat
woensdag 28 oktober 2009
Het nut van vooruitdenken, zoals bewezen in Leidsche Rijn
Ik stamp m'n fiets over die lange, kaarsrechte weg en het weer is prachtig en voor me in de verte tekent zich zo’n stipje af, waarvan je wel raden kunt dat het zometeen een fietser wordt. Na verloop van tijd wordt het stipje een fietser en nog wat later wordt de fietser een vrouw met een sjaal die naar mijn smaak nogal ongemakkelijk om haar hoofd fladdert.
We zijn elkaar tot op een meter of tien genaderd als ze - niet naar mij, maar zo recht vooruit - uitroept: “shit, m’n pinpas”. Net als we elkaar passeren knijpt ze in de remmen. Na een minuutje of zo hoor ik bandengeruis achter me. “Shit”, denk ik, “een klever.” Ik hoef m’n hoofd maar een fractie naar links te bewegen om de dwarrelschaduw van die das te zien. Zo jakkeren we voort door Leidsche Rijn. Het eind is niet in zicht, er schuift een wolk voor de zon en ik had natuurlijk even moeten poepen voor vertrek.
We zijn elkaar tot op een meter of tien genaderd als ze - niet naar mij, maar zo recht vooruit - uitroept: “shit, m’n pinpas”. Net als we elkaar passeren knijpt ze in de remmen. Na een minuutje of zo hoor ik bandengeruis achter me. “Shit”, denk ik, “een klever.” Ik hoef m’n hoofd maar een fractie naar links te bewegen om de dwarrelschaduw van die das te zien. Zo jakkeren we voort door Leidsche Rijn. Het eind is niet in zicht, er schuift een wolk voor de zon en ik had natuurlijk even moeten poepen voor vertrek.
donderdag 22 oktober 2009
Voorrecht
"Je drinkt nu wel met de enige Nederlander aan wie de DSB Bank een lening heeft geweigerd."
woensdag 30 september 2009
Kip
Het motregent. Er zijn steigers en kabels en werktuigen en zo en in de verte loopt een man die hier ogenschijnlijk wel thuishoort. Ik stel mij voor dat die man met een scherpe klap zijn hoofd verliest – dat zou hier zomaar kunnen. En dat diens lichaam neerdwarrelt en direct tot stilstand komt. Ik denk: ‘dat is in elk geval al één verschil tussen kippen en mensen’.
donderdag 3 september 2009
Kunstkritiek
Sinds een dik jaar fiets ik elke morgen langs de Vecht en passeer zo de woonboten waarin Utrecht z’n hoeren huisvest. Tegen de flanken van de brug die deze drijvende variatie op sodom-en-gomorra doormidden snijdt is een kunstwerk geplakt van tegeltjes. Het beeldt in een stuk of wat groengetinte, gemozaïekte tableaus steeds setjes van twee vrouwtjesdieren uit die het – op een knusse manier - reuze gezellig met elkaar hebben. Letterlijk en figuurlijk een tamelijk vlak geheel en op zichzelf verre van aanstootgevend. Het is de titel die me in de loop van het jaar lelijk dwars is gaan zitten: ‘Sisters in Paradise’.
Eerst ga je in gedachten een stukje mee met de kunstenaar. Want, tja, een kunstwerk met een passender titel zoals ‘Losers is Hell’ krijg je vast niet verkocht bij de keten van ambtenarij die achtereenvolgens over de kunsten, de bruggen en de hoeren gaat. Dan stel je je de discussie voor tussen die kunstenaar en die ambtenaren van kunsten en bruggen en hoeren. Het geginnegap.
- “Nu effe serieus. Kunnen we dit wel maken?”
- “Joh, je moet het zien als een commentaar, als een ironisch commentaar. Misschien ook wel als een aansporing tot gedragsverandering. Want vergis je niet: die meiden krabben elkaar voor een tientje de ogen uit. Het heeft duidelijk meer kanten.”
“Haha, zoiets als ‘Arbeit Macht Frei’, bedoel je.”
Een gierende lach en dan is het tijd om een besluit te nemen.
“‘Sisters in Paradise’… Vooruit met de geit.”
Eerst ga je in gedachten een stukje mee met de kunstenaar. Want, tja, een kunstwerk met een passender titel zoals ‘Losers is Hell’ krijg je vast niet verkocht bij de keten van ambtenarij die achtereenvolgens over de kunsten, de bruggen en de hoeren gaat. Dan stel je je de discussie voor tussen die kunstenaar en die ambtenaren van kunsten en bruggen en hoeren. Het geginnegap.
- “Nu effe serieus. Kunnen we dit wel maken?”
- “Joh, je moet het zien als een commentaar, als een ironisch commentaar. Misschien ook wel als een aansporing tot gedragsverandering. Want vergis je niet: die meiden krabben elkaar voor een tientje de ogen uit. Het heeft duidelijk meer kanten.”
“Haha, zoiets als ‘Arbeit Macht Frei’, bedoel je.”
Een gierende lach en dan is het tijd om een besluit te nemen.
“‘Sisters in Paradise’… Vooruit met de geit.”
maandag 17 augustus 2009
Klein verraad
Wij hadden het laatst over Drs. P en toen dachten we nog dat ie dood was. We kampeerden ergens waar de plaatselijke bevolking ooit had besloten jakhalzen uit te zetten. Die voor Oost-Europa nogal exotische jagers waren bedoeld als ultiem wapen tegen de meer inheemse wurgslangen. Een dubbele mislukking. De wurgslangen waren nog alom aanwezig (‘Don’t worry, they are not poisonous’, sprak men troostend). En de jakhalzen voelden zich zo goed thuis dat ze zichzelf inmiddels ook tot plaag hadden ontwikkeld. Bij het vallen van de avond scharrelden ze rond ons kampementje, om het op een onzichtbaar teken op een kippenvelverwekkend, oorverdovend gejank te zetten. Voor ieders nachtrust leek het ons verstandig de nabijheid van jakhalzen (en wurgslangen, maar daar gaat het nou niet over) voor de kinderen te verzwijgen. Dat lukte aardig: de verklaring dat het nachtelijk gejank van meeuwen afkomstig was werd niet zozeer geloofd alswel aanvaard, omdat het ook voor kinderen wel duidelijk is dat heel wat waarheden het beste niet gekend worden. Een beslissing, dus – nee een soort afspraak - waar ieder z’n verantwoordelijkheid in herkende en nam.
Dat nam natuurlijk onze ouderlijke behoefte niet weg om het zo nu en dan eens te hebben over die jakhalzen. Op zoek naar bedekte termen kwamen wij op De Dodenrit van Drs. P, want jakhalzen, die lijken oppervlakkig gezien verdomd veel op wolven.
Dat had nog goed kunnen aflopen, als we er niet bij aan het drinken waren geslagen. “De donkere gedaanten zijn bijzonder vlug ter been. Ze lopen op vier poten en ze kijken heel gemeen”, wisten wij ineens weer. Twee pivo’s later hadden we het kinderstel omgedoopt in Igor en kleine Pjotr. “We mogen Pjotr wel waarderen om zijn eetbaarheid, want daardoor raken wij die troep voorlopig even kwijt”, zongen wij na nog een pivo. “Dus Igor, 't is wel spijtig maar jij wordt geen virtuoos. Nog tweeënvijftig werst en daar was laatst een meisje loos”, schoot ons te binnen - we waren qua pivo’s de tel kwijt.
Toen zette de ober op zwierige wijze de allerlaatste pivo op ons tafeltje en speelde mijn geliefde haar allerlaatste troef uit om mij en haarzelf onder de tafel te krijgen: “Troïka hier, troïka daar, met een Slavisch handgebaar.” Igor en de kleine Pjotr konden het allemaal niet echt waarderen en je zag de roestvlek die door het ijzeren vertrouwen in hun ouders vreet een flink stukje groeien.
En Drs. P? Die is niet dood, die heeft gisteren z’n 90ste verjaardag gevierd.
Dat nam natuurlijk onze ouderlijke behoefte niet weg om het zo nu en dan eens te hebben over die jakhalzen. Op zoek naar bedekte termen kwamen wij op De Dodenrit van Drs. P, want jakhalzen, die lijken oppervlakkig gezien verdomd veel op wolven.
Dat had nog goed kunnen aflopen, als we er niet bij aan het drinken waren geslagen. “De donkere gedaanten zijn bijzonder vlug ter been. Ze lopen op vier poten en ze kijken heel gemeen”, wisten wij ineens weer. Twee pivo’s later hadden we het kinderstel omgedoopt in Igor en kleine Pjotr. “We mogen Pjotr wel waarderen om zijn eetbaarheid, want daardoor raken wij die troep voorlopig even kwijt”, zongen wij na nog een pivo. “Dus Igor, 't is wel spijtig maar jij wordt geen virtuoos. Nog tweeënvijftig werst en daar was laatst een meisje loos”, schoot ons te binnen - we waren qua pivo’s de tel kwijt.
Toen zette de ober op zwierige wijze de allerlaatste pivo op ons tafeltje en speelde mijn geliefde haar allerlaatste troef uit om mij en haarzelf onder de tafel te krijgen: “Troïka hier, troïka daar, met een Slavisch handgebaar.” Igor en de kleine Pjotr konden het allemaal niet echt waarderen en je zag de roestvlek die door het ijzeren vertrouwen in hun ouders vreet een flink stukje groeien.
En Drs. P? Die is niet dood, die heeft gisteren z’n 90ste verjaardag gevierd.
maandag 3 augustus 2009
Croatian night watch
- Just checking if everything is calm here.
- Everything is dead calm.
- That’s what’s so depressing about this place.
- Everything is dead calm.
- That’s what’s so depressing about this place.
donderdag 2 juli 2009
Verstand
Goed. Ik geef toe. Ik ben m’n verstand verloren. Dat komt zo: ik heb het onlangs ingeruild voor een Porsche 944 met dubieuze onderhoudshistorie. Stokoud, poepbruin en van binnen bekleed met een niet bepaald origineel, vreemd ruikend hoogpolig tapijtje. Sindsdien denk ik in smeernippels, stabilisatorstangen, drukgroepen en krukas-spelings-toleranties. Ook ben ik al eens midden in de nacht wakkergeschrokken van een ingebeelde penetrante benzinedamp. Illusies, illusies.
vrijdag 5 juni 2009
Mijn liefde voor - streepjes - verklaard
“Gedachtenstreepjes zijn zeer ondoorgrondelijke leestekens, waarmee u ook heel geschikt kunt suggereren dat u, zoals het woord gedachtenstreepjes al enigszins aanduidt, enkele diepe gedachten hebt geformuleerd. De officiële spellingsleidraad zwijgt over dit leesteken geheel, terwijl particuliere taaladviseurs in hun boeken op dit punt ook opmerkelijk vage en algemene richtlijnen formuleren. Slechts weinigen zullen u dus kunnen betrappen op het onjuiste gebruik van gedachtenstreepjes.
Omdat ze de lezer dwingen tot zeer aandachtig lezen, wil hij de draad niet kwijtraken, kunt u met de gedachtenstreepjes dus heel goed de indruk van de diepe denker vestigen. En dat verdient eerbied. Let op de rijkdom aan streepjes in de volgende krantenzin.
‘Leg ik dit alles - al kost het moeite - naast mij neer, dan rest het werk van een man die - naar het heet - met het op muziek zetten van lonesco's eenakter ‘De Nieuwe Huurder’ vroeger zijn sporen heeft verdiend, maar die men - te oordelen naar deze latere vrijmoedige muzikale transpositie van een der bekendste werken van de Franse Nobelprijswinnaar - daarom nog niet het brevet ‘operacomponist’ zou willen geven.’”
Uit:
Kleine grammatica van de waanzin
A.J. Vervoorn
Nu geheel te lezen op DBNL:
http://www.dbnl.nl/tekst/verv014klei01_01/index.htm
Omdat ze de lezer dwingen tot zeer aandachtig lezen, wil hij de draad niet kwijtraken, kunt u met de gedachtenstreepjes dus heel goed de indruk van de diepe denker vestigen. En dat verdient eerbied. Let op de rijkdom aan streepjes in de volgende krantenzin.
‘Leg ik dit alles - al kost het moeite - naast mij neer, dan rest het werk van een man die - naar het heet - met het op muziek zetten van lonesco's eenakter ‘De Nieuwe Huurder’ vroeger zijn sporen heeft verdiend, maar die men - te oordelen naar deze latere vrijmoedige muzikale transpositie van een der bekendste werken van de Franse Nobelprijswinnaar - daarom nog niet het brevet ‘operacomponist’ zou willen geven.’”
Uit:
Kleine grammatica van de waanzin
A.J. Vervoorn
Nu geheel te lezen op DBNL:
http://www.dbnl.nl/tekst/verv014klei01_01/index.htm
maandag 11 mei 2009
Hospitaal Walcheren
Het is zaterdagavond laat. Op weg naar m’n bed voel ik even een stekend pijntje in de middelste teen van m’n linkervoet. Shit, een splinter, of zoiets. Ik besluit dat die best kan blijven zitten tot morgenochtend en trek het dekbed over me heen. Maar al na een minuut of wat gaat de teen kloppen. Nog wat later heb ik het idee dat m’n hele voet gloeit. En dat is geen goed nieuws, in deze contreien.
Dat zit zo: mijn angst voor ‘de provincie’ balt zich samen in Hospitaal Walcheren. Als m’n kinderen dingen doen die ik gevaarlijk vind, heb ik in Hospitaal Walcheren een effectief afschrikmiddel. “Vooral doorgaan, joh, zitten we zometeen in Hospitaal Walcheren.” Werkt altijd. Want, dat weten zij ook, in Hospitaal Walcheren eten chirurgen hun broodjes in de kantine met hun bloeddoordrenkte schortjes nog aan. Zonde om ze na één snijsessie in de prullenbak te gooien. De schoonmaak is er – bij gebrek aan een fatsoenlijk allochtoon arbeidspotentieel - in handen van de Sociale Werkplaats Vlissingen, afdeling Blinden en Slechtzienden, subsectie Gedragsgestoord. En daar moet ik dus straks, als het niet snel beter gaat, met die voet naartoe. Al heeft die splinter maar een gaatje van niks gemaakt, het blijft een open wond en een ziekenhuisbacterie wandelt zo naar binnen.
Ik kan de slaap niet vatten en het wordt zondag. Dat maakt het er niet beter op. Want op zondag werkt het christelijk medisch personeel natuurlijk niet. Artsen van buiten de provincie die nog de schijn van een reputatie hoog te houden hebben, mijden Hospitaal Walcheren als de pest. Dus de zondag is er voor types die hun medische opleiding in Wit-Rusland hebben genoten of hun diploma op e-bay hebben gekocht. Die staan dan om mijn bed te overleggen. Ze zijn er al snel uit. Die voet die moet eraf. Want zo’n infectie, daar kun je beter niet mee spotten en het zekere moet voor het onzekere genomen worden. Op maandagmorgen zullen de echte dokters hoofdschuddend de schade bekijken. Zo had het nooit mogen gebeuren, maar nu het eenmaal zover is, is er maar één beslissing mogelijk: afzagen tot boven de knie. Met een viltstift wordt losjes een zaaglijntje gezet. Ondertussen braakt de ventilator boven m’n hoofd een wolk legionella uit over mij en mijn medepatiënten. We gillen om een helicopter die ons naar Rotterdam of Gent - of Antwerpen desnoods - kan brengen, maar we zijn verzwakt en in doodsnood en niemand merkt ons op.
Tot m’n verbazing word ik aan één stuk wakker in m’n eigen bed. In het felle licht van de zon zie ik het splintertje zo zitten. Even goed knijpen en het floept eruit. Daar zijn we weer eens op het nippertje ontsnapt.
Dat zit zo: mijn angst voor ‘de provincie’ balt zich samen in Hospitaal Walcheren. Als m’n kinderen dingen doen die ik gevaarlijk vind, heb ik in Hospitaal Walcheren een effectief afschrikmiddel. “Vooral doorgaan, joh, zitten we zometeen in Hospitaal Walcheren.” Werkt altijd. Want, dat weten zij ook, in Hospitaal Walcheren eten chirurgen hun broodjes in de kantine met hun bloeddoordrenkte schortjes nog aan. Zonde om ze na één snijsessie in de prullenbak te gooien. De schoonmaak is er – bij gebrek aan een fatsoenlijk allochtoon arbeidspotentieel - in handen van de Sociale Werkplaats Vlissingen, afdeling Blinden en Slechtzienden, subsectie Gedragsgestoord. En daar moet ik dus straks, als het niet snel beter gaat, met die voet naartoe. Al heeft die splinter maar een gaatje van niks gemaakt, het blijft een open wond en een ziekenhuisbacterie wandelt zo naar binnen.
Ik kan de slaap niet vatten en het wordt zondag. Dat maakt het er niet beter op. Want op zondag werkt het christelijk medisch personeel natuurlijk niet. Artsen van buiten de provincie die nog de schijn van een reputatie hoog te houden hebben, mijden Hospitaal Walcheren als de pest. Dus de zondag is er voor types die hun medische opleiding in Wit-Rusland hebben genoten of hun diploma op e-bay hebben gekocht. Die staan dan om mijn bed te overleggen. Ze zijn er al snel uit. Die voet die moet eraf. Want zo’n infectie, daar kun je beter niet mee spotten en het zekere moet voor het onzekere genomen worden. Op maandagmorgen zullen de echte dokters hoofdschuddend de schade bekijken. Zo had het nooit mogen gebeuren, maar nu het eenmaal zover is, is er maar één beslissing mogelijk: afzagen tot boven de knie. Met een viltstift wordt losjes een zaaglijntje gezet. Ondertussen braakt de ventilator boven m’n hoofd een wolk legionella uit over mij en mijn medepatiënten. We gillen om een helicopter die ons naar Rotterdam of Gent - of Antwerpen desnoods - kan brengen, maar we zijn verzwakt en in doodsnood en niemand merkt ons op.
Tot m’n verbazing word ik aan één stuk wakker in m’n eigen bed. In het felle licht van de zon zie ik het splintertje zo zitten. Even goed knijpen en het floept eruit. Daar zijn we weer eens op het nippertje ontsnapt.
donderdag 23 april 2009
Gemeentewerken
- “Dus ik kan me niet inschrijven zonder me eerst uit te schrijven?”
- “Spreekt voor zich. Anders pleegt u bestuurlijke bigamie en dat wilt u toch niet op uw kerfstok hebben?”
- “Spreekt voor zich. Anders pleegt u bestuurlijke bigamie en dat wilt u toch niet op uw kerfstok hebben?”
maandag 20 april 2009
Van Geluk Gesproken
“Aan de andere kant mag je toch wel van geluk spreken dat ik zo’n vrolijke dronk heb”, sprak de wankelende man tot het morrende wezen onder het dekbed.
donderdag 2 april 2009
Van horen zeggen
P. was gemaakt van horen zeggen. “Wist je eigenlijk dat ie vroeger bij Unifil zat? Is ie eens ternauwernood ontsnapt uit een PLO-hinderlaag.” “Die P., hé? Die was jarenlang Van-der-Valk-ober. Kwam ie na ‘t werk in z’n morsige oberpak het café binnenstommelen. Totdat er op een dag een literair agent bij die Van der Valk kwam eten, en…” “Arme jongen. Heeft ie overgehouden aan een steek van een hele zeldzame vlieg in de outback van Australië.” En nu, nu staat ie in de krant omdat ie dood is. Maar dat had ik al van horen zeggen.
woensdag 25 maart 2009
Morgen al!
Het seizoen voor oosterscheldekreeft opent. Morgen al! En hou je niet van oosterscheldekreeft, dan is er troost om de hoek, want op 3 april is het alweer Nationale Pannenkoekendag. En iedereen lust wel een pannenkoek.
vrijdag 20 maart 2009
Aanschouwelijk onderricht in mode
“Zie je ‘t nou? Zo’n jurkje is nooit burgerlijker dan ‘t meisje dat er in zit.”
donderdag 19 maart 2009
Uitnodiging
Iemand ziet in mij een geschikte kandidaat voor toetreding tot “een verzamelplaats van gelijkgestemden, voor mensen die vooruit willen denken, èn doen.” Daar komen mensen die zich er van “bewust-ZIJN dat slechts positiviteit en vertrouwen de wereld om ons heen weer in positieve zin kan veranderen.”
Eén keer ontving ik een krankzinnigere uitnodiging: dat was toen ik werd gepolst om te spreken op een symposium over hoe we Europa kunnen behoeden voor een grieppandemie en wat te doen als die toch uitbreekt.
Eén keer ontving ik een krankzinnigere uitnodiging: dat was toen ik werd gepolst om te spreken op een symposium over hoe we Europa kunnen behoeden voor een grieppandemie en wat te doen als die toch uitbreekt.
vrijdag 13 maart 2009
Je kunt er alleen naar raden
Met een woest gezicht verlaat de graatmagere vrouw de grotematenwinkel. Ze smijt de deur dicht, zo hard dat de ramen trillen.
dinsdag 3 maart 2009
Over lijken
Vroeger was ik verslaafd aan tv-detectives. Mannix, Ironside, Baretta, Starsky & Hutch, Hill Street Blues. Waarom, dat weet ik niet meer, maar na Miami Vice ben ik in één keer cold-turkey afgekickt. Een kleine twintig jaar later (met als excuus een fase van totale verzwakking) ben ik even plotseling terug bij af. CSI, NCSI, Bones, Numbers, Law & Order - Special Victims Unit en meer – het kan niet op. Dit is veranderd: lijken van toen waren nette, schone mensen met één of meer gaatjes in hun t-shirt – het leek eigenlijk meer alsof ze sliepen. Lijken van nu worden frontaal getoond in alle fases van verrotting en met de meest ondenkbare verminkingen. Er wordt ook volop in gewroet en gezaagd. Gisteren nog twee uitgedrukte ogen van binnen gezien. “It feels like popping grapes.” Zo leer je nog eens wat.
donderdag 26 februari 2009
Dagen
Er zijn dagen dat alles kan. Met je moeder op de tribune bij FC Utrecht, juist als zich een helicopter in de Bunnik-side boort – dat gaf me een paniek! Op kroegentocht met een dode. Iemand die ongevraagd met een graafmachientje een vijver in je tuin maakt. Of dat er steeds iemand achter je loopt en dat je zeker weet dat die een plastic zak over je kop wil trekken. En dat je denkt: waarom schreeuwt dat mens toch de hele tijd door die muziek heen – en dat het maar niet ophoudt. Die dagen nu, die zijn voorbij. Pff.
dinsdag 24 februari 2009
zondag 15 februari 2009
maandag 9 februari 2009
Geen chocola
Veel is me te machtig. Zo heb ik 1001 gedachtes gehad over de liefde, de laatste tijd. Eén houdt stand: "liefde is géén chocola". Er schuilt geen groot filosoof in mij.
vrijdag 6 februari 2009
Een soort compliment (denk ik)
“Joh, zowat iedereen! Behalve jullie, natuurlijk. Maar jullie komen ook van een andere planeet.”
dinsdag 3 februari 2009
Navels staren
Februari, alweer. Ik had voornemens, vaste voornemens. Zoals focus op het werk. En een beste vader zijn (een ware kameraad van 7 tot 7). En géén drank door de week. En uitgeslapen aan de maandag beginnen. En attent zijn voor m’n vrienden: bereikbaar, open, initiatiefrijk. En schrijven ook, veel schrijven - eindelijk eens met de aandacht die dat feitelijk nodig heeft. Een man, kortom, die z’n verantwoordelijkheden kent en in balans is en in vrede leeft met z’n omgeving. Ambitieus, maar je moet de lat hoog leggen en het had er op één-of-andere manier de schijn van dat ik er aan toe was.
Het komt moeizaam op gang. Of beter: er is niks van gekomen. Een volle maand gevuld met navels staren. Niet achteloos en van een afstandje, maar expliciet en frontaal. Dat was ook leuk. Dat was héél leuk. Misschien dat ik er een gebroken boekjaar van maak. Dan is het pás februari, in plaats van alweer. Of dat ik januari aanmerk als de 13e maand van 2008. Of dat ik gewoon maar toegeef dat ik liever navels staar en dat een mens moet doen waar ie goed in is.
Het komt moeizaam op gang. Of beter: er is niks van gekomen. Een volle maand gevuld met navels staren. Niet achteloos en van een afstandje, maar expliciet en frontaal. Dat was ook leuk. Dat was héél leuk. Misschien dat ik er een gebroken boekjaar van maak. Dan is het pás februari, in plaats van alweer. Of dat ik januari aanmerk als de 13e maand van 2008. Of dat ik gewoon maar toegeef dat ik liever navels staar en dat een mens moet doen waar ie goed in is.
donderdag 29 januari 2009
dinsdag 27 januari 2009
The Male Solution
Tegen verwarring: hef-druk-trek-duw 125 keer je eigen gewicht in de lucht. Helpt natuurlijk niks. Maar het lijkt in elk geval alsof je wat gedáán hebt.
donderdag 22 januari 2009
Het is volbracht
Eat this, K3! Terug naar je eiland, kutsmurfen! Q-Music - EFCE: 0-10! Want, met afstand op nummer 1 in de autoritjes-top-3 van de zeuns: Hound Dog Taylor!! Het is volbracht. Ik kan rustig sterven.
vrijdag 16 januari 2009
RE: Wel godver...
SUBJECT: Wel godver…
Wel godver! Doe je wel even normaal alsjeblieft? We zouden open en eerlijk zijn. Over alles! Ik ga er vanuit dat je dat bent, maar dit zijn gewoon rare dingen.
RE: Wel godver...
Oh, hier word ik zo kwaad over! Hier moet jij mee ophouden, want daar kan ik slecht tegen!
RE: Wel godver...
Oh, zit het zo… Ja, logisch dan… Lieverd, ik zal het verkeerd gezien hebben. Dit is zo ontzettend 'not me'!!
RE: Wel godver...
‘Not me’?? Vind dit echt van de debiele. Kots kots kots!
RE: Wel godver...
Ben wat uit m'n evenwicht. Begrijp je daar helemaal niets van? Dat maakt t niet leuker maar misschien iets invoelbaarder.
RE: Wel godver...
Als je me niet gelooft, dan moet je dat zeggen en niet allemaal stomme dingen gaan denken. Ben ietsjes pietjes minder kwaad. Maar nog wel kwaad.
RE: Wel godver...
In elk geval is voor mij de mist nu weggetrokken en ik zie het weer helder. Klaar met die onzin, wat mij betreft.
RE: Wel godver...
Van niemand hou ik zoveel als van jou. Dat snap je toch wel? Dus dan ga ik toch niet…
RE: Wel godver...
Ja. Klaar, over, uit. Neuken?
RE: Wel godver...
Nou jaaaah, ben je gek geworden of zo?
Wel godver! Doe je wel even normaal alsjeblieft? We zouden open en eerlijk zijn. Over alles! Ik ga er vanuit dat je dat bent, maar dit zijn gewoon rare dingen.
RE: Wel godver...
Oh, hier word ik zo kwaad over! Hier moet jij mee ophouden, want daar kan ik slecht tegen!
RE: Wel godver...
Oh, zit het zo… Ja, logisch dan… Lieverd, ik zal het verkeerd gezien hebben. Dit is zo ontzettend 'not me'!!
RE: Wel godver...
‘Not me’?? Vind dit echt van de debiele. Kots kots kots!
RE: Wel godver...
Ben wat uit m'n evenwicht. Begrijp je daar helemaal niets van? Dat maakt t niet leuker maar misschien iets invoelbaarder.
RE: Wel godver...
Als je me niet gelooft, dan moet je dat zeggen en niet allemaal stomme dingen gaan denken. Ben ietsjes pietjes minder kwaad. Maar nog wel kwaad.
RE: Wel godver...
In elk geval is voor mij de mist nu weggetrokken en ik zie het weer helder. Klaar met die onzin, wat mij betreft.
RE: Wel godver...
Van niemand hou ik zoveel als van jou. Dat snap je toch wel? Dus dan ga ik toch niet…
RE: Wel godver...
Ja. Klaar, over, uit. Neuken?
RE: Wel godver...
Nou jaaaah, ben je gek geworden of zo?
maandag 12 januari 2009
Grinniken
Dat je voor je uit zit te grinniken. En dat die ander vraagt wat er is. En dat je dan ‘oh niks’ zegt. Wat die ander al zo’n beetje verwacht. Dus die vraagt niet door. Terwijl je toch allebei weet dat je nooit 'zomaar' kunt grinniken - je zit dus ook nog eens lelijk te liegen. En jij maar grinniken. Niks zo irritant als een man die grinnikt. Lijkt me.
zondag 11 januari 2009
Economie van de liefde
De liefde drukt in m’n maag als twee gevulde koeken en een reep chocola. Scheelt je zó twee maaltijden per dag.
donderdag 8 januari 2009
woensdag 7 januari 2009
Speel mee met EFCE!
Uit de handleiding:
“Onthoud dit is geen eenmalig experiment. De meer tijd u besteedt aan het opbouwen van experimenten, de uitgebreider uw kennis zal worden. U zal zich nooit vervelen, integendeel, u zal de volgende jaren druk bezig zijn met het ontdekken van nieuwe en opwindende experimenten.
Geniet van een lekkere elektrificerende ervaring!!!”
Wie raadt welk apparaat hier wordt uitgelegd, die mag er eens mee spelen.
“Onthoud dit is geen eenmalig experiment. De meer tijd u besteedt aan het opbouwen van experimenten, de uitgebreider uw kennis zal worden. U zal zich nooit vervelen, integendeel, u zal de volgende jaren druk bezig zijn met het ontdekken van nieuwe en opwindende experimenten.
Geniet van een lekkere elektrificerende ervaring!!!”
Wie raadt welk apparaat hier wordt uitgelegd, die mag er eens mee spelen.
dinsdag 6 januari 2009
Een soort cypres
Dat er een boompje uit je borst groeit – een soort cypres – en dat je het wel uit zou willen schreeuwen. Maar dat iedereen er een beetje omheen staat en je aankijkt met zo’n achteloze blik van: ‘tja, dát krijg je d’r nou van’.
maandag 5 januari 2009
Daar begint het gedonder
Amper het jaar in zijn er al woorden en flarden die dreigen iets te gaan beduiden. Chicklit-plotje jaagt vooralsnog de meeste schrik aan.
zaterdag 3 januari 2009
maandag 29 december 2008
Volapük – een wereldtaal
Weetje: er schijnen nog 25>30 mensen in leven te zijn die vloeiend Volapük spreken - een taal die de wereld voor nogal wat onheil had moeten behoeden, maar daar kwam natuurlijk weer niks van. Ze bidden het Onze Vader zo:
O Fat obas, kel binol in süls, paisaludomöz nem ola!
Kömomöd monargän ola!
Jenomöz vil olik, äs in sül, i su tal!
Bodi obsik vädeliki govolös obes adelo!
E pardolös obes debis obsik,
äs id obs aipardobs debeles obas.
E no obis nindukolös in tendadi;
sod aidalivolös obis de bas.
Jenosöd!
O Fat obas, kel binol in süls, paisaludomöz nem ola!
Kömomöd monargän ola!
Jenomöz vil olik, äs in sül, i su tal!
Bodi obsik vädeliki govolös obes adelo!
E pardolös obes debis obsik,
äs id obs aipardobs debeles obas.
E no obis nindukolös in tendadi;
sod aidalivolös obis de bas.
Jenosöd!
zondag 28 december 2008
donderdag 25 december 2008
Een paard als ezel
Het is bedoeld om er juist eens van weg te zijn. Maar het bordje ‘Levende Kerststal’ biedt teveel verleiding. Een stevige opstopping, cryptische aanwijzingen van randstad-bos-verkeersregelaars - leidend naar een niet bestaand parkeerplaatsje. Om dan met alle mensen die je gisteren – voor het laatste boodschapje - ook al in de stad zag, te staren naar twee van kou bevangen stakkers als jozef en maria, een paard als ezel en drie schapen als schaap. God laat ons heidenen weer eens alle hoeken van de kamer zien.
woensdag 24 december 2008
Schrijven in soep
dinsdag 23 december 2008
Veel voor weinig: Wapen je tegen uitvreters
Ongewenste mee-eters. Een ware plaag, zeker in deze tijd van het jaar. Jaag ze vanaf nu eenvoudig op de vlucht met EFCE’s gepatenteerde wapenarsenaal tegen uitvreters! Nodigt een onverlaat zichzelf uit? Reageer enthousiast, stel uw beeldmenu samen, geef fantasienamen aan al dat heerlijks en mail het geheel bij wijze van voorpret. Succes (vrijwel) verzekerd.












zondag 21 december 2008
Droom in duigen
vrijdag 19 december 2008
Paradijs
Noemt iets zich 'paradijs', denk dan precies het omgekeerde. Ik kan het weten, want ik er ben zojuist levend, maar niet geheel ongeschonden, uit één teruggekeerd. Dresscode: géén schoenen. Ik hield me kranig, tot ik naar de WC moest en de zeik van m'n voorgangers in m'n sokken voelde trekken.
woensdag 17 december 2008
Maledicta bestaat!
Eigenlijk heb ik altijd gedacht dat het - in bepaalde niches van de maatschappij – veel besproken tijdschrift Maledicta té mooi was om waar te zijn. Dat er alleen een cover en inhoudsopgave op het internet werden gezet en dat je er de rest maar bij moest dromen. Niet waar! Niet waar, weet ik nu! Want ik heb # 13 zélf in m’n handen gehad.
Artikelen met titels als
- How Bulgarians relieve their soul
- Some Terms for Women at an Australian Military Academy
- Romani Insults en
- Vocabulary from a West-Indian Men’s room
zijn dus écht geschreven én gepubliceerd!
Er is altijd een sprankje hoop voor de mensheid.
Artikelen met titels als
- How Bulgarians relieve their soul
- Some Terms for Women at an Australian Military Academy
- Romani Insults en
- Vocabulary from a West-Indian Men’s room
zijn dus écht geschreven én gepubliceerd!
Er is altijd een sprankje hoop voor de mensheid.
Straatpraat - Modern Times
“Weet je, sinds ik m’n zak scheer…hoe, dat kan ik niet uitleggen…maar hij doét ‘t gewoon beter.”
maandag 15 december 2008
Sterk beeld
Er komt een vrachtwagen uit de richting van Antwerpen met op z’n flank een airbrushtekening van Bobby Sands in klassieke martelaarspose. Bobby Sands. Die zich doodgehongerd heeft om een kwestie die niemand zich nu nog herinnert.
Bobby Sands was een behoorlijk onaangenaam mens, daar waren zelfs zijn volgelingen het over eens. En ik meen me te herinneren dat ik er ook z’n moeder wel eens over heb gehoord: “Geen makkelijke jongen”, of zoiets.
Maar die beeltenis. Die beeltenis was sterk. Sterk genoeg om van mensen moordenaars te maken. Sterk genoeg ook om nu precies het juiste luikje in m’n geheugen te openen. Denk ik.
Om beter te kunnen kijken haal ik wat gevaarlijke toeren uit. Verdomd, ik zie 't nu: het is Jezus. Dat verklaart veel. Maar niet wat al die spoken komen doen.
Bobby Sands was een behoorlijk onaangenaam mens, daar waren zelfs zijn volgelingen het over eens. En ik meen me te herinneren dat ik er ook z’n moeder wel eens over heb gehoord: “Geen makkelijke jongen”, of zoiets.
Maar die beeltenis. Die beeltenis was sterk. Sterk genoeg om van mensen moordenaars te maken. Sterk genoeg ook om nu precies het juiste luikje in m’n geheugen te openen. Denk ik.
Om beter te kunnen kijken haal ik wat gevaarlijke toeren uit. Verdomd, ik zie 't nu: het is Jezus. Dat verklaart veel. Maar niet wat al die spoken komen doen.
vrijdag 12 december 2008
donderdag 11 december 2008
Moedermeisje
je veel te dunne beentjes
je veel te dunne haar
je veel te dunne jas
je buggy met z’n veel te dunne wieltjes
niks aan jou is opgewassen tegen de wind, hier,
en de regen en de putten in de weg
niks, behalve jouw wil
om op het verkeerde moment van A naar B te raken
je zult het ons nooit vergeven, denk ik,
terwijl ik voorbij scheur in m’n veel te dikke wagen
je veel te dunne haar
je veel te dunne jas
je buggy met z’n veel te dunne wieltjes
niks aan jou is opgewassen tegen de wind, hier,
en de regen en de putten in de weg
niks, behalve jouw wil
om op het verkeerde moment van A naar B te raken
je zult het ons nooit vergeven, denk ik,
terwijl ik voorbij scheur in m’n veel te dikke wagen
zondag 7 december 2008
woensdag 3 december 2008
Een warme jas
Dan schrik ik wakker van de deurbel. Het loopt tegen vijven, zie ik. Dat beklemt. Zonder licht loop ik naar beneden en ik kijk via het spionnetje door de voordeur. Aardedonker, niks te zien. Maar ik hoor wel wat: murmelende, zachte stemmen. Ik durf niet meteen open te doen – je hoort de raarste verhalen - en sluip de woonkamer in. Ik kijk naar buiten in de donkerte. Daar ontbrandt de verlichting bij het tuinpad. Op het hekje leunt een kind - een warm gekleed meisje en ze heeft een poppetje in haar hand. Er is iets met haar, maar ik weet niet wat - en toch – een kind, dat stelt gerust. Ik ga opendoen.
Voor me staat een lange vrouw van onbestemde leeftijd. Ze draagt een zwarte, lange jas en een hoedje waar onderhoudsarm geknipt, donker, halflang haar onderuitkomt. In haar hand iets dat ze draagt alsof het een lantaarntje is, maar er komt geen licht uit. Achter haar staan een stuk of zes, zeven mensen. Drie oudere mannen, stevig ingepakt, een jongen met een mooi leren jack, een vrouw die nu haar arm om het kind heeft geslagen en één of twee anderen die ik niet goed kan onderscheiden. De lange vrouw knikt naar me. Ik weet het. Het lijkt me te laat om afscheid te nemen- en verstandig om ook maar een warme jas aan te trekken.
Voor me staat een lange vrouw van onbestemde leeftijd. Ze draagt een zwarte, lange jas en een hoedje waar onderhoudsarm geknipt, donker, halflang haar onderuitkomt. In haar hand iets dat ze draagt alsof het een lantaarntje is, maar er komt geen licht uit. Achter haar staan een stuk of zes, zeven mensen. Drie oudere mannen, stevig ingepakt, een jongen met een mooi leren jack, een vrouw die nu haar arm om het kind heeft geslagen en één of twee anderen die ik niet goed kan onderscheiden. De lange vrouw knikt naar me. Ik weet het. Het lijkt me te laat om afscheid te nemen- en verstandig om ook maar een warme jas aan te trekken.
maandag 1 december 2008
Abonneren op:
Reacties (Atom)





